Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
2

21

2:1
Ps. 36:5
Wee hun die kwaad in de zin hebben en op hun bed boze plannen smeden. Al in het ochtendgloren brengen ze die ten uitvoer, dat ligt in hun macht. 2
2:2
Jes. 5:8
Willen ze een veld? Ze roven het! Willen ze een huis? Ze nemen het! Ze maken zich meester van huizen en hun bezitters, van mensen en hun eigendom. 3Daarom – dit zegt de HEER: Over dit volk zal ik onheil brengen, een onheil dat jullie niet kunnen afschudden en waaronder jullie gebukt zullen gaan. Er wacht jullie een tijd van verschrikking! 4Dan zal dit over jullie worden gezegd, dan zal deze weeklacht klinken:

‘Het is voorbij!’ zal men zeggen.

‘We zijn reddeloos verloren.

Ons erfdeel wordt verkwanseld,

het wordt ons ontnomen,

ons land onder afvalligen verdeeld.’

5Daarom blijven jullie achter wanneer het volk van de HEER het land verdeelt. Niemand zal voor jullie het lot werpen wanneer het meetlint wordt gespannen.

6

2:6
Jes. 30:10
Amos 2:12
‘Houd op,’ zeggen zij, ‘houd op met dat geprofeteer! Komt er nooit een eind aan die beschimpingen? 7Zou dit het zijn wat het volk van Jakob is aangezegd? Verliest de HEER zo snel zijn geduld, zouden dit zijn daden zijn?’ Betekenen mijn woorden dan geen voorspoed voor wie de rechte weg gaat? 8Steeds weer stelt mijn volk zich vijandig op tegenover al wie vredelievend is.2:8 al wie vredelievend is – Voorgestelde lezing ondersteund door de Septuaginta. MT: ‘een mantel’. Nietsvermoedende, vreedzame voorbijgangers worden van hun mantel beroofd. 9Jullie verdrijven de vrouwen van mijn volk uit de huizen waarin zij gelukkig zijn. Jullie ontnemen hun kinderen voor altijd de luister waarmee ik hen heb bekleed. 10Sta op, ga weg, hier zul je geen rust vinden. Dit land is onrein, het brengt bederf en vreselijke vernietiging. 11
2:11
Jer. 5:31
Als er iemand was die niets dan wind en valse leugens verspreidt en profeteert: ‘Ik zie wijn en drank,’ dan zou dat voor dit volk de ware profeet zijn!

12

2:12
Deut. 30:3
Ezech. 37:15-28
Ik zal je bijeenbrengen, Jakob, je in je geheel bijeenbrengen.

Ik zal verzamelen wat er van Israël over is, ik zal het verzamelen.

Ik zal ze samenbrengen als schapen en geiten

binnen de omheining,2:12 binnen de omheining – Volgens sommige oude vertalingen. MT: ‘van Bosra’. als een kudde in de wei;

het zal daar gonzen van de mensen.

13Hij die een bres slaat gaat voorop,

ze breken uit, ze trekken door de poort,

ze gaan erdoor naar buiten.

Hun koning gaat hun voor,

de HEER gaat aan het hoofd.

3

31En ik zei: Hoor toch, leiders van Jakob, hoor, heersers van het volk van Israël! Jullie moeten het recht toch kennen? 2

3:2
Jes. 5:20
Maar jullie haten het goede en houden van het kwaad. Jullie stropen mijn volk de huid af en rukken het vlees van hun botten. 3Zij eten hun vlees, ze stropen hun huid af en breken hun botten. Als vlees om te koken, als vlees voor de pot hakken ze mijn volk in stukken. 4
3:4
Deut. 31:17
Als ze dan tot de HEER om hulp roepen, zal hij hun niet antwoorden. Hij zal zijn gelaat voor hen verbergen vanwege het kwaad dat ze begaan.

5Dit zegt de HEER over de profeten die mijn volk misleiden, die over vrede praten zolang ze maar iets te eten krijgen en die iedereen die hen niet op hun wenken bedient de oorlog verklaren: 6Voor jullie zal het een nacht zijn zonder visioenen, donker en zonder voorspellingen. Voor die profeten zal de zon ondergaan en zal de dag veranderen in duisternis. 7De zieners zullen beschaamd staan en de waarzeggers worden te schande gemaakt: ze zullen hun mond gesloten houden, want God geeft geen antwoord. 8Ik daarentegen ben vervuld van kracht, ik heb de geest van de HEER, ik ben rechtvaardig en ik heb de moed om aan Jakob zijn wandaden bekend te maken, en aan Israël zijn zonde.

