Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
42

421voor het doorvertellen van wat je hebt gehoord

en voor het verraden van een geheim.

Als je je voor dit alles echt schaamt

zul je bij iedereen in de gunst staan.

Maar schaam je niet voor de volgende dingen,

anders zou je fouten kunnen maken door anderen te veel te ontzien.

2Schaam je niet voor de wet van de Allerhoogste en zijn verbond,

en voor een rechtvaardig vonnis, ook al spreekt het een goddeloze vrij,

3voor zakendoen met metgezel en reisgenoot,

en voor het verdelen van andermans erfenis.

4Schaam je niet voor nauwgezetheid met weegschaal en gewichten,

en voor rijkdom of armoede,

5

42:5
Sir. 30:1
33:25-27
voor winst als je goederen verkoopt,

voor een strenge opvoeding van je kinderen

en voor de bloedige afstraffing van een slechte slaaf.

6Als je een onbetrouwbare vrouw hebt, berg dan alles goed op,

waar veel handen zijn, moet je je bezit achter slot en grendel houden.

7Als je iets aflevert, tel en weeg het dan,

stel al je uitgaven en inkomsten te boek.

8Schaam je niet een onverstandig en dwaas mens terecht te wijzen

en een hoogbejaarde die is aangeklaagd voor ontucht.

Dan zul je werkelijk beschaafd zijn

en door alle mensen worden gewaardeerd.

Zorgen om een dochter

9Een vader ligt in stilte wakker om zijn dochter,

zorgen om haar verdrijven zijn slaap:

dat ze al in haar jeugd verwelkt,

dat ze als getrouwde vrouw door haar man wordt gehaat,

10dat ze als maagd wordt onteerd

en zwanger wordt in haar ouderlijk huis,

dat ze haar man ontrouw is

of dat ze, eenmaal getrouwd, onvruchtbaar blijkt.

11Bewaak een eigenzinnige dochter streng,

anders maakt ze je belachelijk bij je vijanden,

bezorgt ze je geroddel in de stad, een oploop van het volk

en maakt ze je bij velen te schande.

12Let bij geen mens op schoonheid

en verkeer niet onder vrouwen,

13want zoals uit kleren de mot tevoorschijn komt,

zo komt uit een vrouw haar kwaadaardigheid tevoorschijn.

14Beter een kwaadaardige man dan een vrouw die vriendelijk doet,

een schaamteloze vrouw brengt schande.

Lofzang op Gods schepping

15

42:15
Gen. 1:3
Ik zal de werken van de Heer gedenken

en vertellen wat ik heb gezien.

Door het woord van de Heer bestaan zijn werken,

zijn bevelen werden overeenkomstig zijn wensen uitgevoerd.

16De zon ziet lichtend op alles neer,

de Heer vervult zijn werk met luister.

17Zelfs zijn heiligen zijn niet in staat

over alle wonderbare werken te vertellen,

die hij, de almachtige Heer, tot stand heeft gebracht;

alles is door zijn macht gevestigd.

18

42:18
Ps. 139:1-18
Spr. 15:11
Jer. 17:9-10
Sir. 15:18-19
Hij peilt de afgrond en de harten van de mensen

en doorziet hun heimelijke plannen.

Want de Allerhoogste weet alles

en kent de eeuwige tekenen.

19Hij verkondigt wat voorbij is en wat komen zal

en brengt de sporen aan het licht van wat verborgen is.

20Geen enkele gedachte ontgaat hem

en niet één woord is voor hem verborgen.

21

42:21-22
Sir. 16:21-23
42:21
Pred. 3:14
Sir. 18:6
Rom. 11:34
Hij heeft de meesterwerken van zijn wijsheid geordend,

hij is onveranderlijk, van vóór het begin tot in eeuwigheid.

Aan hem wordt niets toegevoegd of afgedaan,

hij heeft van niemand raad nodig.

22Hoe bekoorlijk zijn zijn werken,

hoe schitterend om te zien.

23Alles leeft en blijft tot in eeuwigheid,

het gehoorzaamt hem wanneer het nodig is.

24

42:24
Pred. 3:1-8
Sir. 33:14-15
Alles bestaat twee aan twee, het een tegenover het ander,

hij heeft niets gemaakt dat onvolledig is.

25Het ene schepsel bevestigt hoe goed het andere is,

wie heeft ooit genoeg van zijn luister gezien?

