Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
37

371

37:1-9
Ex. 25:10-20
Besaleël maakte de ark van acaciahout, twee-en-een-halve el lang, anderhalve el breed en anderhalve el hoog. 2Hij overtrok hem met zuiver goud, zowel vanbinnen als vanbuiten; aan de bovenkant bracht hij rondom een gouden sierlijst aan. 3Hij goot vier gouden ringen, die hij aan de vier poten bevestigde: twee ringen aan elke kant van de ark. 4Hij maakte draagbomen van acaciahout, verguldde ze 5en stak ze door de ringen aan weerszijden, zodat de ark gedragen kon worden.

6Ook maakte hij de verzoeningsplaat van zuiver goud, twee-en-een-halve el lang en anderhalve el breed. 7-8Aan de beide uiteinden daarvan maakte hij een cherub, eveneens van goud, één aan het ene uiteinde en één aan het andere uiteinde. Het was drijfwerk, de twee cherubs vormden één geheel met de plaat. 9Ze stonden tegenover elkaar, met het gezicht naar de verzoeningsplaat gekeerd, en hun vleugels waren gespreid zodat ze zich daar beschermend over uitstrekten.

10

37:10-16
Ex. 25:23-29
Men maakte de tafel van acaciahout, twee el lang, één el breed en anderhalve el hoog. 11Hij werd met zuiver goud overtrokken en rondom werd een gouden sierlijst aangebracht: 12een rand van een hand breed, in een gouden lijst gevat. 13Men goot vier gouden ringen en bevestigde die aan de vier hoeken, bij de poten. 14De ringen zaten vlak onder de rand; ze waren bestemd voor de draagbomen waarmee de tafel gedragen kon worden. 15De draagbomen voor de tafel maakte men van acaciahout, dat verguld werd. 16Ook maakte men de voorwerpen die op de tafel moesten komen: de schotels, schalen en kommen, en de kannen voor de wijnoffers, allemaal van zuiver goud.

17

37:17-24
Ex. 25:31-39
37:17
Num. 8:4
Men maakte de lampenstandaard van zuiver goud. De voet, de schacht, de kelken, knoppen en bloemen waren uit één stuk gedreven. 18De schacht had zes zijarmen: drie aan de ene kant en drie aan de andere kant. 19Deze armen werden versierd met amandelbloesem; op elk ervan werden drie kelken aangebracht met een knop en bloemblaadjes, telkens op dezelfde manier. 20Ook de schacht werd met amandelbloesem versierd: vier kelken, elk met een knop en bloemblaadjes. 21Waar de armen uit de schacht kwamen, werden eveneens knoppen aangebracht: één onder het eerste paar armen, één onder het tweede paar en één onder het derde paar. 22De hele standaard, met de zes armen en de knoppen, was uit één stuk zuiver goud gedreven. 23Men maakte er zeven lampen voor en snuiters en bakjes, alles van zuiver goud. 24Voor de lampenstandaard en de bijbehorende voorwerpen werd een talent zuiver goud gebruikt.

25

37:25-28
Ex. 30:1-10
Men maakte het reukofferaltaar van acaciahout. Het was vierkant, één el lang en één el breed, en twee el hoog; de horens vormden er één geheel mee. 26De bovenkant, alle zijkanten en de horens werden met zuiver goud overtrokken en rondom werd een gouden rand aangebracht. 27Onder de rand bevestigde men aan twee kanten twee gouden ringen; deze waren bestemd voor de draagbomen waarmee het altaar gedragen kon worden. 28Men maakte de draagbomen van acaciahout en verguldde ze. 29
37:29
Ex. 30:22-38
Ook bereidde men de heilige zalfolie, en fijn reukwerk zoals een reukwerker dat maakt.

38

381

38:1-7
Ex. 27:1-8
Men maakte het brandofferaltaar van acaciahout. Het was vierkant, vijf el lang en vijf el breed, en drie el hoog. 2
38:2
2 Kron. 1:5
Op de vier hoeken van het altaar maakte men horens, die er één geheel mee vormden, en het werd met brons bekleed. 3Alle bijbehorende voorwerpen werden van koper gemaakt: de potten, de scheppen, offerschalen, vorken en vuurbakken. 4Langs de onderkant van het altaar, onder de rand, bracht men een hekwerk aan, een bronzen raster dat tot halverwege het altaar reikte. 5Er werden vier ringen gegoten die aan de vier hoeken van het bronzen hekwerk bevestigd werden; ze waren bestemd voor de draagbomen. 6Men maakte de draagbomen van acaciahout, bekleedde ze met brons 7en stak ze in de ringen aan weerszijden van het altaar, zodat het gedragen kon worden. Het altaar werd van houten panelen gemaakt; vanbinnen was het hol.

8

38:8
Ex. 30:18
Men maakte het bronzen wasbekken en het bronzen onderstel, en gebruikte hiervoor de spiegels van de vrouwen die bij de ingang van de ontmoetingstent samengestroomd waren.

