Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
8

81Haar macht omvat de wereld van het ene uiteinde tot het andere, alles bestuurt ze even voortreffelijk.

2

8:2
Sir. 15:2
Ik werd verliefd op de wijsheid, van jongs af aan heb ik haar begeerd. Ik aanbad haar schoonheid en trachtte haar als bruid te verwerven. 3Zij doet haar edele afkomst eer aan door met God te leven, en hij die over alles heerst heeft haar lief gekregen. 4
8:4
Spr. 8:22-31
Wijsh. 9:9
Ze is in Gods kennis ingewijd, ze stemt in met zijn daden. 5
8:5
Wijsh. 7:22
Indien rijkdom al begerenswaard is in het leven, wat is er rijker dan de wijsheid, die alles tot stand brengt? 6Indien inzicht al iets voortbrengt, hoeveel te meer dan de wijsheid, die maakster is van alles wat er is? 7Indien iemand de gerechtigheid liefheeft: het is de wijsheid die deugden voortbrengt. Zij leert bezonnenheid en scherpzinnigheid, rechtschapenheid en moed, en niets is nuttiger in het leven van een mens dan deze deugden. 8En indien iemand een schat aan kennis zoekt: zij kan verhalen van voorbije dingen en voorspellen wat komen gaat. Zij doorgrondt de wendingen in redeneringen en kent de oplossingen van raadsels. Van tekenen en wonderen is zij tevoren op de hoogte, zij weet ook waar de geschiedenis op uitloopt.

9

8:9
Spr. 7:4
Daarom besloot ik haar in huis te nemen, ik wilde met haar leven. Want ik wist dat zij mij goede raad zou geven en mij zou bemoedigen in tijden van zorg en verdriet. 10
8:10
1 Kon. 3:7-8
Ik dacht: Door haar zal ik alom roem verwerven, en aanzien bij ouderen, zo jong als ik ben. 11
8:11
1 Kon. 3:28
5:14,21
10:4-9
Ik zal bekendstaan om mijn scherpzinnig oordeel, en de groten der aarde zullen vol bewondering tegen mij opzien. 12Zolang ik zwijg wachten zij af, en als ik spreek luisteren ze aandachtig; zet ik het spreken voort, dan zijn zij sprakeloos. 13
8:13
Ps. 112:6
Sir. 39:9
Door haar zal ik onsterfelijkheid verwerven en voor altijd voortleven in de herinnering van allen die ik achterlaat. 14
8:14
1 Kon. 5:1
Volken zal ik regeren, nieuwe volken zal ik aan mij onderwerpen. 15Gevreesde tirannen worden door schrik bevangen als ze van mij horen. Onder het volk toon ik mijn vriendelijkheid en in de strijd mijn moed. 16
8:16
Spr. 3:17-18
Pred. 1:18
Wanneer ik weer thuis ben, zal ik bij haar rust vinden. Want de omgang met haar kent geen bittere momenten, leven met haar geen verdriet, maar louter vrolijkheid en vreugde.

Salomo’s gebed om wijsheid

17Toen ik dit alles had overdacht en tot de slotsom was gekomen dat verwantschap met de wijsheid tot onsterfelijkheid voert, 18en vriendschap met haar tot zuivere verrukking, dat werken met haar tot onuitputtelijke rijkdom leidt, de voortdurende omgang met haar tot inzicht, en deelnemen aan haar gesprekken tot een goede naam – toen heb ik mij bezonnen op manieren om haar voor mij te winnen. 19Ik was een mooi kind en had een goede ziel ontvangen, 20of liever, omdat ik goed was kreeg ik een rein lichaam. 21

8:21
Sir. 1:1
Aangezien ik besefte dat ik de wijsheid alleen zou kunnen veroveren als God haar aan mij zou schenken – ook het besef dat zij een gave van hem is had ik aan haar te danken – wendde ik mij tot de Heer en bad tot hem uit de grond van mijn hart:

