Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
22

221

22:1-4
Ex. 23:4-5
Als u een verdwaald rund of schaap van een ander aantreft, moet u daar niet uw schouders over ophalen, maar het hem meteen terugbezorgen. 2Woont de eigenaar ver weg of is hij u onbekend, dan moet u het dier onder uw hoede nemen totdat hij het komt halen; geef het dan aan hem terug. 3Op dezelfde wijze moet u handelen met de ezel of met een kledingstuk van een ander, of met wat iemand ook maar kwijtgeraakt is; als u iets vindt, moet u daar niet uw schouders over ophalen.

4Als u ziet dat een ezel of rund van een ander op straat onder zijn last bezwijkt, mag u niet werkeloos toezien. Help hem het dier weer op de been te krijgen.

5Een vrouw mag geen kleren en attributen van een man dragen en een man mag geen vrouwenkleren dragen. Want de HEER verafschuwt ieder die zulke dingen doet.

6Als u onderweg toevallig een vogelnest vindt in een boom of op de grond, een nest waarin een vogel op haar jongen of haar eieren zit, dan moet u het moederdier zelf ontzien als u het nest mocht uithalen. 7De jongen mag u meenemen, maar de moeder moet u in elk geval laten gaan. U zult er wél bij varen, een lang leven zal u beschoren zijn.

8Als u een huis bouwt, moet u het dak voorzien van een balustrade; anders bent u aansprakelijk wanneer iemand eraf valt.

9

22:9-11
Lev. 19:19
U mag uw wijngaard niet inzaaien met verschillende soorten zaad, want dan zou de hele oogst – dat wat u gezaaid hebt evenals de opbrengst van de wijngaard – niet door u gebruikt mogen worden.

10U mag een rund en een ezel niet samen voor de ploeg spannen.

11U mag geen kleding dragen van tweeërlei weefsel, van wol en linnen samen.

12

22:12
Num. 15:38
Aan de vier hoeken van het kleed dat u draagt moet u kwastjes maken.

Over seksuele misdrijven

13Het volgende kan zich voordoen: Een man trouwt een vrouw, slaapt met haar en krijgt dan een afkeer van haar. 14Hij begint haar vals te beschuldigen en leugens over haar rond te strooien: ‘Ik ben met deze vrouw getrouwd, maar tijdens de huwelijksnacht ontdekte ik dat ze geen maagd meer was.’ 15Laten haar vader en moeder dan met het bewijs van haar maagdelijkheid naar de oudsten in de stadspoort gaan. 16De vader van het meisje moet de oudsten vertellen: ‘Ik heb mijn dochter aan deze man ten huwelijk gegeven, maar hij heeft een afkeer van haar gekregen. 17Nu beschuldigt hij haar er ten onrechte van dat ze geen maagd meer was. Maar hier is het kleed dat bewijst dat mijn dochter nog wel maagd was.’ En vervolgens moeten de ouders het kleed voor de stadsoudsten uitspreiden. 18De oudsten moeten die man hardhandig bestraffen 19en hem een boete van honderd sjekel zilver laten betalen aan de vader van het meisje, omdat hij twijfel heeft gezaaid over de maagdelijkheid van een Israëlitisch meisje. Verder zal hij haar als zijn vrouw moeten aanvaarden, en zolang hij leeft mag hij niet van haar scheiden.

20Maar als het wél waar is en de maagdelijkheid van het meisje niet kan worden aangetoond, 21moet zij naar haar ouderlijk huis worden teruggebracht en daar voor de deur door de andere inwoners van de stad worden gestenigd tot de dood erop volgt. Want zij heeft onder het volk van Israël een schanddaad begaan door met iemand te slapen terwijl ze nog bij haar vader thuis woonde. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren.

22

22:22
Lev. 20:10
Als een man wordt betrapt met een getrouwde vrouw moeten beiden ter dood gebracht worden, zowel de man als de vrouw met wie hij geslapen heeft. Zo moet u het kwaad dat zich bij de Israëlieten aandient in de kiem smoren.

23Als iemand in de stad een meisje ontmoet dat al uitgehuwelijkt is, en gemeenschap met haar heeft, 24dan moet u hen allebei mee de stad uit nemen en hen stenigen tot de dood erop volgt. Want het meisje heeft nagelaten om hulp te roepen, en de man heeft zich vergrepen aan de bruid van een ander. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. 25Maar als het meisje in het open veld wordt belaagd en de man heeft dan gemeenschap met haar, dan verdient alleen de man de doodstraf 26en gaat het meisje vrijuit, want zij heeft niets gedaan waarvoor ze ter dood gebracht zou moeten worden. Het geval is vergelijkbaar met moord met voorbedachten rade: 27de man heeft het uitgehuwelijkte meisje belaagd in het open veld, waar niemand haar kon redden als ze om hulp zou roepen.

