Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

471Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm.

2

47:2
Sef. 3:14
Klap in de handen, o volken,

juich God toe met jubelzang:

3

47:3
Ex. 15:18
Jes. 52:7
geducht is de HEER, de Allerhoogste,

machtige koning van heel de aarde.

4Volken dwong hij voor ons op de knieën,

naties legde hij aan onze voeten.

5Hij koos voor ons een eigen land,

de trots van Jakob, het volk dat hij liefheeft. sela

6

47:6
Ps. 68:19
98:6
Onder gejuich steeg God omhoog,

de HEER steeg op bij hoorngeschal.

7Zing voor God, zing een lied,

zing voor onze koning, zing hem een lied:

8God is koning van heel de aarde.

Zing een feestelijk lied.

9

47:9
Jer. 10:7
God heerst als koning over de volken,

God zetelt op zijn heilige troon.

10De vorsten van de volken zijn bijeen

in het gevolg van Abrahams God.

Zijn schildwachten zijn ze op aarde.

Hoog is hij verheven.