NBV21 (NBV21)
16

161Een stil gebed van David.

Behoed mij, God, ik schuil bij U.

2Ik zeg16:2 Ik zeg – Volgens een andere lezing van het Hebreeuws, overeenkomstig de Septuaginta en de Pesjitta. MT: ‘Jij zegt’. tot de HEER: ‘U bent mijn Heer,

mijn geluk, niemand gaat U te boven.’

3Maar tot de goden in dit land,

de machten die ik zo liefhad, zeg ik:

4‘Wie u volgt, wacht veel verdriet.’

Ik pleng voor hen geen bloed meer,

niet langer ligt hun naam op mijn lippen.

5

16:5
Klaagl. 3:24
HEER, mijn enig bezit, mijn levensbeker,

U houdt mijn lot in handen.

6Een lieflijk land is voor mij uitgemeten,

ik ben verrukt van wat mij is toebedeeld.

7Ik prijs de HEER die mij inzicht geeft,

zelfs in de nacht spreekt mijn geweten.

8

16:8
Ps. 121:3
Steeds houd ik de HEER voor ogen,

met Hem aan mijn zijde wankel ik niet.

9

16:9-11
Hand. 2:25-28
Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel,

mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.

10

16:10
Hand. 13:35
U levert mij niet over aan het dodenrijk

en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.

11U wijst mij de weg van het leven:

overvloedige vreugde in uw nabijheid,

voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.