Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
127

1271

127:1
Spr. 10:22
Een pelgrimslied van Salomo.

Als de HEER het huis niet bouwt,

vergeefs zwoegen de bouwers;

als de HEER de stad niet bewaakt,

vergeefs doet de wachter zijn ronde.

2Vergeefs is het

dat je vroeg opstaat,

je laat te ruste legt,

je aftobt voor wat brood –

hij geeft het zijn lieveling in de slaap.127:2 hij geeft het zijn lieveling in de slaap – Ook mogelijk is de vertaling: ‘hij schenkt zijn lieveling de slaap’.

3

127:3
Deut. 28:11
Ps. 128:3-4
Spr. 17:6
Kinderen zijn een geschenk van de HEER,

de vrucht van de schoot is een beloning van God.

4Als pijlen in de hand van een schutter,

zo zijn kinderen, verwekt in je jeugd.

5

127:5
Spr. 31:23
Gelukkig de man

wiens koker is gevuld

met pijlen zoals zij.

Hij staat niet te schande

als hij zijn vijanden aanklaagt in de poort.

128

1281

128:1
Ps. 37:3-5
112:1
Een pelgrimslied.

Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de HEER

en de weg gaat die hij wijst:

2

128:2
Ps. 112:3
je zult eten wat je werk opbrengt,

geluk en voorspoed vallen je toe,

3

128:3
Ps. 144:12
je vrouw als een vruchtbare wijnstok

in het midden van je huis,

je kinderen als jonge olijfbomen

in een kring om je tafel.

4Ja, zo wordt gezegend

de man die ontzag heeft voor de HEER.

5

128:5
Ps. 20:3
134:3
Ontvang de zegen van de HEER uit Sion,

verheug je in de voorspoed van Jeruzalem,

alle dagen van je leven,

6

128:6
Ps. 125:5
Spr. 17:6
en verheug je in de kinderen van je kinderen.

Vrede over Israël!

129

1291

129:1
Ps. 124:1
Een pelgrimslied.

Dikwijls werd ik gekweld, van mijn jeugd af aan,

– Israël, blijf het herhalen –

2dikwijls werd ik gekweld, van mijn jeugd af aan,

maar gebroken hebben ze mij niet.

3

129:3
Jes. 51:23
Ze trokken hun ploeg over mijn rug

en maakten lange voren,

4maar de HEER die rechtvaardig is,

sneed de riemen van de drijvers door.

5Beschaamd deinzen terug

allen die Sion haten,

6

129:6
Jes. 37:27
ze zijn als gras op de daken

dat verdort nog voor het bloeit:

7de maaier vult er zijn hand niet mee

noch de schovenbinder zijn armen,

8

129:8
Ruth 2:4
en geen voorbijganger zegt:

‘Moge de HEER u zegenen.’

Wij zegenen u in de naam van de HEER.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]