Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
41

De dood

411Dood, hoe bitter is de gedachte aan jou

voor een mens die vreedzaam leeft te midden van zijn bezittingen,

die geen zorgen heeft, in alles voorspoed kent

en nog volop van het leven kan genieten.

2

41:2
Job 3:20-21
Dood, hoe goed is je vonnis

voor een mens die gebrek lijdt en wiens kracht afneemt,

voor een hoogbejaarde die zich over alles zorgen maakt,

opstandig is en geen geduld meer heeft.

3Vrees het vonnis van de dood niet,

denk aan wie je voorgingen en aan wie je zullen volgen.

4

41:4
Pred. 6:6
9:10
Het is het vonnis van de Heer over alles wat leeft,

waarom zou je verwerpen wat de Allerhoogste welgevallig is?

Of je nu tien, twintig of duizend jaar geleefd hebt,

in het dodenrijk kun je niet klagen over de duur van je leven.

5De kinderen van zondaars zijn afschuwelijk,

ze verkeren onder goddelozen.

6De erfenis van kinderen van zondaars gaat verloren,

op hun nageslacht rust blijvende schande.

7Kinderen veroordelen een goddeloze vader,

want om hem worden ze belasterd.

8Wee jullie, goddeloze mannen,

die de wet van de Allerhoogste hebben verlaten:

9als jullie kinderen krijgen worden ze vernietigd,

jullie werden vervloekt bij je geboorte,

jullie worden vervloekt bij je dood.

10

41:10
Job 1:21
Sir. 40:11
Alles wat uit de aarde komt, keert naar de aarde terug,

zo gaan de goddelozen van vervloeking naar vernietiging.

11

41:11
Spr. 10:7
De klaagzang over doden geldt alleen hun lichaam,

maar van zondaars wordt zelfs de naam uitgewist.

12

41:12
Spr. 22:1
Pred. 7:1
Behoed je naam, hij blijft langer bij je

dan duizenden grote schatten van goud.

13Een goed leven heeft een eindig aantal dagen,

maar een goede naam blijft tot in eeuwigheid.

Schaamte

14

41:14-15
Sir. 20:30-31
Mat. 5:14-16
Kinderen, onthoud wat je geleerd hebt en wees tevreden.

Welk nut hebben verborgen wijsheid en een onbereikbare schat?

15Beter een mens die zijn dwaasheid verbergt

dan een mens die zijn wijsheid verbergt.

16Schaam je voor de dingen die ik zal noemen

(het is niet goed je voor alles te schamen

en niet ieders oordeel is betrouwbaar).

17Schaam je tegenover je vader en moeder voor ontucht

en tegenover leiders en meerderen voor leugenachtigheid,

18tegenover een rechter en een ambtenaar voor wangedrag

en tegenover het volk en de gemeenschap voor wetteloosheid,

tegenover een vriend en een metgezel voor onrecht

19en tegenover je stadsgenoten voor diefstal.

Schaam je tegenover de waarheid van God en zijn verbond

en voor gulzigheid tijdens een maaltijd,

voor schelden bij het nemen en geven

20en voor zwijgen tegenover hen die je groeten,

voor het kijken naar een hoer

21

41:21
Sir. 9:8
en voor het negeren van een bloedverwant.

Schaam je voor het stelen van een geschenk of iemands deel

en voor het kijken naar de vrouw van een ander,

22voor omgang met zijn slavin

– nader haar bed niet –,

voor beledigingen tegenover vrienden

– beledig hen niet als je iets geeft –,

42

421voor het doorvertellen van wat je hebt gehoord

en voor het verraden van een geheim.

Als je je voor dit alles echt schaamt

zul je bij iedereen in de gunst staan.

Maar schaam je niet voor de volgende dingen,

anders zou je fouten kunnen maken door anderen te veel te ontzien.

2Schaam je niet voor de wet van de Allerhoogste en zijn verbond,

en voor een rechtvaardig vonnis, ook al spreekt het een goddeloze vrij,

3voor zakendoen met metgezel en reisgenoot,

en voor het verdelen van andermans erfenis.

