Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
43

431

43:1-12
Gen. 1:14-18
Ps. 8:1-5
19:2-7
104:19
De roem van de hemel is het heldere firmament,

de aanblik van de hemel is een en al pracht.

2De zon verkondigt bij haar opkomst

hoe wonderbaarlijk het werk is van de Allerhoogste.

3Op het middaguur verzengt ze het land,

wie kan haar hitte weerstaan?

4Wie een oven opstookt werkt in de hitte,

maar de zon verschroeit de bergen drie keer zo hard;

ze ademt vuur uit,

haar felle stralen verblinden de ogen.

5Groot is de Heer, die haar gemaakt heeft

en op wiens bevel zij voortsnelt langs haar baan.

6

43:6-8
Ps. 89:38
De maan verschijnt met vaste regelmaat,

een eeuwig teken van de wisselende tijden.

7De maan is het teken voor de feesten,

een licht dat vol wordt en weer afneemt.

8De maand is naar haar genoemd,

wonderlijk zijn haar gestalten.

Ze is een instrument van de hemelse machten,

stralend aan het hemelfirmament.

9

43:9-10
Bar. 3:33-35
De schoonheid van de hemel is de pracht van de sterren,

lichtende sieraden aan de hemel van de Heer.

10Ze stellen zich op naar het bevel van de Heilige

en worden niet moe op hun wachtposten.

11

43:11
Gen. 9:13
Ezech. 1:28
Sir. 50:7
Kijk naar de regenboog en prijs zijn maker,

hij is zo sierlijk in zijn helderheid.

12Hij legt om de hemel een cirkel van pracht,

de handen van de Allerhoogste hebben hem gespannen.

13

43:13
Job 38:22-23
Op zijn bevel ijlt de sneeuw omlaag

en komen de bliksems van zijn oordeel aangesneld,

14worden zijn voorraadkamers geopend

en vliegen de wolken er als vogels uit.

15

43:15
Ps. 147:17
Door zijn macht maakt hij de wolken hard

en brokkelen er hagelstenen af.

16-17Het geluid van zijn donder doet de aarde beven,

door zijn verschijning schudden de bergen

en door zijn wil woeden de zuidenwind,

de noorderstorm en de wervelwind.

De sneeuw strooit hij uit als dalende vogels,

als een zwerm sprinkhanen valt die neer.

18Het oog bewondert zijn witste schoonheid,

het hart verwondert zich wanneer hij als regen neervalt.

19

43:19
Ps. 147:16
Hij strooit de rijp uit als zout over de aarde,

bevroren is die zo scherp als dorens.

20Uit het noorden blaast een koude wind

en water bevriest tot ijs.

Het bedekt het water met een korst,

het water trekt een harnas aan.

21De wind verschroeit de bergen, doet de steppe branden,

verzengt het jonge gras als vuur.

22Maar de nevel brengt snelle genezing,

de dauw komt en verkwikt na de hitte.

23

43:23
Ps. 104:5-6
Volgens zijn plan heeft hij de oervloed bedwongen

en daar eilanden geplaatst.

24Wie de zee bezeilt vertelt hoe gevaarlijk ze is,

we staan verbaasd over wat we horen.

25

43:25
Ps. 104:25-26
107:23-24
Daar ziet men zonderlinge en verbazingwekkende dingen:

allerlei dieren, de zeemonsters die hij geschapen heeft.

26

43:26
Ps. 33:6
Door zijn plan is zijn werk geslaagd,43:26 Door zijn plan is zijn werk geslaagd – Volgens sommige handschriften. Brontekst: ‘Door hem heeft zijn bode succes’.

door zijn woord bestaat alles.

27

43:27
Ps. 106:2
Hoeveel we ook zeggen, het is nooit genoeg,

onze slotsom luidt: hij is alles.

28

43:28
Ps. 96:4
145:3
Waar vinden we de kracht om hem te loven?

Hij is groter dan alles wat hij gemaakt heeft.

29Hoe ontzagwekkend is de Heer, hoe groot,

hoe wonderbaarlijk is zijn macht.

30Verhef de Heer en loof hem zo veel je kunt,

want hij gaat je altijd te boven.

Verhef hem met alle kracht die in je is,

ga ermee door, want het is nooit genoeg.

31

43:31
Joh. 1:18
Wie heeft hem gezien? Wie kan hem beschrijven?

Wie maakt hem zo groot als hij is?

32

43:32
Job 26:14
Veel is verborgen, groter nog dan wat hier is genoemd,

van zijn werken zien we maar weinig.

33

43:33
Sir. 1:9-10
42:17
De Heer heeft alles gemaakt

en aan de vromen heeft hij wijsheid geschonken.

Lofzang op de voorvaders

Hier volgt een lofzang op de voorvaders.