43

431

43:1-12
Gen. 1:14-18
Ps. 8:1-5
19:2-7
104:19
De roem van de hemel is het heldere firmament,

de aanblik van de hemel is een en al pracht.

2De zon verkondigt bij haar opkomst

hoe wonderbaarlijk het werk is van de Allerhoogste.

3Op het middaguur verzengt ze het land,

wie kan haar hitte weerstaan?

4Wie een oven opstookt werkt in de hitte,

maar de zon verschroeit de bergen drie keer zo hard;

ze ademt vuur uit,

haar felle stralen verblinden de ogen.

5Groot is de Heer, die haar gemaakt heeft

en op wiens bevel zij voortsnelt langs haar baan.

6

43:6-8
Ps. 89:38
De maan verschijnt met vaste regelmaat,

een eeuwig teken van de wisselende tijden.

7De maan is het teken voor de feesten,

een licht dat vol wordt en weer afneemt.

8De maand is naar haar genoemd,

wonderlijk zijn haar gestalten.

Ze is een instrument van de hemelse machten,

stralend aan het hemelfirmament.

9

43:9-10
Bar. 3:33-35
De schoonheid van de hemel is de pracht van de sterren,

lichtende sieraden aan de hemel van de Heer.

10Ze stellen zich op naar het bevel van de Heilige

en worden niet moe op hun wachtposten.

11

43:11
Gen. 9:13
Ezech. 1:28
Sir. 50:7
Kijk naar de regenboog en prijs zijn maker,

hij is zo sierlijk in zijn helderheid.

12Hij legt om de hemel een cirkel van pracht,

de handen van de Allerhoogste hebben hem gespannen.

13

43:13
Job 38:22-23
Op zijn bevel ijlt de sneeuw omlaag

en komen de bliksems van zijn oordeel aangesneld,

14worden zijn voorraadkamers geopend

en vliegen de wolken er als vogels uit.

15

43:15
Ps. 147:17
Door zijn macht maakt hij de wolken hard

en brokkelen er hagelstenen af.

16-17Het geluid van zijn donder doet de aarde beven,

door zijn verschijning schudden de bergen

en door zijn wil woeden de zuidenwind,

de noorderstorm en de wervelwind.

De sneeuw strooit hij uit als dalende vogels,

als een zwerm sprinkhanen valt die neer.

18Het oog bewondert zijn witste schoonheid,

het hart verwondert zich wanneer hij als regen neervalt.

19

43:19
Ps. 147:16
Hij strooit de rijp uit als zout over de aarde,

bevroren is die zo scherp als dorens.

20Uit het noorden blaast een koude wind

en water bevriest tot ijs.

Het bedekt het water met een korst,

het water trekt een harnas aan.

21De wind verschroeit de bergen, doet de steppe branden,

verzengt het jonge gras als vuur.

22Maar de nevel brengt snelle genezing,

de dauw komt en verkwikt na de hitte.

23

43:23
Ps. 104:5-6
Volgens zijn plan heeft hij de oervloed bedwongen

en daar eilanden geplaatst.

24Wie de zee bezeilt vertelt hoe gevaarlijk ze is,

we staan verbaasd over wat we horen.

25

43:25
Ps. 104:25-26
107:23-24
Daar ziet men zonderlinge en verbazingwekkende dingen:

allerlei dieren, de zeemonsters die hij geschapen heeft.

26

43:26
Ps. 33:6
Door zijn plan is zijn werk geslaagd,43:26 Door zijn plan is zijn werk geslaagd – Volgens sommige handschriften. Brontekst: ‘Door hem heeft zijn bode succes’.

door zijn woord bestaat alles.

27

43:27
Ps. 106:2
Hoeveel we ook zeggen, het is nooit genoeg,

onze slotsom luidt: hij is alles.

28

43:28
Ps. 96:4
145:3
Waar vinden we de kracht om hem te loven?

Hij is groter dan alles wat hij gemaakt heeft.

29Hoe ontzagwekkend is de Heer, hoe groot,

hoe wonderbaarlijk is zijn macht.

30Verhef de Heer en loof hem zo veel je kunt,

want hij gaat je altijd te boven.

Verhef hem met alle kracht die in je is,

ga ermee door, want het is nooit genoeg.

31

43:31
Joh. 1:18
Wie heeft hem gezien? Wie kan hem beschrijven?

