Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

Oproep om de wijsheid in ere te houden

61

6:1-3
Spr. 8:15-16
6:1
Ps. 2:10
Wijsh. 1:1
Sir. 33:19
Luister daarom, koningen, en toon inzicht. Laat u onderrichten, rechters over de hele wereld. 2Geef gehoor, u die menigten gebiedt en pronkt met uw vele volken. 3
6:3
1 Kron. 29:12
Dan. 2:21,37
Rom. 13:1
U hebt uw macht ontvangen van de Heer, u ontleent uw heerschappij aan de Allerhoogste. Hij zal uw daden beoordelen en uw voornemens toetsen. 4Hoewel u zijn koningschap vertegenwoordigt, hebt u niet eerlijk gevonnist, de wet niet gehandhaafd en niet naar Gods wil gehandeld. 5Daarom zal hij snel en schrikwekkend tegen u optreden, want machthebbers wacht een streng oordeel. 6
6:6
Job 34:17-19
De onaanzienlijke zal genade en vergeving vinden, maar machtigen worden aan een machtig oordeel onderworpen. 7
6:7
Job 31:15
Spr. 22:2
Hij die over allen heerst bekommert zich niet om het aanzien dat iemand geniet, hij deinst niet terug voor iemands grootheid. Groot en klein heeft hij zelf geschapen en voor iedereen zorgt hij op dezelfde wijze, 8maar wie sterk is zal een strenger onderzoek ondergaan. 9Daarom richt ik mijn woorden tot u, vorsten, opdat u leert wat wijsheid is en niet zult afdwalen. 10
6:10
Wijsh. 5:5
Zij die alles wat heilig is zorgvuldig in ere houden, zullen zelf geheiligd worden, en zij die deze les ter harte nemen, zullen worden ontzien. 11Verlang er dus vurig naar om mijn woorden te horen en ik zal u onderricht geven.

12

6:12
Spr. 8:17
Sir. 6:27
Schitterend en onvergankelijk is de wijsheid. Ze laat zich gemakkelijk zien aan wie haar liefheeft, ze laat zich vinden door wie haar zoekt; 13wie naar haar verlangt leert haar dadelijk kennen. 14
6:14
Sir. 6:36
39:5
Wie voor zonsopgang opstaat om haar te zoeken, wordt niet moe: hij vindt haar pal voor zijn deur. 15Een mens kan zijn verstand niet beter gebruiken dan door aan haar te denken. Wie om haar wakker ligt zal spoedig vrij van zorgen zijn. 16
6:16
Spr. 1:20-21
8:2-4
Jes. 65:1-2
Sir. 15:1-2
De wijsheid is op zoek naar mensen die haar waard zijn, ze treedt hun welwillend tegemoet en vertoont zich aan hen in elke gedachte. 17
6:17
Spr. 4:7
Wijsheid begint met oprecht verlangen naar onderricht, 18
6:18
Wijsh. 3:4
verlangen naar onderricht is haar liefhebben, liefde is het eerbiedigen van haar wetten, eerbiediging van haar wetten is het fundament van onvergankelijkheid, 19onvergankelijkheid brengt een mens dicht bij God – 20
6:20
Wijsh. 3:7-8
5:16
verlangen naar wijsheid leidt dus tot heerschappij. 21Houd daarom, vorsten van de wereld, wanneer u aan uw tronen en uw scepters gehecht bent, de wijsheid in ere, opdat uw heerschappij duurt tot in eeuwigheid.

Salomo’s lofzang op de wijsheid

22

6:22
Ps. 78:2
Mat. 13:35
Wat de wijsheid is en hoe ze is ontstaan, zal ik u vertellen zonder iets te verbergen. Ik zal haar op de voet volgen, vanaf het eerste begin. Alles wat ik over haar weet zal ik aan het licht brengen. Ik zal niet aan de waarheid voorbijgaan 23
6:23
Sir. 51:23
Jak. 3:14-16
en haar niet angstvallig voor mezelf houden, want dat heeft met de wijsheid niets gemeen. 24
6:24
Spr. 29:4
Sir. 10:1-3
Een menigte wijzen betekent redding voor de wereld, een verstandige koning voorspoed voor het volk. 25Laat u dus door mij onderrichten, u zult er baat bij hebben.