9

38:9-20
Ex. 27:9-19
De ruimte rond de tabernakel werd afgeschermd. Aan de zuidkant kwamen over een lengte van honderd el doeken van getwijnd linnen, 10en twintig bijbehorende palen op twintig bronzen voetstukken, met krammen en dwarsstangen van zilver. 11Evenzo aan de noordkant: honderd el doeken en twintig bijbehorende palen op twintig bronzen voetstukken, met verzilverde krammen en dwarsstangen. 12Aan de westkant: vijftig el doeken en tien palen op tien voetstukken, met verzilverde krammen en dwarsstangen. 13Aan de oostkant eveneens vijftig el: 14-15aan weerszijden van de ingang van de afgeschermde ruimte vijftien el doeken en aan beide zijden drie bijbehorende palen die elk op een voetstuk stonden. 16Al deze doeken waren van getwijnd linnen. 17De voetstukken van de palen waren van brons, de krammen en dwarsstangen van zilver. De koppen van alle palen van de omheining waren met zilver overtrokken en alle palen waren voorzien van zilveren dwarsstangen. 18Het gordijn voor de ingang van de afgeschermde ruimte was vakkundig geborduurd en gemaakt van blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en getwijnd linnen garen; het was twintig el breed en evenals de doeken van de omheining vijf el lang. 19De vier bijbehorende palen en de vier voetstukken waren van brons, de krammen en dwarsstangen waren van zilver en de koppen van de palen waren met zilver overtrokken. 20Alle pinnen van zowel de tabernakel als de omheining waren van brons.

Berekening van het materiaal

21Hier volgt een berekening van de hoeveelheden materiaal die voor de tabernakel gebruikt werden, voor de tent waarin de verbondstekst bewaard werd. Deze berekening werd in opdracht van Mozes door de Levieten gemaakt, onder leiding van Itamar, de zoon van de priester Aäron. 22

38:22
Ex. 35:30-35
Besaleël, de zoon van Uri, de zoon van Chur, uit de stam Juda, had alles uitgevoerd zoals de HEER het aan Mozes had opgedragen. 23Oholiab, de zoon van Achisamach, uit de stam Dan, een bekwaam vakman, had hem terzijde gestaan; hij kon weven en borduren met blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en getwijnd linnen garen. 24De totale hoeveelheid goud die voor de vervaardiging van het heiligdom werd gebruikt – het goud dat men had afgedragen – bedroeg negenentwintig talent en zevenhonderddertig sjekel, volgens het ijkgewicht van het heiligdom. 25Het zilver dat de geregistreerde Israëlieten hadden afgedragen, bedroeg honderd talent en zeventienhonderdvijfenzeventig sjekel, volgens het ijkgewicht van het heiligdom: 26
38:26
Ex. 30:11-16
Num. 1:45-46
Mat. 17:24
één beka per persoon, dat is een halve sjekel volgens het ijkgewicht van het heiligdom, van alle geregistreerde personen van twintig jaar en ouder, zeshonderddrieduizend vijfhonderdvijftig man. 27Honderd talent zilver werd gebruikt voor het gieten van de voetstukken van het heiligdom en voor die van het voorhangsel: één talent per voetstuk, dus voor honderd voetstukken honderd talent. 28De overige zeventienhonderdvijfenzeventig sjekel gebruikte men om de palen te voorzien van krammen en dwarsstangen en om de koppen ervan te overtrekken. 29De afgedragen hoeveelheid koper bedroeg zeventig talent en vierentwintighonderd sjekel. 30Daarvan werden de voetstukken voor de ingang van de ontmoetingstent gemaakt, het bronzen altaar met het hekwerk daaromheen en alle bijbehorende voorwerpen, 31alle voetstukken van de omheining en van de ingang tot de afgeschermde ruimte, en alle pinnen van zowel de tabernakel als de omheining.

39

De priesterkleding

391

39:1-31
Ex. 28:1-43
Van blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol maakte men ook de ambtsgewaden voor de dienst in het heiligdom. Men maakte de heilige kleding voor Aäron zoals de HEER het aan Mozes had opgedragen.

2De priesterschort maakte men van gouddraad, blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en getwijnd linnen garen. 3Uit geplet goud werden draden gesneden, die met de blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en het linnen garen verweven werden. 4De beide delen van de schort werden met elkaar verbonden door middel van schouderstukken. 5De band vormde er één geheel mee en was op dezelfde wijze gemaakt: van gouddraad, blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en getwijnd linnen garen, zoals de HEER het Mozes had opgedragen. 6Men graveerde de namen van Israëls zonen in de onyxstenen, zoals men zegelstenen snijdt, men vatte de stenen in gouden kassen 7en zette ze op de schouderstukken van de priesterschort, om de HEER aan de Israëlieten te herinneren; zo had de HEER het Mozes opgedragen.