44

441

44:1-15
1 Mak. 2:51-64
Laat ons de beroemde mannen prijzen,

onze voorvaders, generatie na generatie.

2De Heer heeft hun veel luister toebedeeld,

hen vanaf het begin groot gemaakt.

3Er waren heersers over koninkrijken,

mannen vermaard om hun kracht,

raadgevers vol inzicht,

verkondigers van profetieën,

4leiders van het volk door hun raad

en door hun verstandige onderricht van het volk –

wijs waren hun woorden bij hun onderwijs.

5Er waren mensen die melodieën bedachten,

en mensen die spreuken te boek stelden,

6rijke mensen met invloed,

vredestichters in hun woonplaatsen.

7Ze werden allen door hun tijdgenoten geroemd,

ze waren de trots van hun tijd.

8Sommigen van hen lieten een naam na,

zodat hun lof nog steeds verkondigd wordt.

9Aan anderen wordt niet meer gedacht,

ze zijn verdwenen alsof ze nooit hadden bestaan,

alsof ze nooit waren geboren;

en zo verging het ook hun kinderen.

10Maar de eersten waren barmhartig,

hun rechtvaardigheid werd niet vergeten.

11Hun naam blijft met hun nageslacht,

hun nakomelingen zijn hun goede erfenis.

12

44:12
Sir. 39:9
Hun nageslacht houdt zich aan de verbonden,

hun nakomelingen doen dat dankzij hen.

13Hun nageslacht blijft tot in eeuwigheid,

hun roem zal niet worden uitgewist.

14Ze werden in vrede begraven,

hun naam leeft voort van generatie op generatie.

15

44:15
Sir. 39:10
Over hun wijsheid zullen de volken vertellen,

de gemeenschap zal hun lof verkondigen.

Henoch en Noach

16

44:16
Gen. 5:24
Hebr. 11:5
Henoch was de Heer welgevallig en hij werd weggenomen,

een toonbeeld van inkeer voor alle generaties.

17

44:17
Gen. 6:9
7:1
1 Petr. 3:20
2 Petr. 2:5
Noach werd voorbeeldig en rechtschapen bevonden,

ten tijde van Gods toorn was hij het losgeld.

Toen de zondvloed kwam

bleef dankzij hem een rest van de aarde behouden.

18

44:18
Gen. 8:21-22
9:9-17
Met hem werd een eeuwig verbond gesloten,

zodat niet nog eens alle leven door een vloed zou worden weggevaagd.

Abraham, Isaak en Jakob

19

44:19-21
Rom. 4:13-18
Abraham is de aartsvader van een menigte volken,

er kleeft geen smet aan zijn roem.

20

44:20-21
Gen. 17:2-5
22:1-18
44:20
1 Mak. 2:52
Hebr. 11:17
Hij hield zich aan de wet van de Allerhoogste

en had met hem een verbond.

Dat verbond heeft hij in zijn lichaam gesneden,

en toen hij werd beproefd, bleek zijn trouw.

21

44:21
Gen. 12:2-3
15:5,18
Hand. 3:25
Gal. 3:8
Daarom heeft de Heer hem onder ede beloofd

dat door zijn nageslacht de volken gezegend zouden zijn.

Hij zou het zo talrijk maken als het stof van de aarde,

zijn nageslacht als sterren verheffen,

het een gebied geven van zee tot zee,

van de Rivier tot aan de einden der aarde.

22

44:22
Gen. 26:3-4
Aan Isaak beloofde hij hetzelfde,

vanwege zijn vader Abraham.

Ook liet hij het verbond en de zegen voor alle mensen

23

44:23
Gen. 17:19
28:14
Deut. 32:8-9
op het hoofd van Jakob rusten.

Door zijn zegen erkende hij hem

en gaf hij hem een gebied,

dat hij verdeelde onder de twaalf stammen.

Mozes

Hij bracht uit Jakob een barmhartig man voort,

die ieders genegenheid won,

45

451

45:1
Ex. 11:3
die geliefd was bij God en bij mensen:

Mozes, wiens nagedachtenis gezegend is.

2Hij heeft hem in luister aan de engelen gelijk gemaakt

en hem zo veel macht gegeven dat zijn vijanden voor hem beefden.

3

45:3
Ex. 8:8-9,26-27
9:33
10:18-19
33:18-23
Als Mozes het vroeg, gaf hij onmiddellijk een wonderteken,

hij heeft hem tegenover koningen groot gemaakt.

Hij gaf hem geboden voor zijn volk

en toonde hem zijn majesteit.

