Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
24

241

24:1-22
Spr. 1:20-33
8:1-36
9:1-6
Bar. 3:9-4:4
De wijsheid prijst zichzelf,

te midden van haar volk bezingt ze haar roem,

2in de gemeenschap van de Allerhoogste verheft ze haar stem,

tegenover zijn legermacht bezingt ze haar roem:

3‘Ik ben uit de mond van de Allerhoogste voortgekomen,

als een nevel heb ik de aarde bedekt.

4Ik zette mijn tent neer in de hoge hemel,

mijn troon stond op een wolkkolom.

5

24:5
Job 22:14
Ik heb de hemelboog alleen doorlopen

en ben de diepte van de afgrond doorgetrokken.

6Over de golven van de zee, over heel de aarde,

over alle volken en naties kreeg ik de macht.

7Overal zocht ik een rustplaats,

in wiens gebied zou ik wonen?

8

24:8
Ps. 132:13-14
Toen gaf de schepper van alles mij een opdracht,

hij die mij geschapen heeft gaf mijn tent een rustplaats.

Hij zei: “Zet je tent neer in Jakobs land,

vind in Israël je erfdeel.”

9Hij heeft mij in het begin, vóór alle tijden geschapen,

en ik zal nimmer sterven.

10Ik diende hem in zijn heilige tent,

zo kreeg ik een vaste plaats op de Sion.

11In de geliefde stad gaf hij me een rustplaats,

over Jeruzalem kreeg ik zeggenschap.

12Ik wortelde te midden van dat glorierijke volk,

het gebied van de Heer werd het mijne.

13Als een ceder op de Libanon verhief ik mij,

als een cipres in de bergen van de Hermon.

14Als een palmboom in Engedi verhief ik mij,

als een oleander in Jericho,

als een sierlijke olijfboom in het heuvelland,

als een plataan verhief ik mij.

15

24:15
Ex. 30:7-8,34-35
Als kaneel en kameeldoorn,

als uitgelezen mirre geurde ik heerlijk,

als galbanum, cistus en balsem,

als een wolk van wierook in de tabernakel.

16Ik strekte als een terebint mijn takken uit,

mijn prachtige, sierlijke takken.

17Ik bracht als een wijnstok sierlijke loten voort,

mijn bloesems werden prachtige en rijke vruchten.

18Ik ben de moeder van ontzag en ware liefde,

van kennis en heilige hoop.

Ik werd aan al mijn kinderen voor eeuwig geschonken,

aan allen die de Heer heeft uitgekozen.

19Kom bij mij, als je naar mij verlangt

en doe je te goed aan mijn vruchten.

20

24:20
Ps. 19:11
119:103
Want denken aan mij is zoeter dan honing,

mij bezitten zoeter dan een honingraat.

21Wie mij eet krijgt nog meer honger,

wie mij drinkt krijgt nog meer dorst.

22Wie mij gehoorzaamt wordt niet teleurgesteld,

wie volgens mijn wijsheid handelt zondigt niet.’

Wijsheid en de wet

23

24:23
Deut. 33:4
Dit alles ligt besloten

in het verbondsboek van de allerhoogste God,

de wet, die Mozes ons heeft gegeven

als bezit voor Jakobs gemeenschap.

24Zoek altijd je kracht in de Heer,

houd je aan hem vast, dan maakt hij je sterk.

De almachtige Heer is de enige God,

er is geen redder buiten hem.

25

24:25
Gen. 2:11
De wet stroomt over van wijsheid,

zoals de Pison en de Tigris overstromen in de tijd van de vruchtenoogst.

26

24:26
Joz. 3:15
De wet stroomt over van kennis,

zoals de Eufraat en de Jordaan overstromen in de tijd van de oogst.

27

24:27
Gen. 2:13
De wet stroomt over van onderricht,

zoals de Nijl en de Gichon overstromen in de tijd van de druivenoogst.24:27 De wet stroomt over van onderricht,/ zoals de Nijl en de Gichon overstromen in de tijd van de druivenoogst – Voorgestelde lezing. Brontekst: ‘De wet doet onderricht schijnen als licht, zoals de Gichon in de tijd van de druivenoogst’.

28De eerste mens leerde hem niet volledig kennen,

de laatste zal hem evenmin doorgronden.

29

24:29
Rom. 11:33
Want de gedachten die hij bevat zijn voller dan de zee,

dieper dan de diepste afgrond is het inzicht dat hij biedt.