8De borsttas weefde men even vakkundig als de priesterschort, van gouddraad, blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en getwijnd linnen garen. 9Dubbelgeslagen was het weefsel vierkant, een span lang en een span breed. 10Er werden vier rijen stenen op gezet: de eerste rij werd gevormd door een robijn, een topaas en een smaragd; 11de tweede rij door een granaat, een saffier en een aquamarijn; 12de derde door een barnsteen, een agaat en een amethist, 13en de vierde door een turkoois, een onyx en een jaspis, allemaal in gouden kassen gevat. 14Er waren twaalf stenen, zoals er twaalf namen zijn van Israëls zonen: in elke steen werd de naam van een van de twaalf stammen gegraveerd, zoals men zegelstenen snijdt. 15Ook maakte men voor de borsttas kettinkjes van zuiver goud, in de vorm van kunstig gevlochten snoeren, 16evenals twee gouden kassen en twee gouden ringen. De twee gouden ringen bevestigde men aan de bovenste hoeken van de borsttas, 17de beide gouden snoeren werden met het ene einde aan de ringen op de hoeken van de tas bevestigd 18en met het andere einde aan de kassen op de schouderstukken van de priesterschort, aan de voorkant. 19Verder zette men twee gouden ringen aan de andere hoeken van de borsttas, aan de binnenkant, waarmee de tas tegen de priesterschort kwam te hangen. 20Twee andere gouden ringen bevestigde men aan de schouderstukken van de priesterschort, en wel aan de voorkant, onderaan, dicht bij de plaats waar de schouderstukken vastgezet waren, boven de band. 21Daarna haalde men een blauwpurperen koord door de ringen van de borsttas en door die van de priesterschort, zodat de tas stevig op de band van de priesterschort vastgebonden kon worden en niet kon verschuiven; zo had de HEER het Mozes opgedragen.

22Het bovenkleed dat bij de priesterschort hoorde, werd in zijn geheel op vakkundige wijze van blauwpurperen wol geweven. 23De halsopening zat in het midden en was afgezet met een rand die net zo geweven was als die van een wapenrok, om inscheuren te voorkomen. 24Op de hele zoom van het bovenkleed bracht men granaatappels aan van blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en van getwijnd linnen garen, 25en tussen de granaatappels zette men belletjes van zuiver goud, 26steeds om en om een gouden belletje en een granaatappel, over de hele zoom van het bovenkleed, dat tijdens de dienst moest worden gedragen; zo had de HEER het Mozes opgedragen.

27Men weefde voor Aäron en zijn zonen op vakkundige wijze tunieken, 28een tulband en prachtige hoofddoeken, alles van fijn linnen garen, en linnen broeken van getwijnd garen. 29Ook maakte men een vakkundig geborduurde gordel van getwijnd linnen garen en blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol, zoals de HEER het Mozes had opgedragen.

30Men maakte de rozet, de heilige diadeem, van zuiver goud en graveerde daarin, als in een zegel, de woorden ‘Aan de HEER gewijd’, 31en er werd een blauwpurperen koord aan bevestigd, zodat de rozet voor op de tulband kon worden gebonden, zoals de HEER het Mozes had opgedragen.

Het werk aan de tabernakel voltooid

32

39:32-43
Ex. 35:10-19
Zo werd het werk aan de tabernakel, de ontmoetingstent, voltooid. De Israëlieten hadden alles precies zo gemaakt als de HEER het Mozes had opgedragen. 33Toen brachten ze de tabernakel naar Mozes: de tent met alle toebehoren, de haken, planken, dwarsbalken, palen en voetstukken, 34het dekkleed van rood geverfde ramsvellen, het dekkleed van zeekoevellen en het voorhangsel, 35de ark voor de verbondstekst met de draagbomen en de verzoeningsplaat, 36de tafel met de bijbehorende voorwerpen en het toonbrood, 37de lampenstandaard van zuiver goud met de lampen die er op de juiste wijze op gezet moesten worden, met alle toebehoren en met de olie voor de verlichting, 38het gouden altaar, de zalfolie, het geurige reukwerk en het gordijn voor de ingang van de tent, 39het bronzen altaar met het bronzen hekwerk, de draagbomen en alle bijbehorende voorwerpen, het wasbekken met het onderstel, 40de doeken voor de omheining met de palen en de voetstukken, het gordijn voor de ingang van de afgeschermde ruimte, met de touwen en pinnen, en alle benodigdheden voor de dienst in de tabernakel, in de ontmoetingstent, 41en ook de ambtsgewaden voor de dienst in het heiligdom, de heilige kleding voor de priester Aäron en de kleding die zijn zonen bij hun dienst als priester moesten dragen. 42-43Alles was gemaakt zoals de HEER het Mozes had opgedragen. Toen Mozes zag dat de Israëlieten alles precies volgens de opdracht van de HEER hadden gemaakt, zegende hij hen.