9

91

9:1-12
1 Kon. 3:6-9
2 Kron. 1:8-10
9:1
Sir. 42:15
Joh. 1:3
‘God van mijn voorouders, barmhartige Heer. U hebt door uw woord alles geschapen. 2
9:2
Gen. 1:26-28
Wijsh. 10:2
Door uw wijsheid hebt u de mens zo gemaakt dat hij over uw schepping zou heersen, 3dat hij de wereld rechtvaardig zou regeren, in vertrouwen op u, en dat hij oprecht zou vonnissen. 4
9:4
Sir. 1:1
Schenk mij de wijsheid die naast u troont, keur mij een plaats onder uw kinderen waardig. 5
9:5
Ps. 86:16
116:16
Ik ben immers slechts uw dienaar, de zoon van uw dienares. Ik ben een zwak mens, met een korte levensduur en een beperkt inzicht in recht en wetten. 6Maar zelfs als iemand een volmaakt mens zou zijn, dan nog is hij niets waard wanneer hij van uw wijsheid verstoken blijft.

7U hebt mij uitgekozen om koning van uw volk te zijn en rechter over uw zonen en dochters. 8

9:8
2 Sam. 7:13
1 Kon. 5:19
8:19
Sir. 47:13
U hebt mij de bouw opgedragen van een tempel op uw heilige berg, van een altaar in de stad waar u woont, naar het voorbeeld van de heilige tent die u al in het begin had ontworpen. 9
9:9
Spr. 8:27
Wijsh. 7:22
8:4
Bij u is de wijsheid, die uw werken kent en die erbij was toen u de wereld schiep. Zij weet wat u goedkeurt en wat met uw geboden in overeenstemming is. 10Zend haar hierheen vanuit de heilige hemel, van bij uw luisterrijke troon, om mij met raad en daad bij te staan, opdat ik weet wat u goed vindt. 11Zij weet en doorziet immers alles. Ze zal mij bedachtzaam leiden in mijn handelen, met haar luister zal zij mij behoeden. 12Zo zal alles wat ik doe u aangenaam zijn. Ik zal uw volk recht verschaffen en de troon van mijn vader waardig bekleden.

13

9:13
Jes. 40:13
Rom. 11:34
1 Kor. 2:16
Welke mens kent Gods bedoeling? Wie kan doorgronden wat de Heer wil? 14Armzalig is het denken van sterfelijke mensen, wisselvallig zijn onze overwegingen. 15
9:15
Job 4:19
Jes. 38:12
2 Kor. 5:1
2 Petr. 1:13-14
Ons vergankelijke lichaam drukt zwaar op de ziel, de aardse tent is een last voor de geest die rijk aan gedachten is. 16
9:16
Jes. 55:9
Joh. 3:12
En als we al nauwelijks kunnen bevatten wat er op aarde omgaat, en zelfs moeite hebben om te ontdekken wat onder handbereik is, wie kan dan doorgronden wat er in de hemel is? 17Wie kan uw bedoelingen kennen als u niet zelf wijsheid geeft en uw heilige geest naar beneden zendt?’

Van schepping tot uittocht

18

9:18
Bar. 4:4
Zo is het gegaan: de mensen op aarde werden op het rechte spoor geleid en ontvingen onderricht over wat u, Heer, goed vindt. De wijsheid heeft hen gered.

