Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
47

Natan en David

471

47:1-11
2 Sam. 7:4
12:1
Na hem trad Natan op,

hij profeteerde ten tijde van David.

2Zoals het vet wordt afgezonderd van het vredeoffer,

zo werd David afgezonderd van het volk van Israël.

3

47:3
1 Sam. 17:34-37
Hij speelde met leeuwen als met geitenbokjes

en met beren als met lammeren.

4

47:4
1 Sam. 17:1-58
Doodde hij in zijn jeugd niet een reus

en bevrijdde hij het volk niet van de schande,

doordat hij met zijn slingersteen

de grootspraak van Goliat brak?

5Want hij riep de Heer, de Allerhoogste, aan;

die gaf zijn rechterhand de kracht

om een machtig krijgsman te vellen

en de macht van het volk te vergroten.

6

47:6
1 Sam. 18:7
2 Sam. 5:1-3
Ze eerden hem om zijn tienduizenden

en prezen hem om de zegeningen van de Heer

door hem een erekroon te geven.

7Want hij verdelgde de vijanden alom,

hij vernietigde zijn tegenstanders, de Filistijnen,

hij brak hun macht voorgoed.

8Bij al zijn daden dankte hij de Heilige, de Allerhoogste, met een lofprijzing,

met heel zijn hart bezong hij zijn maker en had hij hem lief.

9

47:9
1 Kron. 16:4-6
25:1
Hij stelde zangers bij het altaar op

om met hun stem mooie liederen te laten klinken;

ze brengen elke dag lofzangen ten gehore.

10Hij zette de feesten luister bij

en stelde hun tijden vast, voor het hele jaar.

En de heilige naam van de Heer werd geprezen,

vanaf de vroege morgen klonken melodieën in het heiligdom.

11

47:11
2 Sam. 7:12-16
12:13
Ps. 89:25
De Heer vergaf hem zijn zonden

en vergrootte zijn macht voor altijd,

hij sloot een koninklijk verbond met hem

en gaf hem een luisterrijke troon in Israël.

Salomo, Rechabeam en Jerobeam

12

47:12
1 Kon. 2:1-11:40
Na David kwam zijn wijze zoon,

die dankzij hem ongestoord kon wonen.

13

47:13
1 Kon. 5:17-19
Sir. 1:17-19
Salomo was koning in een tijd van vrede,

God gaf hem aan alle kanten rust

om een huis te bouwen voor Gods naam,

om voor eeuwig een heiligdom te vestigen.

14

47:14
1 Kon. 3:4-28
5:9-14
Hoe wijs was u in uw jeugd,

u liep over van kennis als een rivier.

15Uw geest bevloeide de aarde

en u vulde haar met spreuken en raadsels.

16Tot aan verre eilanden reikte uw naam

en u was geliefd omdat u vrede bracht.

17

47:17
1 Kon. 10:1-9
Hele landen stonden versteld

over uw liederen, spreuken, gelijkenissen en duidingen.

18

47:18
1 Kon. 10:11-15,27
Maar in de naam van de Heer,

die de God van Israël wordt genoemd,

hebt u goud verzameld als tin,

zilver opgestapeld als lood.

19

47:19
1 Kon. 11:1-13
U hebt u aan vrouwen overgegeven

en was de slaaf van uw lichaam.

20U hebt uw eer bezoedeld

en uw nageslacht besmet,

zodat u toorn over uw kinderen bracht

en hen door uw dwaasheid in de ellende stortte,

21waardoor de heerschappij in tweeën brak

en met Efraïm een opstandig koninkrijk ontstond.

22

47:22
Ps. 89:31-38
Maar de Heer blijft trouw,

hij verbreekt geen enkele belofte.

Het nageslacht van zijn uitverkorenen vaagt hij niet weg,

de nakomelingen van wie hem liefhebben vernietigt hij niet.

Hij liet Jakob een rest en David een loot aan zijn stam.

23

47:23
1 Kon. 12:1-19
Salomo ging bij zijn voorouders te ruste,

maar hij liet het volk een dwaas na, een onbenul:

Rechabeam, die door zijn raadsbesluit een scheuring teweegbracht onder het volk.