30

24:30
Jes. 58:11
Ik, Sirach, ben als een kanaal, gevoed door een rivier,

als een waterloop stroom ik naar een hof.

31

24:31
Jes. 11:9
Joh. 7:38
Ik zei: ‘Ik zal mijn boomgaard bevloeien,

ik zal mijn bloembed besproeien.’

En kijk, mijn kanaal werd een rivier,

en mijn rivier werd een zee.

32Ik maak mijn onderricht zo helder als de dageraad,

ik laat zijn licht tot in de verte schijnen.

33Ik giet mijn leer uit als een profetie,

ik geef hem door tot in de verste generaties.

34Ik heb mij niet alleen voor mijzelf ingespannen,

maar voor allen die wijsheid zoeken.

25

Prijzenswaardige en afkeurenswaardige dingen

251

25:1
Ps. 133:1
1 Kor. 1:10
Filip. 2:2
Drie dingen geven mij vreugde,

ze zijn geliefd bij de Heer en bij mensen:

eensgezindheid onder broers en zusters,

vriendschap met anderen,

man en vrouw die harmonisch samenleven.

2Drie soorten mensen haat ik,

hun levenswijze stoot me af:

een arme die hoogmoedig is, een rijke die liegt,

een oude dwaas die overspel pleegt.

3Als je in je jeugd niets hebt verworven,

wat heb je dan wanneer je oud bent?

4

25:4
Wijsh. 4:8-9
Hoe mooi is het als grijsaards rechtspreken

en als oude mannen goede raad geven.

5Hoe mooi is de wijsheid van oude mensen,

het inzicht en de goede raad van eerbiedwaardige mannen.

6De kroon van oude mannen is hun grote ervaring,

hun trots is ontzag voor de Heer.

7Negen dingen prijs ik in gedachte,

en een tiende zal ik hardop loven:

een mens die vreugde aan zijn kinderen beleeft,

iemand die nog bij zijn leven de val van zijn vijanden meemaakt.

8

25:8
Spr. 31:10-11
Sir. 14:1
26:1
Gelukkig is wie samenleeft met een verstandige vrouw,

wie met zijn tong niet uitglijdt

en wie niet zijn mindere dient.

9Gelukkig is wie inzicht heeft gekregen

en wie spreekt voor een aandachtig gehoor.

10Hoe groot is hij die wijsheid heeft gevonden,

maar niemand is groter dan wie ontzag heeft voor de Heer.

11Ontzag voor de Heer gaat boven alles;

wie daarnaar leeft is met niemand te vergelijken.

12Liefde voor de Heer begint met ontzag voor hem,

verbondenheid met de Heer begint met trouw aan hem.

Slechte en goede vrouwen

13Alle pijn desnoods, maar geen pijn van het hart!

Alle kwaadaardigheid desnoods, maar geen kwaadaardigheid van een vrouw!

14Alle ellende desnoods, maar geen ellende van hen die mij haten!

Alle vergelding desnoods, maar geen vergelding van mijn vijanden!

15Geen erger gif dan het gif25:15 gif [...] het gif – Voorgestelde lezing. Brontekst: ‘kop [...] de kop’. van een slang,

geen erger venijn dan het venijn van een vrouw.

16

25:16
Spr. 21:9,19
25:24
27:15
Ik leef liever samen met een leeuw en een draak

dan met een kwaadaardige vrouw.

17De kwaadaardigheid van een vrouw verandert haar blik

en maakt haar gezicht zo nors als dat van een beer.

18Al zit haar man te midden van vrienden aan tafel,

hij moet bitter zuchten, of hij wil of niet.

19Alle kwaad valt in het niet bij het kwaad van een vrouw,

moge het lot van een zondaar haar treffen.

20Als een zanderige helling voor de voeten van een grijsaard,

zo is een praatzieke vrouw voor een rustige man.

21Bezwijk niet voor de schoonheid van een vrouw

en zet je zinnen niet op haar.

22Als een vrouw haar man onderhoudt,

leidt dat tot woede, schaamte en grote schande.

23Een vernederd gemoed, een treurig gezicht en pijn in het hart,

daartoe leidt een kwaadaardige vrouw.

Wie haar man ongelukkig maakt,

bezorgt hem slappe handen en knikkende knieën.

24

25:24
Gen. 3:1-6
Rom. 5:12
1 Kor. 15:22
1 Tim. 2:14
Bij een vrouw is de zonde begonnen,

door haar moeten wij allen sterven.

25Laat water niet de vrije loop,

laat een kwaadaardige vrouw niet vrijuit spreken.

