Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
18

181

18:1-51
2 Sam. 22:1-51
Voor de koorleider. Van David, de dienaar van de HEER. Hij sprak de woorden van dit lied tot de HEER toen de HEER hem aan de greep van zijn vijanden had ontrukt, ook aan die van Saul. 2Hij zei:

Ik heb u lief, HEER, mijn sterkte,

3

18:3
Deut. 32:4
HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder,

God, mijn steenrots, bij u kan ik schuilen,

mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht.

4Ik roep: ‘Geloofd zij de HEER,’

want ik ben van mijn vijanden verlost.

5Mij omsloten de banden van de dood,

de kolkende afgrond joeg mij angst aan,

6de banden van het dodenrijk omklemden mij,

op mijn weg lagen de valstrikken van de dood.

7In mijn nood riep ik tot de HEER,

ik schreeuwde naar mijn God om hulp.

In zijn paleis hoorde hij mijn stem,

mijn roepen bereikte zijn oren.

8

18:8-15
Hab. 3:6-13
18:8
Ex. 19:16
Recht. 5:4-5
Toen schudde en schokte de aarde,

de bergen trilden op hun grondvesten,

beefden omdat hij vlamde van woede,

9rook steeg op uit zijn neus,

verterend vuur kwam uit zijn mond,

hij spuwde hete as.

10Hij schoof de hemel open en daalde af,

duisternis onder zijn voeten,

11hij besteeg de cherub en vloog,

zwevend op de vleugels van de wind.

12

18:12
Deut. 4:11
Hij maakte van het donker zijn schuilplaats,

trok een tent om zich heen

van duister water, dichte wolken.

13Een vuurgloed ging voor hem uit,

wolken joegen voort, hagel en gloeiende as.

14

18:14
Ex. 19:19
Job 36:29
De donder van de HEER klonk aan de hemel,

de Allerhoogste verhief zijn stem:

hagel en gloeiende as.

15

18:15-16
Ps. 77:17-19
Hij schoot zijn pijlen en sloeg de vijanden uiteen,

wierp zijn bliksemschichten en verdreef hen.

16

18:16
Ex. 15:8
De beddingen van het water werden zichtbaar,

de grondvesten van de wereld kwamen bloot

door uw dreigende blik, HEER,

door de briesende adem uit uw neus.

17Hij bood hulp van omhoog, greep mij vast

en trok mij op uit de woeste wateren,

18ontrukte mij aan mijn machtige vijand,

aan mijn haters, die sterker waren dan ik.

19Op de dag van mijn ondergang vielen zij aan,

maar de HEER was mij tot steun.

20Hij leidde mij weg uit de nood en gaf mij ruimte,

bevrijdde mij, omdat hij mij liefhad.

21De HEER heeft mijn onschuld vergolden,

mij beloond voor mijn reine handen:

22ik volgde de wegen die de HEER had gewezen

en werd mijn God niet ontrouw,

23zijn voorschriften hield ik voor ogen,

zijn wetten wees ik nooit af.

24Ik was hem volkomen toegewijd

en hoedde mij steeds voor het kwaad,

25daarom heeft de HEER mijn onschuld beloond,

hij zag mijn reine handen.

26U bent trouw voor de trouwe,

volmaakt voor de volmaakte,

27zuiver voor de zuivere,

maar voor de sluwe ongrijpbaar.

28

18:28
Spr. 3:34
U bent de redder van het vertrapte volk,

wie zich hoog wanen, brengt u ten val.

29

18:29
Job 29:3
U bent het die mijn lamp doet schijnen,

u, HEER, mijn God, verlicht mijn duisternis,

30met u storm ik af op een legerbende,

met mijn God beklim ik de hoogste muur.

31

18:31
Deut. 32:4
Ps. 12:7
Spr. 30:5
Gods weg is volmaakt,

het woord van de HEER is zuiver,

een schild is hij

voor allen die bij hem schuilen.

32

18:32
Jes. 44:8
45:21
Wie anders is God dan de HEER,

wie anders een rots dan onze God?

33De God die mij met kracht omgordt,

leidt mij op een volmaakte weg,

34

18:34
Hab. 3:19
hij geeft mij voeten snel als hinden,

doet mij op toppen van bergen staan,

35oefent mijn handen voor de strijd –

mijn armen spannen de bronzen boog.

36U was het schild dat mij redde,

uw rechterhand ondersteunde mij,

uw woord maakte mij sterk,

37u baande de weg voor mijn voeten,

ik wankelde niet.

38Ik achtervolgde mijn vijanden, haalde hen in

en keerde niet terug voor ik hen had vernietigd,

39ik verpletterde hen, ze stonden niet meer op,

dood lagen ze onder mijn voeten.

40U hebt mij omgord met kracht voor de strijd,

mijn tegenstanders voor mij doen buigen,

41u liet mij de rug van mijn vijanden zien,

mijn haters, ik roeide ze uit.