4Schaam je niet voor nauwgezetheid met weegschaal en gewichten,

en voor rijkdom of armoede,

5

42:5
Sir. 30:1
33:25-27
voor winst als je goederen verkoopt,

voor een strenge opvoeding van je kinderen

en voor de bloedige afstraffing van een slechte slaaf.

6Als je een onbetrouwbare vrouw hebt, berg dan alles goed op,

waar veel handen zijn, moet je je bezit achter slot en grendel houden.

7Als je iets aflevert, tel en weeg het dan,

stel al je uitgaven en inkomsten te boek.

8Schaam je niet een onverstandig en dwaas mens terecht te wijzen

en een hoogbejaarde die is aangeklaagd voor ontucht.

Dan zul je werkelijk beschaafd zijn

en door alle mensen worden gewaardeerd.

Zorgen om een dochter

9Een vader ligt in stilte wakker om zijn dochter,

zorgen om haar verdrijven zijn slaap:

dat ze al in haar jeugd verwelkt,

dat ze als getrouwde vrouw door haar man wordt gehaat,

10dat ze als maagd wordt onteerd

en zwanger wordt in haar ouderlijk huis,

dat ze haar man ontrouw is

of dat ze, eenmaal getrouwd, onvruchtbaar blijkt.

11Bewaak een eigenzinnige dochter streng,

anders maakt ze je belachelijk bij je vijanden,

bezorgt ze je geroddel in de stad, een oploop van het volk

en maakt ze je bij velen te schande.

12Let bij geen mens op schoonheid

en verkeer niet onder vrouwen,

13want zoals uit kleren de mot tevoorschijn komt,

zo komt uit een vrouw haar kwaadaardigheid tevoorschijn.

14Beter een kwaadaardige man dan een vrouw die vriendelijk doet,

een schaamteloze vrouw brengt schande.

Lofzang op Gods schepping

15

42:15
Gen. 1:3
Ik zal de werken van de Heer gedenken

en vertellen wat ik heb gezien.

Door het woord van de Heer bestaan zijn werken,

zijn bevelen werden overeenkomstig zijn wensen uitgevoerd.

16De zon ziet lichtend op alles neer,

de Heer vervult zijn werk met luister.

17Zelfs zijn heiligen zijn niet in staat

over alle wonderbare werken te vertellen,

die hij, de almachtige Heer, tot stand heeft gebracht;

alles is door zijn macht gevestigd.

18

42:18
Ps. 139:1-18
Spr. 15:11
Jer. 17:9-10
Sir. 15:18-19
Hij peilt de afgrond en de harten van de mensen

en doorziet hun heimelijke plannen.

Want de Allerhoogste weet alles

en kent de eeuwige tekenen.

19Hij verkondigt wat voorbij is en wat komen zal

en brengt de sporen aan het licht van wat verborgen is.

20Geen enkele gedachte ontgaat hem

en niet één woord is voor hem verborgen.

21

42:21-22
Sir. 16:21-23
42:21
Pred. 3:14
Sir. 18:6
Rom. 11:34
Hij heeft de meesterwerken van zijn wijsheid geordend,

hij is onveranderlijk, van vóór het begin tot in eeuwigheid.

Aan hem wordt niets toegevoegd of afgedaan,

hij heeft van niemand raad nodig.

22Hoe bekoorlijk zijn zijn werken,

hoe schitterend om te zien.

23Alles leeft en blijft tot in eeuwigheid,

het gehoorzaamt hem wanneer het nodig is.

24

42:24
Pred. 3:1-8
Sir. 33:14-15
Alles bestaat twee aan twee, het een tegenover het ander,

hij heeft niets gemaakt dat onvolledig is.

25Het ene schepsel bevestigt hoe goed het andere is,

wie heeft ooit genoeg van zijn luister gezien?

43

431

43:1-12
Gen. 1:14-18
Ps. 8:1-5
19:2-7
104:19
De roem van de hemel is het heldere firmament,

de aanblik van de hemel is een en al pracht.

2De zon verkondigt bij haar opkomst

hoe wonderbaarlijk het werk is van de Allerhoogste.

3Op het middaguur verzengt ze het land,

wie kan haar hitte weerstaan?

4Wie een oven opstookt werkt in de hitte,

maar de zon verschroeit de bergen drie keer zo hard;

ze ademt vuur uit,

haar felle stralen verblinden de ogen.