Wie maakt hem zo groot als hij is?

32

43:32
Job 26:14
Veel is verborgen, groter nog dan wat hier is genoemd,

van zijn werken zien we maar weinig.

33

43:33
Sir. 1:9-10
42:17
De Heer heeft alles gemaakt

en aan de vromen heeft hij wijsheid geschonken.

Lofzang op de voorvaders

Hier volgt een lofzang op de voorvaders.

44

441

44:1-15
1 Mak. 2:51-64
Laat ons de beroemde mannen prijzen,

onze voorvaders, generatie na generatie.

2De Heer heeft hun veel luister toebedeeld,

hen vanaf het begin groot gemaakt.

3Er waren heersers over koninkrijken,

mannen vermaard om hun kracht,

raadgevers vol inzicht,

verkondigers van profetieën,

4leiders van het volk door hun raad

en door hun verstandige onderricht van het volk –

wijs waren hun woorden bij hun onderwijs.

5Er waren mensen die melodieën bedachten,

en mensen die spreuken te boek stelden,

6rijke mensen met invloed,

vredestichters in hun woonplaatsen.

7Ze werden allen door hun tijdgenoten geroemd,

ze waren de trots van hun tijd.

8Sommigen van hen lieten een naam na,

zodat hun lof nog steeds verkondigd wordt.

9Aan anderen wordt niet meer gedacht,

ze zijn verdwenen alsof ze nooit hadden bestaan,

alsof ze nooit waren geboren;

en zo verging het ook hun kinderen.

10Maar de eersten waren barmhartig,

hun rechtvaardigheid werd niet vergeten.

11Hun naam blijft met hun nageslacht,

hun nakomelingen zijn hun goede erfenis.

12

44:12
Sir. 39:9
Hun nageslacht houdt zich aan de verbonden,

hun nakomelingen doen dat dankzij hen.

13Hun nageslacht blijft tot in eeuwigheid,

hun roem zal niet worden uitgewist.

14Ze werden in vrede begraven,

hun naam leeft voort van generatie op generatie.

15

44:15
Sir. 39:10
Over hun wijsheid zullen de volken vertellen,

de gemeenschap zal hun lof verkondigen.

Henoch en Noach

16

44:16
Gen. 5:24
Hebr. 11:5
Henoch was de Heer welgevallig en hij werd weggenomen,

een toonbeeld van inkeer voor alle generaties.

17

44:17
Gen. 6:9
7:1
1 Petr. 3:20
2 Petr. 2:5
Noach werd voorbeeldig en rechtschapen bevonden,

ten tijde van Gods toorn was hij het losgeld.

Toen de zondvloed kwam

bleef dankzij hem een rest van de aarde behouden.

18

44:18
Gen. 8:21-22
9:9-17
Met hem werd een eeuwig verbond gesloten,

zodat niet nog eens alle leven door een vloed zou worden weggevaagd.

Abraham, Isaak en Jakob

19

44:19-21
Rom. 4:13-18
Abraham is de aartsvader van een menigte volken,

er kleeft geen smet aan zijn roem.

20

44:20-21
Gen. 17:2-5
22:1-18
44:20
1 Mak. 2:52
Hebr. 11:17
Hij hield zich aan de wet van de Allerhoogste

en had met hem een verbond.

Dat verbond heeft hij in zijn lichaam gesneden,

en toen hij werd beproefd, bleek zijn trouw.

21

44:21
Gen. 12:2-3
15:5,18
Hand. 3:25
Gal. 3:8
Daarom heeft de Heer hem onder ede beloofd

dat door zijn nageslacht de volken gezegend zouden zijn.

Hij zou het zo talrijk maken als het stof van de aarde,

zijn nageslacht als sterren verheffen,

het een gebied geven van zee tot zee,

van de Rivier tot aan de einden der aarde.

22

44:22
Gen. 26:3-4
Aan Isaak beloofde hij hetzelfde,

vanwege zijn vader Abraham.

Ook liet hij het verbond en de zegen voor alle mensen

23

44:23
Gen. 17:19
28:14
Deut. 32:8-9
op het hoofd van Jakob rusten.

Door zijn zegen erkende hij hem

en gaf hij hem een gebied,

dat hij verdeelde onder de twaalf stammen.

Mozes

Hij bracht uit Jakob een barmhartig man voort,

die ieders genegenheid won,