En dan ook nog Jerobeam, de zoon van Nebat!

Hij zette Israël aan tot zonde,

hij voerde Efraïm op een zondig pad.

24

47:24
1 Kon. 12:26-33
2 Kon. 17:21-23
Hun zonden werden zo groot in aantal

dat ze werden weggevoerd uit hun land.

25Ze liepen achter alles aan wat slecht was,

totdat ze werden gestraft.

48

Elia

481

48:1-2
1 Kon. 17:1
Toen kwam Elia, een profeet als een vuur,

zijn profetieën brandden als een fakkel.

2

48:2
1 Kon. 18:2
Hij bracht hongersnood over het volk,

door zijn inzet voor de Heer maakte hij het klein in aantal.

3

48:3
1 Kon. 18:38
2 Kon. 1:10,12
Luc. 4:25
Op bevel van de Heer hield hij de regen tegen

en liet hij driemaal vuur uit de hemel komen.

4Hoezeer werd u geroemd, Elia, om uw wonderdaden,

wie kan zich in roem met u vergelijken?

5

48:5
1 Kon. 17:17-24
U hebt een gestorvene opgewekt uit de dood,

uit het dodenrijk, op bevel van de Allerhoogste.

6

48:6
1 Kon. 21:17-24
2 Kon. 1:16
U hebt koningen ten onder doen gaan

en voorname mannen op hun ziekbed laten sterven.

7

48:7
1 Kon. 19:17
Op de Sinai hebt u terechtwijzingen gehoord

en op de Horeb strafgerichten.

8

48:8
1 Kon. 19:15-16,19-21
U hebt koningen gezalfd om te vergelden

en profeten om u op te volgen.

9

48:9
2 Kon. 2:1-12
U werd opgenomen in een wervelwind van vuur,

in een wagen met vurige paarden.

10

48:10
Mal. 3:24
Over u staat geschreven dat u klaarstaat voor de vastgestelde tijd,

om de toorn te stillen vóór hij razernij wordt,

de ouders te verzoenen met de kinderen,

de stammen van Jakob te herstellen.

11Gelukkig zijn zij die u gezien hebben

en in liefde zijn gestorven;

ook wij zullen zeker leven.

Elisa

12

48:12
2 Kon. 2:9-15
Elia verdween in een wervelwind,

en Elisa werd van zijn geest vervuld.

Hij beefde in zijn tijd voor geen enkele leider,

niemand kreeg hem in zijn macht.

13

48:13
2 Kon. 13:21
Niets ging zijn krachten te boven,

zelfs toen hij al gestorven was, profeteerde zijn lichaam nog.

14Bij zijn leven gaf hij tekenen,

ook na zijn dood verrichtte hij wonderbaarlijke daden.

15Maar het volk kwam door dit alles niet tot inkeer,

het hield niet op met zondigen,

totdat het uit het land werd weggevoerd

en over de hele aarde werd verstrooid.

Slechts een heel klein volk bleef er over,

met een heerser uit het huis van David.

16Sommigen van hen deden het goede,

maar anderen zondigden steeds meer.

Hizkia en Jesaja

17

48:17
2 Kon. 20:20
Jes. 22:11
Hizkia versterkte zijn stad

en leidde er water naar binnen.

Hij doorboorde met ijzeren werktuigen de rotsen

en bouwde waterreservoirs.

18

48:18-22
Jes. 36:1-37:38
Tijdens zijn regering rukte Sanherib op,

die stuurde zijn rabsake.48:18 die stuurde zijn rabsake – Voorgestelde lezing. Brontekst: ‘die stuurde zijn rabsake, en die ging weer weg’.

Deze hief zijn hand op tegen Sion

en sprak in zijn hoogmoed verwaande woorden.

19Toen beefde de bevolking van angst

en sidderde als een vrouw in barensnood.

20Ze riepen de barmhartige Heer aan

en hieven hun handen naar hem op.

