Bijbellezen in context: van eunuch tot kamerheer

Het is één van de pijnlijke waarheden van de christelijke traditie: Verdeelde kerken lezen de Bijbel op een verdelende manier. Terwijl ze toch allemaal vinden dat de Bijbel op de ene of andere manier een centrale bron voor het geloof is. Iedereen heeft het wel eens meegemaakt: Hoe een verschillende interpretatie van zo een belangrijke, richtinggevende tekst als de Bijbel voor afstand tussen mensen kan zorgen. In die ervaring schuilt ook een bron van hoop.

Contextueel bijbellezen

Wie anders leest dan iemand anders leert daarvan op z’n minst dat niet iedereen hetzelfde leest of hetzelfde naar een tekst kijkt. Wat voor de één volstrekt vanzelf spreekt als de kern van een tekst is iets waar iemand anders volledig overheen leest – en omgekeerd. Dat geeft aanleiding om erover na te denken waarom je leest zoals je leest, waarom dingen in een tekst je opvallen of aanspreken. Als dat gebeurt, word je je bewust van je eigen manier van lezen, van alle factoren die een rol spelen. Die zijn heel divers: je geloof, je culturele achtergrond, je biografie, je seksualiteit, je relaties (vrienden, familie, partner, kinderen, etc.), je opleiding en je werk, je hobby’s en ga zo maar door. Het verzamelbegrip daarvoor is ‘context’. ’Contextuele bijbelinterpretatie’ is het soort bijbellezen die dit alles meeneemt.

Hoop

Waarom schuilt daar dan hoop in voor verdeelde kerken en verdeelde christenen? Om twee redenen: (1) Wie zich ervan bewust wordt dat zij of hij op een bepaalde manier leest vanuit de eigen persoon, realiseert zich onmiddellijk dat dit dus maar één manier van lezen is, namelijk de eigen manier. Iemand anders moet wel anders lezen, simpelweg omdat die andere persoon iemand anders is. Dat geeft (2) aanleiding om die andere manier van lezen serieus te nemen als een ander perspectief dat misschien een ander inzicht in een tekst geeft. In ieder geval is het besef van mogelijke andere lezingen van een tekst nodig om uit het isolement van de eigen interpretatie, de eigen eenzijdigheid en ook het eigen gelijk te komen. Wie de Bijbel alleen leest heeft het gesprek met de ander nodig om te snappen hoe zij of hij nu eigenlijk leest. Door echt helemaal in je eentje te lezen sluit je jezelf op in je eigen eenzijdigheid en doe je uiteindelijk jezelf en ook de Bijbel gewoon tekort. Ook als je het hartgrondig met iemand anders en haar of zijn interpretatie oneens bent kan het zomaar zijn dat juist die ergernis je wijst op eigen eenzijdigheden, blinde vlekken. Dan is ergernis zelfs een geschenk van die andere lezer aan jezelf.

Goed bijbellezen doe je samen

Goed bijbellezen gaat dus alleen samen. Bijbellezen maakt lezen in gemeenschap noodzakelijk. Als dat zo is voor individuele personen dan geldt dat ook voor kerken onderling. Met een citaat van de missioloog Max Warren: ‘Alleen de hele wereld is groot genoeg om het hele Evangelie te begrijpen.’ Kerken hebben elkaar nodig: Door in gescheidenheid van elkaar de Bijbel te lezen doen ze zichzelf, elkaar en de Schrift tekort. De ervaring van de beperktheid van het alleen lezen zorgt voor een nieuwe drive, juist omwille van de Bijbel.

Vertalingen naast elkaar lezen

Deze theorie is in de praktijk, zelfs alleen, heel eenvoudig te testen door verschillende bijbelvertalingen naast elkaar te leggen en te vragen welke vertaling wat aan het licht brengt. Dat is een net iets andere vraag dan welke vertaling er gelijk heeft. Iedere vertaling interpreteert en probeert op een verantwoorde manier de betekenis van de tekst van toen naar nu te brengen. Daarbij gaat er soms wat verloren en komt er soms wat aan het licht. Contextualiteit is bij dat alles de bepalende factor.

Eunuch of kamerheer?

Om de proef op de som te nemen: Wie komt Filippus in Handelingen 8 vers 27 tegen? Is het een kamerheer (volgens de Groot Nieuws Bijbel, de vertaling van het NBG uit 1951 en de Statenvertaling) of een eunuch (Nieuwe Bijbelvertaling, de Willibrordvertalingen van 1978 en 1995 en de Nije Fryske Bibeloersetting)? Welke vertaling laat wat zien? De eerste weergaven benadrukken de positie van de man, de tweede gebruiken een leenwoord in het Nederlands en benadrukken zo zijn exotische karakter en zijn lichamelijke situatie: ontmand.

Een explosie van betekenis

Wat gebeurt er als je deze twee vertaalkeuzes met elkaar in gesprek brengt en als het ware in gemeenschap leest? Een explosie van betekenis, wat mij betreft: Hoge sociale status en handicap dan wel ‘afwijkend gender’ blijken samen te gaan in de antieke wereld. Eén van de eerste bekeerlingen van de jonge gemeente is zowel buitenlander en seksueel en lichamelijk afwijkend. Deze drievoudige nadruk zegt natuurlijk ook iets over wat in de 21e eeuw bijzonder van belang is: Er is veel aandacht voor sociale gerechtigheid, voor gender en voor etniciteit. Toch is het er ook in de tekst, en het komt eruit dankzij het lezen vanuit een bepaalde context. Deze manier van lezen vernieuwt de betekenis van een tekst, nodigt uit tot verder gesprek en gemeenschap met elkaar en wellicht met de ‘eunuch’ in de 21e eeuw die zo weer zichtbaar geworden is.

Deze blog is geschreven door gastblogger prof.dr. Peter-Ben Smit, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Utrecht vanwege het Oud-Katholiek Seminarie en hoogleraar contextuele bijbelinterpretatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dit bericht is geplaatst op maandag 29 januari 2018