Ik wordt jij

Nee, er staat geen spelfout in de titel. ‘Ik wordt jij’ is de ervaring van veel mensen. Mensen die de Bijbel een gids noemen of een bron van wijsheid en inspiratie. Misschien gebruiken ze nog wel andere woorden. Dat maakt niet uit. Het gaat erom dat de Bijbel voor hen staat voor wat werkelijk belangrijk is in het leven. De Bijbel als ijkpunt van rust en reflectie, tegenover alle vluchtigheid en waan van de dag. Deze mensen delen een ervaring. De ervaring dat ‘ik’ plaatsmaakt voor ‘jij’.  

Een van de mooiste voorbeelden hiervan is de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Jezus vertelt het in het boek Lucas. Een man die met geweld beroofd is, ligt op sterven na dood langs een eenzame weg. Tweemaal komt iemand langs die hem had kunnen helpen. Tweemaal wordt de man voorbijgelopen. Dan komt er een Samaritaan aan, zo iemand met wie Joden niet omgaan. Een vreemde, een vijand, iemand waar je met een boog omheen loopt. En díe stopt. Hij redt het leven van de man langs de weg.
 
Een machtig verhaal. Maar het mooiste komt nog. Want Jezus vertelt dit verhaal niet zomaar. Hij vertelt het aan de hand van een vraag. Een wetgeleerde vroeg hem: ‘Wie is mijn naaste?’ Een slimme vraag om Jezus te testen. Want de gouden regel klinkt mooi – ‘heb je naaste lief als jezelf’– maar hoe ver reikt die regel? Wie zijn je ‘naasten’? Je familie, je vrienden, je buren, je volk? Jezus vertelt zijn verhaal en stelt dan een tegenvraag: Wie van de drie is de naaste geworden van het slachtoffer?
 
De vraag is verschoven. De wetgeleerde vroeg zich af: Wie ben ik verplicht te helpen? Jezus draait het om: Voor wie kan ik een helper zijn? De wetgeleerde gaat uit van de werkelijkheid zoals die is. Hij deelt de wereld helder in, in mensen die zijn naasten zijn en de anderen. En de wet leert hem over zijn verplichtingen. Zo weet hij wat hij moet doen. Jezus ziet iets anders. Hij ziet voor zich hoe de werkelijkheid kan wórden. Hij ziet een nieuwe wereld. En hij leert je hoe je je daarvoor kunt inzetten. Hoe je een naaste kunt worden – voor wie dan ook.
 
De Bijbel stuurt je op weg naar de ander. Jij wordt geroepen om een licht voor de ander te zijn. Een medemens, een helper.
 
De Bijbel heeft vaak een slechte pers in het publieke debat: er staat zo veel in dat ons vreemd is, zoveel voorbeelden van gruwelijk geweld, en er is met de Bijbel in de hand zoveel kwaad gedaan in de geschiedenis. Dat zijn zaken om onder ogen te zien. Om eerlijk te benoemen en om afstand van te nemen. Maar het andere verhaal is er ook.
 
Tegenover het vluchtige, fragmentarische leven zoeken mensen naar verbinding en samenhang. De Bijbel kan daarin een rol spelen. Mensen ontlenen er zin en betekenis aan. De waarheid ervan is een diepe gevoelswaarheid, het vertrouwen dat het klopt. Dat er eenheid en samenhang is. Dat je niet alleen voor jezelf leeft, maar deel bent van een groter geheel.
 
Zo dient ook vandaag de Bijbel als inspiratiebron voor het goede, een leven in dienst van vrede, gerechtigheid en liefde. Het spoort lezers aan tot reflectie op waarden zoals vergeving en opoffering. Niet jezelf voorop stellen maar ruimte bieden aan de ander. Een vanzelfsprekend ‘ik’ maakt plaats voor ‘jij’. Niet ik sta centraal, maar jij. Het gaat om de ander en de Ander.

Matthijs de Jong is nieuwtestamenticus bij het Nederlands Bijbelgenootschap en een van de vertalers van de Bijbel in Gewone Taal. Eerder schreef hij over dit thema de blog ‘Jij wordt genoemd’.

Lees meer over het Belangrijkste Boek van Nederland

Dit bericht is geplaatst op maandag 29 januari 2018