10

101

10:1-2
Gen. 1:26-28
Zij was het die bescherming bood aan onze voorvader die als eerste op aarde, als eenling, geschapen werd. Zij redde hem toen hij had gezondigd, 2
10:2
Gen. 9:2
zij gaf hem macht om over alles te heersen. 3
10:3
Gen. 4:8-13
Maar de onrechtvaardige die zich in zijn woede van haar afkeerde, ging te gronde aan de drift waarin hij zijn broer vermoordde. 4
10:4
Gen. 6:1-8:22
Wijsh. 14:6-7
1 Petr. 3:20
En toen vanwege zijn daden de aarde overspoeld werd, was het weer de wijsheid die redding bracht. Zij loodste de rechtvaardige op een schamel stuk hout door de vloed. 5
10:5
Gen. 11:1-9
12:1-3
22:1-19
Zij was het ook die, toen er verwarring heerste onder de volken die zich in het kwaad hadden verenigd, de rechtvaardige opmerkte en beschermde, zodat hij in Gods ogen onberispelijk bleef. Zij zorgde ervoor dat hij standhield ondanks zijn liefde voor zijn zoon. 6
10:6-7
Gen. 19:1-29
10:6
2 Petr. 2:6-8
Zij was het die, terwijl de goddelozen ten onder gingen, de rechtvaardige redde door hem te laten vluchten voor het vuur dat op de Pentapolis neerkwam. 7
10:7
Deut. 32:32
Nog steeds ligt daar, als getuigenis van hun verdorvenheid, een rokende woestijn met planten die nooit-rijpende vruchten dragen, en met een zuil van zout ter herinnering aan de vrouw die niet geloofde. 8Door de wijsheid te veronachtzamen waren ze niet in staat om het goede te kennen. Ze hebben de wereld zelfs een herinnering aan hun dwaasheid nagelaten, zodat hun tekortkomingen niet onopgemerkt konden blijven. 9Maar de dienaren van de wijsheid zijn door haar uit de nood gered.

10

10:10
Gen. 27:42-43
30:43
Zij was het ook die de rechtvaardige de juiste weg wees toen hij vluchtte voor de woede van zijn broer. Ze liet hem Gods heerschappij zien en gaf hem inzicht in het heilige. Ze maakte zijn arbeid voorspoedig en vermenigvuldigde de vrucht van zijn inspanningen, 11ze stond hem terzijde tegenover zijn hebzuchtige onderdrukkers en maakte hem rijk. 12
10:12
Gen. 31:22-29
32:25-31
Hos. 12:4-5
Ze beschermde hem tegen zijn vijanden en beveiligde hem tegen zijn belagers. Ze besliste een zware strijd in zijn voordeel, zodat hij zou beseffen dat eerbied voor God alles overwint. 13
10:13
Gen. 37:1-36
39:1-18
Ps. 105:17-19
Zij was het ook die de rechtvaardige niet aan zijn lot overliet toen hij als slaaf verkocht was, maar hem redde van het kwaad. 14
10:14
Gen. 39:19-23
40:1-41:44
Ps. 105:20-22
Zij daalde met hem af in de kerker, ze liet hem niet alleen toen hij in de boeien geslagen was. Ten slotte bracht ze hem de koninklijke scepter en gaf hem macht over zijn onderdrukkers; wie hem belasterd hadden, ontmaskerde ze als leugenaars, maar hem schonk ze eeuwige roem.

15Zij was het die het vrome en onberispelijke volk redde uit een land waar het onderdrukt werd. 16

10:16
Ex. 7:1-12:51
Ps. 135:9
Ze nam haar intrek in de ziel van een man die de Heer diende, en met wonderen en tekenen trotseerde ze schrikwekkende vorsten. 17
10:17
Ex. 13:21-22
Ze gaf de heiligen het loon voor hun slavenarbeid en leidde hen langs een wonderbaarlijke weg. Overdag bood ze hun bescherming en ’s nachts ging ze hun voor als een vuur van sterren. 18
10:18
Ex. 14:21-29
Ze voerde hen door de Rode Zee, dwars door de watermassa, 19maar hun vijanden overspoelde ze. Ze braakte hun lijken vanuit de kolkende diepte weer uit, 20
10:20
Ex. 15:1-21
zodat de rechtvaardigen de goddelozen konden plunderen. Toen bezongen zij, Heer, uw heilige naam, eensgezind prezen zij uw reddende hand. 21
10:21
Ps. 8:3
Mat. 21:16
De wijsheid liet zelfs stommen meezingen, en uit kindermonden klonk een helder lied.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]