4

45:4
Num. 12:3,7-8
Om zijn vertrouwen en bescheidenheid heeft hij hem geheiligd;

uit alle mensen heeft hij hem gekozen

5

45:5
Ex. 19:16-20
20:21
24:18
33:11
Deut. 4:6
32:47
en hem zijn stem laten horen,

hij voerde hem een donkere wolk in

en gaf hem daar eigenhandig de geboden:

de wet die leven en kennis geeft,

die Jakob onderricht in het verbond,

Israël zijn verordeningen leert.

Aäron

6

45:6
Ex. 4:14
Aäron, Mozes’ broer uit de stam Levi,

maakte hij net zo heilig als Mozes.

7

45:7-12
Ex. 28:1-43
Hij sloot met hem een eeuwig verbond

en maakte hem tot priester van zijn volk.

Hij zegende hem met waardigheid

en kleedde hem in een stralend gewaad.

8Hij kleedde hem in volmaakte schittering

en onderscheidde hem met tekens van macht.

Hij gaf hem een linnen broek, een bovenkleed, een priesterschort.

9Hij omhing hem met granaatappels,

met zeer veel gouden belletjes ertussen,

die zouden rinkelen als hij liep,

die zouden klinken in de tempel,

als teken voor zijn volk.

10Hij omhing hem met een heilig gewaad,

met goud, blauw- en roodpurper bestikt,

het werk van een borduurder;

met de borsttas van het oordeel,

en daarin de orakelstenen van de waarheid;

11een gewaad van karmozijnrode wol geweven,

het werk van een vakman;

met kostbare stenen, als zegels gesneden,

in goud gezet, het werk van een steensnijder,

met inscripties ter herinnering,

één voor elke stam van Israël.

12Hij had een gouden kroon op zijn tulband,

met daarin het zegel van toewijding gegraveerd,

een prachtig eerbewijs, een machtig werkstuk,

een lust voor het oog, zo rijk versierd.

13Zoveel prachtigs is er vóór hem niet geweest

en tot in eeuwigheid zal geen onbevoegde het dragen;

alleen zijn nakomelingen,

alleen zijn nageslacht, voor altijd.

14

45:14-17
Ex. 29:1-46
Lev. 8:1-36
Aärons offers moeten volledig worden verbrand,

tweemaal per dag, elke dag opnieuw.

15

45:15
Ex. 40:15
Num. 6:23-27
Mozes wijdde hem tot priester

en zalfde hem met heilige olie.

Met hem werd een eeuwig verbond gesloten,

en met zijn nageslacht:

zolang de hemel bestaat zullen ze de Heer als priester dienen,

om zijn volk te zegenen met zijn naam.

16

45:16-17
Deut. 33:10
45:16
Lev. 2:2-16
De Heer koos hem uit alle mensen

om hem offers te brengen,

aangenaam geurende offers ter herinnering,

om verzoening voor het volk te bewerken.

17Hij gaf hem met zijn geboden en rechtsbesluiten

de macht om Jakob zijn getuigenissen te leren,

Israël met zijn wet te verlichten.

18

45:18
Num. 16:1-17:15
Buitenstaanders werden in de woestijn jaloers op hem

en kwamen in laaiende woede in opstand:

de mannen van Datan en Abiram

en de aanhang van Korach.

19De Heer zag het en verwierp het,

en vernietigde hen door zijn brandende toorn.

Hij gaf hun een teken

door ze in zijn vlammend vuur te verteren.

20

45:20
Num. 18:12-13
Hij vermeerderde de roem van Aäron

en gaf hem een erfdeel.

Hij gaf hem de eerste vruchten van de nieuwe oogst

en vooral brood in overvloed.

21

45:21
Ex. 29:28,31-32
Lev. 6:9-11
7:9-10,32-36
Want Aäron en zijn nakomelingen mochten eten van de offers aan de Heer,

die hij hun schonk.

22

45:22
Num. 18:20
Maar in het land van het volk kregen ze geen gebied,

in hun midden kregen ze geen deel,

want de Heer zelf is hun bezit.

Pinechas

23

45:23
Num. 25:7-13
Pinechas, de zoon van Eleazar,

was de derde die roem verwierf,

doordat hij aanspoorde tot ontzag voor de Heer

en, toen het volk zich van hem afkeerde,

met al zijn moed en geestdrift vastberaden bleef

en zo voor Israël verzoening bracht.

24Daarom werd met hem een vriendschapsverbond gesloten:

hij zou aan het hoofd staan van het heiligdom en van het volk,

hij en zijn nakomelingen zouden hogepriester zijn,

door de eeuwen heen.

25In het verbond met koning David,

de zoon van Isaï, uit de stam Juda,

gaat de erfopvolging slechts over van zoon op zoon,

maar de erfopvolging van Aäron gaat over van generatie op generatie.

26Moge de Heer jullie de wijsheid schenken

om zijn volk rechtvaardig te oordelen,

opdat jullie voorspoed niet verdwijnt

en jullie luister zich uitstrekt over alle generaties.