Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
52

521Voor de koorleider. Een kunstig lied van David, 2

52:2
1 Sam. 22:9
toen de Edomiet Doëg naar Saul was gegaan en hem had meegedeeld: ‘David bevindt zich in het huis van Achimelech.’

3Wat prijs je het kwade aan, jij held,

en smaal je voortdurend op God!52:3 en smaal je voortdurend op God – Ook mogelijk is de vertaling: ‘Gods trouw [duurt] dag na dag’.

4

52:4
Ps. 55:22
57:5
59:8
64:4
Je zint op ongeluk, je tong

is het scherpe mes van een bedrieger.

5

52:5
Jer. 9:4
Je hebt het kwade lief, meer dan het goede,

de leugen meer dan de waarheid. sela

6Je houdt van woorden die pijn doen,

van een tong die bedriegt.

7

52:7
Spr. 2:22
God zelf zal je breken, voorgoed,

hij zal je grijpen en meesleuren uit je tent,

je wegrukken uit het land van de levenden. sela

8De rechtvaardigen zullen het zien, vol ontzag,

en zij lachen hem uit:

9‘Kijk die held,

die zijn toevlucht niet zocht bij God,

maar vertrouwde op zijn rijkdom –

zijn toevlucht werd zijn ongeluk.’

10

52:10
Ps. 1:3
92:13-15
Jer. 11:16
Maar ik ben als een groene olijfboom

in het huis van God,

ik vertrouw op de liefde van God

voor eeuwig en altijd.

11Ik zal u eeuwig loven om wat u hebt gedaan,

ik blijf hopen op uw naam, die goed is,

in de kring van wie u lief zijn.

53

531

53:1-7
Ps. 14:1-7
Voor de koorleider. Op de wijs van De rietpijp. Een kunstig lied van David.

2Dwazen denken bij zichzelf: Er is geen God.

Verdorven zijn ze, en gruwelijk is hun onrecht,

geen van hen deugt.

3God kijkt vanuit de hemel naar de mensen

om te zien of er één verstandig is,

één die God zoekt.

4

53:4
Pred. 7:20
Rom. 3:10-12
Allen zijn afgegleden, allen ontaard,

geen van hen deugt, niet één.

5Hebben ze dan geen inzicht, die kwaadstichters?

Ze verslinden mijn volk of het brood is

en God roepen ze niet aan.

6Nog even, en hen overvalt een hevige angst,

een angst als nooit tevoren.

God zal het gebeente van je belagers verstrooien,

lach maar om hen, want God heeft hen verworpen.

7Ach, laat uit Sion redding komen voor Israël.

Als God het lot van zijn volk ten goede keert,

zal Jakob juichen, Israël zich verheugen.

54

541Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een kunstig lied van David, 2

54:2
1 Sam. 23:19
26:1
toen de inwoners van Zif aan Saul waren gaan zeggen: ‘Weet u niet dat David zich bij ons schuilhoudt?’

3God, bevrijd mij door uw naam,

verschaf mij recht door uw macht.

4God, luister naar mijn gebed,

hoor de woorden van mijn mond.

5

54:5
Ps. 86:14
Vreemden vallen mij aan,

zij staan mij met geweld naar het leven,

zij houden God niet voor ogen. sela

6

54:6
Ps. 118:7
Zie, God is mijn helper,

de Heer is het die mijn leven draagt.

7Laat het kwaad zich keren tegen mijn belagers,

toon uw trouw en breng hen tot zwijgen.

8

54:8
Ps. 52:11
Van harte zal ik u offers brengen

en uw naam loven, HEER, want hij is goed:

9hij heeft mij uit de nood gered,

onbevreesd zie ik mijn vijanden aan.