Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
7

Tobias en Sara trouwen

71Ze kwamen in Ekbatana aan. ‘Azarias,’ zei Tobias, ‘breng je me nu direct naar onze volksgenoot Raguel?’ De engel deed wat hij vroeg en ze troffen Raguel zittend bij de deur van de binnenplaats. Ze groetten hem, waarop hij hen teruggroette en hen hartelijk welkom heette. Hij nam hen mee zijn huis in. 2Tegen zijn vrouw Edna zei hij: ‘Wat lijkt die jongen veel op mijn neef Tobit!’ 3

7:3-5
Gen. 29:4-6
43:27-30
‘Waar komen jullie vandaan, broeders?’ vroeg Edna. Ze vertelden haar dat ze tot de stam Naftali behoorden en als ballingen naar Nineve waren gevoerd. 4
7:4
Tob. 1:1
‘Kennen jullie onze neef Tobit?’ vroeg Edna. ‘Ja, die kennen we,’ zeiden ze. ‘Gaat het goed met hem?’ wilde Edna weten. 5‘Hij leeft nog en maakt het goed,’ antwoordden ze, en Tobias zei: ‘Hij is mijn vader.’ 6
7:6
Gen. 33:4
45:14
Luc. 15:20
Raguel sprong op en kuste Tobias. 7Huilend zei hij: ‘God zegene je, je bent de zoon van een rechtschapen en goede vader. Wat is het toch verschrikkelijk dat zo’n rechtvaardig man, die zo veel goeds voor anderen heeft gedaan, blind moest worden.’ Hij omhelsde Tobias, zijn neef, terwijl de tranen hem over de wangen stroomden. 8Ook Edna moest om Tobit huilen en Sara, hun dochter, eveneens. 9Raguel liet een ram uit zijn kudde slachten en onthaalde hen gastvrij.

Nadat ze hadden gebaad en hun handen hadden gewassen, gingen ze aanliggen om te eten. Tobias fluisterde tegen Rafaël: ‘Azarias, vraag aan Raguel of hij me Sara tot vrouw geeft.’ 10‘Neef,’ zei Raguel – die Tobias’ vraag had gehoord –, ‘eet, drink en geniet van deze avond. Jij bent de enige man die het recht heeft met mijn dochter Sara te trouwen; ik mag haar alleen aan jou geven, want je bent mijn naaste familielid. Maar ik moet je de waarheid vertellen. 11Ik heb haar al aan zeven mannen uit mijn familie ten huwelijk gegeven, maar ze zijn allemaal in de huwelijksnacht gestorven. Geniet nu maar eerst van deze maaltijd, en moge de Heer jullie bijstaan.’ Maar Tobias hield voet bij stuk: ‘Ik eet en drink helemaal niets voordat u deze zaak met mij geregeld hebt.’ ‘Goed,’ gaf Raguel toe, ‘dat zal ik dan nu doen. Ik geef je haar overeenkomstig het voorschrift in het boek van Mozes. Het is zo besloten in de hemel. Neem haar tot vrouw. Vanaf nu ben jij haar man en is zij jouw vrouw; vanaf nu hoort ze voor altijd bij jou. Moge de Heer van de hemel jullie deze nacht behoeden. Laat hij zich over jullie ontfermen en jullie voorspoed geven.’

12Raguel liet toen zijn dochter komen. Hij nam haar bij de hand en gaf haar aan Tobias met de woorden: ‘Neem haar tot vrouw overeenkomstig het voorschrift dat is opgetekend in het boek van Mozes. Zorg goed voor haar en breng haar gezond bij je vader. Moge de God van de hemel jullie voorspoed en vrede geven.’ 13

7:13
Num. 36:6-8
Toen liet hij Sara’s moeder roepen, die hij om schrijfgerei vroeg. Hij stelde een huwelijkscontract op, waarin werd vastgelegd dat zijn dochter overeenkomstig het voorschrift in de wet van Mozes aan Tobias tot vrouw gegeven werd. 14Daarna begonnen ze aan de maaltijd. 15Raguel riep opnieuw zijn vrouw en zei: ‘Edna, maak de andere kamer in orde en breng Sara ernaartoe.’ 16Edna deed wat haar gevraagd was. Ze moest huilen toen ze Sara naar de kamer bracht, maar droogde haar tranen en zei: 17‘Wees flink, dochter. Moge de Heer van de hemel je deze keer geen verdriet maar vreugde geven. Wees flink.’ Toen verliet ze de kamer.