5Groot is de Heer, die haar gemaakt heeft

en op wiens bevel zij voortsnelt langs haar baan.

6

43:6-8
Ps. 89:38
De maan verschijnt met vaste regelmaat,

een eeuwig teken van de wisselende tijden.

7De maan is het teken voor de feesten,

een licht dat vol wordt en weer afneemt.

8De maand is naar haar genoemd,

wonderlijk zijn haar gestalten.

Ze is een instrument van de hemelse machten,

stralend aan het hemelfirmament.

9

43:9-10
Bar. 3:33-35
De schoonheid van de hemel is de pracht van de sterren,

lichtende sieraden aan de hemel van de Heer.

10Ze stellen zich op naar het bevel van de Heilige

en worden niet moe op hun wachtposten.

11

43:11
Gen. 9:13
Ezech. 1:28
Sir. 50:7
Kijk naar de regenboog en prijs zijn maker,

hij is zo sierlijk in zijn helderheid.

12Hij legt om de hemel een cirkel van pracht,

de handen van de Allerhoogste hebben hem gespannen.

13

43:13
Job 38:22-23
Op zijn bevel ijlt de sneeuw omlaag

en komen de bliksems van zijn oordeel aangesneld,

14worden zijn voorraadkamers geopend

en vliegen de wolken er als vogels uit.

15

43:15
Ps. 147:17
Door zijn macht maakt hij de wolken hard

en brokkelen er hagelstenen af.

16-17Het geluid van zijn donder doet de aarde beven,

door zijn verschijning schudden de bergen

en door zijn wil woeden de zuidenwind,

de noorderstorm en de wervelwind.

De sneeuw strooit hij uit als dalende vogels,

als een zwerm sprinkhanen valt die neer.

18Het oog bewondert zijn witste schoonheid,

het hart verwondert zich wanneer hij als regen neervalt.

19

43:19
Ps. 147:16
Hij strooit de rijp uit als zout over de aarde,

bevroren is die zo scherp als dorens.

20Uit het noorden blaast een koude wind

en water bevriest tot ijs.

Het bedekt het water met een korst,

het water trekt een harnas aan.

21De wind verschroeit de bergen, doet de steppe branden,

verzengt het jonge gras als vuur.

22Maar de nevel brengt snelle genezing,

de dauw komt en verkwikt na de hitte.

23

43:23
Ps. 104:5-6
Volgens zijn plan heeft hij de oervloed bedwongen

en daar eilanden geplaatst.

24Wie de zee bezeilt vertelt hoe gevaarlijk ze is,

we staan verbaasd over wat we horen.

25

43:25
Ps. 104:25-26
107:23-24
Daar ziet men zonderlinge en verbazingwekkende dingen:

allerlei dieren, de zeemonsters die hij geschapen heeft.

26

43:26
Ps. 33:6
Door zijn plan is zijn werk geslaagd,43:26 Door zijn plan is zijn werk geslaagd – Volgens sommige handschriften. Brontekst: ‘Door hem heeft zijn bode succes’.

door zijn woord bestaat alles.

27

43:27
Ps. 106:2
Hoeveel we ook zeggen, het is nooit genoeg,

onze slotsom luidt: hij is alles.

28

43:28
Ps. 96:4
145:3
Waar vinden we de kracht om hem te loven?

Hij is groter dan alles wat hij gemaakt heeft.

29Hoe ontzagwekkend is de Heer, hoe groot,

hoe wonderbaarlijk is zijn macht.

30Verhef de Heer en loof hem zo veel je kunt,

want hij gaat je altijd te boven.

Verhef hem met alle kracht die in je is,

ga ermee door, want het is nooit genoeg.

31

43:31
Joh. 1:18
Wie heeft hem gezien? Wie kan hem beschrijven?

Wie maakt hem zo groot als hij is?

32

43:32
Job 26:14
Veel is verborgen, groter nog dan wat hier is genoemd,

van zijn werken zien we maar weinig.

33

43:33
Sir. 1:9-10
42:17
De Heer heeft alles gemaakt

en aan de vromen heeft hij wijsheid geschonken.

Lofzang op de voorvaders

Hier volgt een lofzang op de voorvaders.