Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
3

31Ze stuurden gezanten naar hem toe met deze vredegroet: 2‘Wij, dienaren van Nebukadnessar, de grote koning, liggen hier in onderwerping voor u. Doe met ons zoals het u behaagt. 3Onze nederzettingen, al onze dorpen, onze korenvelden, onze veestapel, de schaapskooien bij onze tenten, dat alles is u onderworpen. Doe ermee wat u wilt. 4Onze steden en hun inwoners staan tot uw beschikking. Kom er uw intocht houden zoals het u behaagt.’ 5Bij Holofernes aangekomen brachten de mannen hem deze woorden over.

6Daarop trok hij met zijn leger naar de kuststreek. Hij bezette de versterkte steden en lijfde er dappere strijders bij zijn hulptroepen in. 7Hij werd daar en in de wijde omtrek onthaald met kransen, dans en tromgeroffel. 8Hij haalde hun grensstenen omver en velde de bossen die aan hun goden gewijd waren, want hem was de macht verleend alle inheemse goden te vernietigen, opdat alle volken alleen Nebukadnessar zouden dienen en alle mensen hem als god zouden aanroepen.

9Holofernes trok verder naar Esdrelon, nabij Dotea, aan de voet van de grote bergketen van Judea. 10Hij legerde zich tussen Gebe en Skythopolis en bleef daar een maand lang om de hele uitrusting van zijn leger in orde te brengen.