28

22:28-29
Ex. 22:15-16
Als iemand betrapt wordt met een meisje, een maagd die nog vrij is, 29dan moet de man die zich aan het meisje heeft vergrepen vijftig sjekel zilver aan haar vader betalen. Bovendien moet hij met haar trouwen en zolang hij leeft mag hij niet van haar scheiden, omdat hij haar onteerd heeft.

23

231

23:1
Lev. 18:8
20:11
Deut. 27:20
1 Kor. 5:1
Een23:1-26 In sommige vertalingen zijn deze verzen genummerd als 22:30-23:25. man mag een vrouw die heeft toebehoord aan zijn vader niet huwen; anders schendt hij het bed van zijn vader.

Diverse voorschriften

2

23:2
Lev. 21:17-23
Mannen bij wie de zaadballen zijn geplet of het lid is afgesneden, mogen niet deelnemen aan de dienst van de HEER. 3Ook bastaards en hun nakomelingen tot in het tiende geslacht zullen er nooit aan mogen deelnemen. 4
23:4-5
Neh. 13:1-2
Hetzelfde geldt voor Ammonieten en Moabieten: nooit ofte nimmer zullen ze tot de dienst van de HEER worden toegelaten, 5
23:5
Num. 22:2-6
omdat ze u op uw tocht uit Egypte niet van voedsel en water hebben voorzien, en omdat ze Bileam, de zoon van Beor, uit Petor in Aram-Naharaïm hebben ingehuurd om u te vervloeken. 6
23:6
Num. 23:7-24:9
Maar omdat de HEER, uw God, u liefhad, heeft hij Bileam geen gehoor geschonken en de vervloeking in een zegening omgezet. 7Draag dus, zolang u leeft, in geen enkel opzicht bij aan hun voorspoed en geluk. 8
23:8
Ex. 22:20
Edomieten moet u echter met respect behandelen, want dat zijn uw broeders. Ook Egyptenaren moet u respectvol behandelen, want u hebt als vreemdeling in hun land gewoond. 9En wat hun nageslacht betreft: vanaf de derde generatie kunnen ze worden toegelaten tot de dienst van de HEER.

10

23:10-15
Num. 5:1-4
Tijdens een veldtocht tegen de vijand moet u zich in acht nemen voor onbetamelijkheden. 11
23:11
Lev. 15:16-17
Zo moet een man die ’s nachts door een zaadlozing onrein is geworden het legerkamp uit gaan en buiten blijven. 12Tegen het vallen van de avond moet hij zich baden; na zonsondergang mag hij dan het kamp weer binnenkomen. 13Verder moet er buiten het kamp een gelegenheid zijn waar u uw behoefte kunt doen. 14U moet een tentpin bij uw uitrusting steken, die u kunt gebruiken om een gat te maken waar u boven hurkt, en om uw uitwerpselen te bedekken. 15Want de HEER, uw God, is tijdens zo’n veldtocht in uw midden, om u te beschermen en u te laten zegevieren over uw vijand. Daarom moet u het kamp rein houden, opdat hij niets onbetamelijks bij u aantreft en hij zich niet van u afkeert.

16U mag een slaaf die bij u zijn toevlucht zoekt, niet uitleveren aan zijn meester. 17U moet hem opnemen en hem een plaats gunnen in de stad die hij uitkiest. U mag hem niet uitbuiten.

18

23:18
Lev. 19:29
1 Kon. 14:24
Geen enkel Israëlitisch meisje mag als hoer bij een tempel zitten en geen enkele Israëlitische jongen als schandknaap. 19U mag in de tempel van de HEER, uw God, geen hoerenloon of schandegeld gebruiken voor het inlossen van een gelofte, want de HEER, uw God, heeft van beide een afschuw.

20

23:20
Ex. 22:24
Lev. 25:35-37
U mag geen rente vragen als u iets aan een volksgenoot leent, of het nu gaat om geld of voedsel of wat u ook maar tegen rente te leen kunt geven. 21
23:21
Deut. 15:6
Van een buitenlander mag u wel rente heffen, maar niet van iemand uit uw eigen volk. Als u zich hieraan houdt zal de HEER, uw God, u zegenen in alles wat u onderneemt in het land dat u in bezit zult nemen.

22

23:22
Num. 30:2-17
Recht. 11:35
Pred. 5:3-4
Mat. 5:33
Als u de HEER, uw God, een gelofte doet, los die dan ook spoedig in. Want hij zal zijn aanspraak zeker laten gelden, en dan wordt uw laksheid u als zonde aangerekend. 23Als u echter helemaal geen gelofte doet, valt u niets aan te rekenen. 24Maar als u uw woord gegeven hebt, moet u het nakomen; u hebt zelf, uit eigen vrije wil, de HEER, uw God, een gelofte gedaan.

25Als u door andermans wijngaard loopt mag u zo veel druiven eten als u maar wilt, tot u genoeg hebt, maar u mag ze niet ergens in meenemen. 26En wanneer u door andermans korenveld loopt mag u wel aren plukken met de hand, maar niet de sikkel in zijn koren slaan.