9

3:9
Amos 5:7
Hoor toch wat volgt, leiders van het volk van Jakob en heersers van het volk van Israël, jullie die de gerechtigheid verafschuwen en al wat recht is krom maken, 10
3:10
Hab. 2:12
die Sion bouwen op bloed en Jeruzalem op onrecht. 11
3:11
Jes. 1:23
5:23
De leiders spreken er recht in ruil voor geschenken, de priesters geven onderricht tegen betaling, de profeten voorspellen voor geld, terwijl ze zich op de HEER beroepen en zeggen: ‘De HEER is toch in ons midden? Ons kan geen kwaad overkomen.’ 12
3:12
Jer. 26:18
Micha 1:6
Daarom, door jullie toedoen, zal de Sion als een akker worden omgeploegd, zal Jeruzalem een ruïne worden en de tempelberg een overwoekerde heuvel.

4

Het koningschap van de HEER

41

4:1-3
Jes. 2:1-4
Eens zal de dag komen

dat de berg met de tempel van de HEER

rotsvast zal staan,

verheven boven de heuvels,

hoger dan alle bergen.

Volken zullen daar samenstromen,

2machtige naties zullen zeggen:

‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER,

naar de tempel van Jakobs God.

Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen,

en wij zullen zijn paden bewandelen.’

Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht,

vanuit Jeruzalem spreekt de HEER.

3

4:3
Joël 4:10
Hij zal rechtspreken tussen machtige volken,

over grote en verre naties een oordeel vellen.

Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers

en hun speren tot snoeimessen.

Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk,

geen mens zal meer weten wat oorlog is.

4

4:4
Zach. 3:10
Ieder zal zitten onder zijn wijnrank

en onder zijn vijgenboom,

door niemand opgeschrikt,

want de HEER van de hemelse machten heeft gesproken.

5Laat andere volken hun eigen goden volgen –

wij vertrouwen op de naam van de HEER, onze God,

voor eeuwig en altijd.

6

4:6
Sef. 3:19
Als die tijd gekomen is – spreekt de HEER –

zal ik de kreupelen verzamelen,

de verstrooiden bijeenbrengen,

verenigen wie ik onheil heb gebracht.

7De kreupelen zal ik sparen,

van de verdrevenen maak ik een groot volk,

en op de Sion zal de HEER hun koning zijn,

van nu tot in eeuwigheid.

8En jij, wachttoren over de kudde, vesting van Sion,

jij zult je vroegere heerschappij herkrijgen,

aan jou, Jeruzalem, behoort het koningschap toe.

9Waarom schreeuw je nu?

Heb je dan geen koning meer,

of is je raadgever verdwenen,

dat je ineenkrimpt van pijn, als in barensnood?

10Krimp ineen en schreeuw het uit, vrouwe Sion,

krimp ineen als een vrouw die baren moet.

Je zult de stad moeten verlaten

en gaan leven op het veld.

Je zult naar Babel gaan,

en daar zul je worden bevrijd,

uit de handen van je vijanden

worden vrijgekocht door de HEER.

11Nu lopen vele volken tegen je te hoop,

ze zeggen: ‘Laat Sion maar worden ontwijd,

wij zullen ervan genieten!’

12

4:12
Jes. 55:8-9
Maar ze weten niet wat de HEER met ze voorheeft,

ze hebben geen inzicht in zijn besluit:

dat hij ze verzameld heeft als graan op de dorsvloer.

13

4:13
Joz. 3:11
Zach. 4:14
6:5
Vrouwe Sion, dors hen.

Ik geef je een horen van ijzer

en hoeven van brons,

je zult die volken vertrappen.

Wat ze hebben buitgemaakt zal voor de HEER zijn,

aan de Heer van de hele aarde komt hun vermogen toe.

14Kerf nu, krijgszuchtige vrouw, je lichaam open;

onze muren worden belegerd,

en hij die Israël leiden moet

wordt met een staf in het gezicht geslagen.