Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
13

131Voor de koorleider. Een psalm van David.

2

13:2
Ps. 6:4
89:47
Hoe lang nog, HEER, zult u mij vergeten,

hoe lang nog verbergt u voor mij uw gelaat?

3Hoe lang nog wordt mijn ziel gekweld door zorgen

en mijn hart door verdriet overstelpt, dag aan dag?

Hoe lang nog houdt mijn vijand de overhand?

4Zie mij, antwoord mij, HEER, mijn God!

Verlicht mijn ogen, dat ik niet in doodsslaap wegzink.

5

13:5
Ps. 38:17
Laat mijn vijand niet roepen: ‘Ik heb hem verslagen,’

mijn belagers niet juichen omdat ik bezwijk.

6Ik vertrouw op uw liefde:

mijn hart zal juichen omdat u redding brengt,

ik zal zingen voor de HEER, hij heeft mij geholpen.

14

141

14:1-7
Ps. 53:1-7
14:1
Ps. 10:4
Voor de koorleider. Van David.

Dwazen denken: Er is geen God.

Verdorven zijn ze, en gruwelijk hun daden,

geen van hen deugt.

2De HEER kijkt vanuit de hemel naar de mensen

om te zien of er één verstandig is,

één die God zoekt.

3

14:3
Rom. 3:10-12
Allen zijn afgedwaald, allen ontaard,

geen van hen deugt, niet één.

4Hebben ze dan geen inzicht, die kwaadstichters?

Ze verslinden mijn volk of het brood is

en roepen de HEER niet aan.

5Nog even, en hen overvalt een hevige angst,

want God is met de rechtvaardigen.

6Lach maar om het vertrouwen van de zwakke –

hij vindt zijn toevlucht bij de HEER.

7

14:7
Ps. 85:2
126:1
Ach, laat uit Sion redding komen voor Israël.

Als de HEER het lot van zijn volk ten goede keert,

zal Jakob juichen, Israël zich verheugen.

15

151

15:1-5
Ps. 24:3-6
Jes. 33:15-16
Een psalm van David.

HEER, wie mag gast zijn in uw tent,

wie mag wonen op uw heilige berg?

2

15:2
Ps. 119:1
Wie de volmaakte weg gaat en doet wat goed is,

wie oprecht de waarheid spreekt.

3Hij doet aan lasterpraat niet mee,

hij benadeelt een ander niet

en drijft niet de spot met zijn naaste.

4Hij veracht wie geen achting waard is,

maar eert wie ontzag heeft voor de HEER.

Zijn eed breekt hij niet, al brengt het hem nadeel,

5voor een lening vraagt hij geen rente,

hij verraadt geen onschuldigen voor geld.

Wie zo doet, komt nooit ten val.