24

241

24:1
Mat. 5:31
19:7
Marc. 10:4
Het volgende kan zich voordoen: Iemand heeft een vrouw getrouwd, maar om een of andere reden is hij ontevreden over haar. Hij schrijft een scheidingsbrief, die hij bij haar vertrek aan haar meegeeft. 2Ze gaat bij hem weg en wordt de vrouw van een ander. 3Maar dan krijgt die tweede man een afkeer van haar, en ook hij schrijft een scheidingsbrief en geeft haar die bij haar vertrek mee; of de man die als tweede met haar is getrouwd, komt te overlijden. 4In zo’n geval mag de eerste man, die van haar gescheiden is, haar niet opnieuw tot vrouw nemen, nu zij voor hem onrein geworden is. Want de HEER verafschuwt zulke dingen. Wanneer u zoiets doet, werpt u een smet op het land dat de HEER, uw God, u in eigendom zal geven.

5

24:5
Deut. 20:7
Als een man pas een vrouw heeft getrouwd, hoeft hij niet onder de wapens te gaan of enige dienst in het leger te verrichten. Hij is een jaar lang vrijgesteld en mag thuisblijven om zijn vrouw gelukkig te maken.

6Het is verboden een handmolen of een maalsteen in pand te nemen, want daarmee neemt u iemands leven in pand.

7

24:7
Ex. 21:16
Als wordt ontdekt dat iemand een van zijn volksgenoten, een Israëliet, heeft ontvoerd en hem als slaaf behandelt of verkoopt, moet die mensendief ter dood gebracht worden. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren.

8

24:8
Lev. 13:1-14:57
In geval van huidvraat dient u de aanwijzingen die u van de Levitische priesters krijgt nauwgezet op te volgen; houd u precies aan wat ik hun heb voorgeschreven. 9
24:9
Num. 12:10-15
Bedenk wat de HEER, uw God, tijdens uw tocht uit Egypte met Mirjam heeft gedaan.

10Wanneer u iemand het een of ander leent, mag u niet zijn huis binnengaan om het onderpand op te halen. 11U moet buiten wachten tot degene aan wie u de lening geeft met het onderpand naar buiten komt. 12

24:12-13
Ex. 22:25-26
24:12
Job 22:6
En als hij zo arm is dat hij zijn overkleed moet afstaan, mag u zich daar niet ’s nachts mee toedekken. 13Voor zonsondergang moet u hem zijn onderpand terugbrengen, zodat hij onder zijn eigen overkleed kan slapen. Hij zal u dan de zegen van de HEER, uw God, toewensen, en de HEER zal het u ten goede aanrekenen.

14

24:14
Lev. 19:13
Mal. 3:5
Een dagloner, die het al moeilijk genoeg heeft, mag u niet uitbuiten, of het nu iemand van uw eigen volk betreft of een vreemdeling die in een van uw steden woont. 15
24:15
Jer. 22:13
U moet hem nog dezelfde dag, voor zonsondergang, uitbetalen; want hij is arm en het gaat hem juist om dat loon. Anders zal hij de HEER zijn nood klagen, en dan zal u wat u hem hebt aangedaan als zonde worden aangerekend.

16

24:16
2 Kon. 14:6
2 Kron. 25:4
Jer. 31:29-30
Ezech. 18:20
Ouders mogen niet ter dood gebracht worden om wat hun kinderen hebben misdaan, en kinderen niet om de misdaden van hun ouders; alleen om wat iemand zelf misdaan heeft, mag hij ter dood gebracht worden.

17

24:17-18
Ex. 22:20-21
23:9
Lev. 19:33-34
24:17
Deut. 27:19
U moet de rechten van vreemdelingen en wezen eerbiedigen; van weduwen mag u het overkleed niet in pand nemen. 18
24:18
Deut. 15:15
Bedenk dat u zelf slaaf bent geweest in Egypte totdat de HEER, uw God, u heeft bevrijd. Daarom gebied ik u zo te handelen.

19

24:19-21
Lev. 19:9-10
24:19
Lev. 23:22
Ruth 2:2
Wanneer u bij de graanoogst op de akker een schoof vergeet, mag u niet teruggaan om die op te halen. Laat hem achter voor de vreemdelingen, weduwen en wezen. De HEER, uw God, zal u erom zegenen in alles wat u onderneemt. 20En wanneer u bij de olijvenoogst tegen de takken slaat, mag u achteraf niet nagaan of u wel alles hebt. De rest is voor de vreemdelingen, weduwen en wezen. 21En wanneer u bij de wijnoogst druiven plukt, mag u niet alles nog eens nalopen. De rest is voor de vreemdelingen, weduwen en wezen. 22Bedenk dat u zelf slaaf bent geweest in Egypte. Daarom gebied ik u zo te handelen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]