De Heilige in de hemel verhoorde hen snel

en redde hen door toedoen van Jesaja.

21Hij versloeg het leger van de Assyriërs,

zijn engel vernietigde het.

22Want Hizkia had gedaan wat de Heer goed vindt,

hij hield krachtig vast aan de levenswijze van zijn voorvader David,

zoals de profeet Jesaja hem had voorgeschreven –

groot was die en betrouwbaar in zijn visioenen.

23

48:23
2 Kon. 20:5-11
Jes. 38:4-8
In zijn tijd ging de zon achteruit

en werd het leven van de koning verlengd.

24

48:24
Jes. 40:1
Met zijn grote geest zag hij de laatste dingen

en sprak hij de treurenden van Sion moed in.

25

48:25
Jes. 46:10
Hij kondigde aan wat ging gebeuren, tot in de verste toekomst,

voordat het gebeurde voorspelde hij wat nog verborgen was.

49

Josia en Jeremia

491

49:1-3
2 Kon. 22:1-23:30
De herinnering aan Josia is als een geurig reukoffer,

door een reukwerker bereid.

Spreken over hem is zo zoet als honing,

als muziek bij het samen drinken van wijn.

2Hij ging het volk voor op de weg van inkeer

en maakte een einde aan de goddeloze gruwelen.

3Hij richtte zich op de Heer

en versterkte de vroomheid in een tijd van goddeloosheid.

4Behalve David, Hizkia en Josia

begingen alle koningen van Juda talloze zonden.

Ze verlieten de wet van de Allerhoogste,

waardoor het koningschap van Juda ophield te bestaan.

5Ze moesten hun macht aan anderen afstaan,

hun roem aan een vreemd volk.

6

49:6
Jer. 21:10
34:2
Klaagl. 1:4
2:3
Dat stak de uitverkoren stad van het heiligdom in brand

en ontvolkte de straten.

7

49:7
Jer. 1:4-10
Dit was geprofeteerd door Jeremia,

die door zijn eigen volk mishandeld was.

Hij was al in de moederschoot tot profeet gewijd,

om uit te rukken, af te breken en te verwoesten,

maar evenzeer om op te bouwen en te planten.

Ezechiël en de twaalf profeten

8

49:8
Ezech. 1:4-28
Ezechiël zag een stralende verschijning,

die de Heer hem boven de wagen met cherubs liet zien.

9Ook herinnerde hij aan Job,49:9 Ook herinnerde hij aan Job – Volgens het Hebreeuws. Brontekst: ‘Ook gedacht hij de vijanden in een regenstorm’.

die altijd op de rechte weg bleef.

10

49:10
Sir. 46:12
Dan zijn er de twaalf profeten:

mogen hun beenderen in hun graf weer opbloeien.

Want ze hebben Jakob moed gegeven

en het volk door hoop en vertrouwen gered.

Zerubbabel, Jozua en Nehemia

11

49:11-12
Ezra 3:2
49:11
Hag. 2:23
Hoe kunnen we Zerubbabel prijzen?

Hij was als een zegelring aan de rechterhand.

12Zo ook Jozua, de zoon van Josadak.

Ze bouwden in hun tijd het huis van God,

richtten de tempel op, gewijd aan de Heer,

bestemd voor zijn eeuwige luister.

13

49:13
Neh. 2:17
7:1
Blijvend is de herinnering aan Nehemia,

die onze ingestorte muren herbouwde,

poorten met grendels plaatste

en onze huizen herstelde.

Henoch, Jozef, Sem, Set en Adam

14

49:14
Gen. 5:24
Sir. 44:16
Niemand op aarde is geschapen als Henoch,

en ook hij werd van de aarde weggenomen.

15

49:15
Gen. 42:6
50:25-26
Joz. 24:32
Ook is er geen mens geboren als Jozef,

de leider van zijn broers, de steun van zijn volk.

Zijn beenderen worden zorgvuldig bewaard.

16

49:16
Gen. 4:25
9:26
Sem en Set werden geëerd onder de mensen,

maar boven alles wat leeft in de schepping staat Adam.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]