26Als ze je niet gehoorzaamt,

ban haar dan uit je leven.

26

261

26:1
Spr. 31:10-11
Sir. 25:8
Gelukkig is de man van een goede vrouw,

hij leeft twee keer zo lang.

2

26:2
Spr. 12:4
Een sterke vrouw geeft haar man vreugde,

hij zal in vrede oud worden.

3

26:3
Spr. 18:22
Met een goede vrouw is men uitstekend bedeeld,

ze wordt geschonken aan wie ontzag heeft voor de Heer.

4Rijk of arm, zo’n man is gelukkig,

zijn gezicht staat altijd opgewekt.

5Voor drie dingen ben ik bang,

en voor een vierde ben ik zeer beducht:

laster in de stad, een massa die te hoop loopt,

valse aanklachten – alle zijn erger dan de dood.

6Maar tot een gekweld hart en groot verdriet

leidt een vrouw die jaloers is op een andere vrouw,

en die roddelt met de gesel van haar tong.

7Als een slingerend ossenspan is een kwaadaardige vrouw,

wie haar in toom probeert te houden

is als iemand die een schorpioen beetpakt.

8Een dronken vrouw wekt grote woede op,

ze verbergt haar schaamteloosheid niet.

9

26:9
Spr. 6:25
De ontucht van een vrouw blijkt uit haar oogopslag,

aan haar lonken ken je haar.

10Bewaak een eigenzinnige vrouw streng,

anders gooit ze haar eer te grabbel zodra ze de kans krijgt.

11Let goed op haar schaamteloze blik,

wees niet verwonderd als ze zich tegenover je misdraagt.

12Zoals een dorstige reiziger zijn mond opent

voor al het water dat hij maar kan vinden,

zo gaat zij tegenover elke tentpaal zitten

en opent ze haar koker voor de pijl.

13De bekoorlijkheid van een vrouw verblijdt haar man,

haar vaardigheden geven hem kracht.

14Een zwijgzame vrouw is een geschenk van de Heer,

innerlijke beschaving is iets onbetaalbaars.

15Een ingetogen vrouw is dubbel zo bekoorlijk,

niets weegt op tegen haar zelfbeheersing.

16Zoals de zon aan de hoogste hemel van de Heer,

zo is de schoonheid van een goede vrouw in haar geordend huis.

17Zoals het stralend licht op de heilige lampenstandaard,

zo is een mooi gezicht op een welgevormd lichaam.

18Zoals gouden pilaren op een zilveren fundament,

zo zijn mooie benen op stevige voeten.

19Mijn kind, blijf in je jeugd gezond,

verspil je kracht niet aan vreemden.

20Zoek van de hele vlakte het vruchtbaarste deel

en zaai dan je eigen zaad, vertrouw op je goede afkomst.

21Dan leeft je nageslacht voort

en groeit het op vol vertrouwen in zijn goede afkomst.

22Een vrouw die te koop is beschouwt men als spuug,

een getrouwde vrouw als een dodelijke valstrik26:22 een dodelijke valstrik – Voorgestelde lezing. Brontekst: ‘een toren van de dood’. voor haar minnaars.

23Een goddeloze vrouw wordt aan een wetteloze man gegeven,

maar een vrome vrouw aan een man met ontzag voor de Heer.

24Een schaamteloze vrouw brengt haar tijd in schande door,

maar een fatsoenlijke vrouw is zelfs ingetogen tegenover haar man.

25Een losbandige vrouw beschouwt men als een hond,

maar een ingetogen vrouw heeft ontzag voor de Heer.

26Een vrouw die achting voor haar man heeft is wijs in ieders ogen,

maar een vrouw die haar man hoogmoedig te schande maakt,

raakt bij iedereen als verdorven bekend.

Gelukkig is de man van een goede vrouw,

want hij leeft twee keer zo lang.

27Een praatzieke, kijvende vrouw

is als een krijgstrompet waarvoor je op de vlucht slaat.

Een man die met zo’n vrouw samenleeft,

leeft voortdurend onder krijgsrumoer.

Afkeurenswaardige dingen

28Twee dingen maken mij bedroefd,

en een derde maakt mij woedend:

een soldaat die armoe lijdt,

verstandige mannen die als drek worden beschouwd,

een mens die van rechtvaardigheid in zonde vervalt;

de Heer bestemt hem voor het zwaard.

29Een koopman blijft zelden voor een misstap bewaard

en ook een kleine handelaar blijft niet onschuldig.