42Ze riepen om hulp, maar er was geen redder,

ze riepen de HEER, maar hij antwoordde niet.

43Ik verpulverde hen tot stof in de wind,

veegde hen weg als vuil van de straat.

44

18:44
Ps. 2:8-9
U bevrijdde mij van een opstandig volk,

stelde mij aan tot hoofd van de naties.

Een volk dat ik niet kende, onderwierp zich,

45gehoorzaamde mij zodra het van mij hoorde.

Vreemdelingen toonden zich onderdanig,

46

18:46
Micha 7:17
vreemde volken verloren hun kracht,

bevend kwamen zij uit hun burchten.

47De HEER leeft, geprezen zij mijn rots,

hoogverheven is God, mijn redder.

48De God die mij wraak liet nemen,

dwong volken op de knieën,

49bevrijdde mij van mijn vijanden,

verhief mij boven mijn tegenstanders,

ontrukte mij aan mannen van geweld.

50

18:50
Ps. 7:18
Rom. 15:9
Daarom wil ik u prijzen te midden van de volken, HEER,

een loflied zingen tot eer van uw naam.

51Hij schenkt zijn koning grote overwinningen,

betoont zich trouw aan zijn gezalfde,

aan David en zijn nageslacht, voor altijd.

19

191Voor de koorleider. Een psalm van David.

2

19:2-3
Gen. 1:14-19
Sir. 43:1-2
De hemel verhaalt van Gods majesteit,

het uitspansel roemt het werk van zijn handen,

3de dag zegt het voort aan de dag die komt,

de nacht vertelt het door aan de volgende nacht.

4Toch wordt er niets gezegd, geen woord

gehoord, het is een spraak zonder klank.

5

19:5
Rom. 10:18
Over heel de aarde gaat hun stem,19:5 hun stem – Volgens de oudste vertalingen. MT: ‘hun meetlint’.

tot aan het einde van de wereld hun taal.

Daar heeft hij een tent opgeslagen voor de zon:

6een jonge bruidegom die het bruidsbed verlaat,

een held die vrolijk voortrent op zijn weg.

7Aan het ene einde van de hemel komt hij op,

aan het andere einde voltooit hij zijn loop,

niets blijft voor zijn gloed verborgen.

8

19:8
Ps. 119:1
De wet van de HEER is volmaakt:

levenskracht voor de mens.

De richtlijn van de HEER is betrouwbaar:

wijsheid voor de eenvoudige.

9De bevelen van de HEER zijn eenduidig:

vreugde voor het hart.

Het gebod van de HEER is helder:

licht voor de ogen.

10Het ontzag voor de HEER is zuiver,

houdt stand, voor altijd.

De voorschriften van de HEER zijn waarachtig,

rechtvaardig, geheel en al.

11

19:11
Ps. 119:103,127
Ze zijn begeerlijker dan goud,

dan fijn goud in overvloed,

en zoeter dan honing,

dan honing vers uit de raat.

12Uw dienaar laat zich erdoor verlichten,

wie ze opvolgt wordt rijk beloond.

13Maar wie kan al zijn fouten kennen?

Spreek mij vrij van verborgen zonden.

14Bescherm mij, uw dienaar, en laat hoogmoed

niet over mij heersen, dan zal ik volmaakt zijn

en bevrijd van grote zonde.

15Laten de woorden van mijn mond u behagen,

de overpeinzingen van mijn hart u bekoren,

HEER, mijn rots, mijn bevrijder.

20

201Voor de koorleider. Een psalm van David.

2

20:2
Spr. 18:10
Moge de HEER u antwoorden in dagen van nood

en de naam van Jakobs God u beschermen,

3moge hij hulp zenden uit zijn heiligdom,

uit Sion u bijstaan.

4Moge hij al uw gaven gedenken,

uw brandoffers welwillend aanvaarden, sela

5moge hij geven wat uw hart verlangt,

en al uw plannen doen slagen.

6Laat ons juichen om uw overwinning,

het vaandel heffen, in de naam van onze God.

Moge de HEER al uw wensen vervullen.

7

20:7
Ps. 18:51
Dit weet ik zeker:

de HEER schenkt de overwinning aan zijn gezalfde,

hij antwoordt hem uit zijn heilige hemel

met de overwinning door zijn machtige hand.

8

20:8-9
Ps. 33:16-17
147:10-11
Hos. 1:7
Anderen vertrouwen op paarden en wagens,

wij op de naam van de HEER, onze God.

9Anderen buigen en vallen ter aarde,

wij richten ons op en houden stand.

10HEER, schenk de koning de overwinning,

antwoord ons wanneer wij u aanroepen.20:10 HEER, schenk de koning de overwinning,/ antwoord ons wanneer wij u aanroepen – Volgens de Septuaginta en de Targoem. MT: ‘HEER, schenk de overwinning! De koning moge ons antwoorden wanneer wij roepen’.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]