Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
2

Eén in Christus

21

2:1
Kol. 2:13
U was dood door de misstappen en zonden 2
2:2-3
Kol. 3:6-7
waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. 3
2:3
Ef. 5:6
Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. 4Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, 5
2:5
Kol. 2:12-13
heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. 6Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. 7
2:7
Ef. 1:7
Zo zal hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed hij voor ons is door Christus Jezus. 8
2:8-9
Rom. 3:27
Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God 9en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. 10Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.

11Bedenk daarom dat u – u die eigenlijk door uw afkomst heidenen bent en onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn – 12

2:12
Rom. 9:4
bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, geen deel had aan het burgerschap van Israël en niet betrokken was bij de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde in een wereld zonder hoop en zonder God. 13Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. 14Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken 15
2:15
Kol. 2:14
en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht hij vrede 16
2:16
Kol. 1:20
en verzoende hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. 17
2:17
Jes. 57:18-19
Hand. 10:36
Vrede kwam hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 18
2:18
Ef. 3:12
dankzij hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

19Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, 20

2:20
Jes. 28:16
gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. 21Vanuit hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de Heer, 22
2:22
1 Petr. 2:5
in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest.

3

31

3:1
Ef. 4:1
Daarom is het dat ik, Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, voor u, heidenen, bid. 2U moet toch wel gehoord hebben dat God mij de taak heeft toevertrouwd om de genade door te geven die mij met het oog op u geschonken is. 3
3:3
Ef. 1:9-10
Mij is in een openbaring het mysterie onthuld waarover ik hiervoor in het kort heb geschreven. 4Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie van Christus. 5
3:5
Kol. 1:26
Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten: 6de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie. 7
3:7
Kol. 1:23-29
Van dat evangelie ben ik een dienaar geworden door de gave van Gods genade, die ik ontvangen heb door zijn kracht die in mij werkt. 8
3:8
Gal. 2:7
1 Tim. 2:7
Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen, 9
3:9
Rom. 16:25
Kol. 1:26
en voor allen in het licht te stellen hoe het mysterie dat in alle eeuwen verborgen was in God, de schepper van het al, werkelijkheid wordt. 10Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen, 11naar het eeuwenoude plan dat hij heeft verwezenlijkt in Christus Jezus, onze Heer, 12
3:12
Ef. 2:18
in wie wij vrijelijk toegang hebben tot God, vol vertrouwen door ons geloof in hem. 13
3:13
Kol. 1:24
Ik vraag u dan ook de moed niet te verliezen wanneer ik lijd omwille van u, want daaraan kunt u eer ontlenen.

14Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, 15die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. 16

3:16
Kol. 1:11
Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, 17
3:17
Kol. 1:23
2:7
zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. 18
3:18
Job 11:7-9
Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, 19
3:19
Kol. 2:2
ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.

20

3:20
Ef. 1:19
Aan hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, 21aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen.

4

Christus als fundament

41

4:1-4
Filip. 1:27
Kol. 3:12-15
Ik, die gevangenzit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: 2wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. 3Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: 4één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, 5
4:5-6
1 Kor. 8:6
één Heer, één geloof, één doop, 6één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.

7

4:7
Rom. 12:3
Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. 8
4:8
Ps. 68:19
Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ 9‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. 11
4:11-12
Rom. 12:6
4:11
1 Kor. 12:28
En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, 12om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, 13totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. 14
4:14
1 Kor. 14:20
Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. 15Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. 16
4:16
Kol. 2:19
Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

17

4:17-18
Kol. 1:21
Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. 18
4:18
Rom. 1:21
1 Petr. 4:3
In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem gesloten hebben. 19
4:19
Rom. 1:24
1 Petr. 1:14
Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken. 20Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! 21U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk 22
4:22-24
Kol. 3:5-10
dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, 23
4:23
Rom. 12:2
dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden 24
4:24
Gen. 1:26
en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid.

Het nieuwe leven

25

4:25
Zach. 8:16
1 Kor. 12:12
Kol. 3:9
Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. 26
4:26
Ps. 4:5
Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, 27
4:27
2 Kor. 2:11
geef de duivel geen kans. 28
4:28
Hand. 20:35
1 Tes. 4:11
Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft. 29
4:29
Jak. 3:10-12
Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goeddoen aan wie ze hoort. 30
4:30
Jes. 63:10
Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. 31
4:31
Kol. 3:8
Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid.

32

4:32
Mat. 6:1
Kol. 3:13
Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]