Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
3

31

3:1
1 Tim. 4:1
Judas 18
Weet dat de laatste dagen zwaar zullen zijn. 2De mensen zullen egoïstisch zijn, geldzuchtig, zelfingenomen en arrogant. Ze zullen God lasteren, geen ontzag tonen voor hun ouders, ondankbaar zijn en niets heilig achten. 3Ze zullen harteloos zijn, onverzoenlijk, lasterziek, onbeheerst en wreed. Ze zullen het goede haten 4en onbetrouwbaar, roekeloos en verblind zijn. Het genot zullen ze meer liefhebben dan God, 5ze zullen de schijn van vroomheid ophouden, maar de kracht ervan miskennen. Keer je af van zulke mensen. 6Sommigen van hen dringen zich op aan hele families en krijgen dan vrouwen in hun macht die met zonde beladen zijn en door allerlei begeerten worden gedreven, 7
3:7
1 Tim. 4:3
die almaar willen leren maar nooit in staat zullen zijn de waarheid te kennen. 8
3:8
Ex. 7:11,22
Zoals Jannes en Jambres zich tegen Mozes hebben verzet, zo verzetten deze dwaalleraren zich tegen de waarheid. Het zijn mensen met een zieke geest en een onbetrouwbaar geloof. 9Maar ze zullen niet veel bereiken, want iedereen zal hun dwaasheid snel doorzien, zoals ook met Jannes en Jambres gebeurde.

10

3:10
1 Tim. 4:6
Jij daarentegen bent mij trouw gevolgd in mijn leer, mijn levenswijze, streven, geloof, geduld, liefde, volharding, 11
3:11
Ps. 34:20
Hand. 14:19
en je hebt hetzelfde lijden en dezelfde vervolgingen ondergaan die mij in Antiochië, Ikonium en Lystra hebben getroffen. Ik heb ze allemaal doorstaan, de Heer heeft mij steeds weer gered. 12Allen die vroom en in eenheid met Christus Jezus willen leven, zullen worden vervolgd. 13Slechte mensen en oplichters zullen van kwaad tot erger vervallen; het zijn bedriegers die zelf bedrogen worden. 14Maar jij, blijf bij alles wat je geleerd hebt en met overtuiging hebt aangenomen. Je weet wie je leraren waren 15en bent van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Christus Jezus. 16
3:16
Rom. 15:4
Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, 17zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.

4

41Ik roep je dringend op, ten overstaan van God en van Christus Jezus, die zal oordelen over de levenden en de doden, ik bezweer je bij zijn komst en heerschappij: 2Verkondig de boodschap, blijf aandringen, of het nu uitkomt of niet, wijs terecht, straf en vermaan met alle geduld dat het onderricht vereist. 3

4:3
1 Tim. 4:1
Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. 4
4:4
1 Tim. 1:4
Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels. 5Jij echter moet in alles nuchter zijn, je lijden aanvaarden, je werk als verkondiger van het evangelie doen, je dienende taak vervullen.

6

4:6-8
Hand. 20:24
4:6
Filip. 2:17
Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert. 7
4:7-8
1 Kor. 9:24
4:7
1 Tim. 6:12
Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. 8Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.

Laatste aanwijzingen

9Kom snel naar me toe, 10

4:10
2 Kor. 8:23
Gal. 2:3
Kol. 4:14
Filem. 24
want Demas heeft me verlaten; hij heeft deze wereld lief gekregen en is naar Tessalonica vertrokken. Crescens is naar Galatië gegaan, Titus naar Dalmatië. 11
4:11
Hand. 12:12,25
Kol. 4:10,14
Filem. 24
Alleen Lucas is bij me gebleven. Haal Marcus op en neem hem met je mee, want hij kan mij goede diensten bewijzen. 12
4:12
Hand. 20:4
Ef. 6:21-22
Kol. 4:7-8
Tychikus heb ik naar Efeze gestuurd. 13
4:13
Hand. 20:6
Als je komt, neem dan de mantel mee die ik in Troas bij Karpus heb laten liggen, en ook de boeken, vooral die van perkament. 14
4:14
Ps. 28:4
62:13
Spr. 24:12
Rom. 2:6
1 Tim. 1:20
Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad gedaan; de Heer zal hem zijn verdiende loon geven. 15Ook jij moet voor hem oppassen, hij heeft onze verkondiging sterk tegengewerkt.

16Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, ze hebben mij allemaal in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend. 17

4:17
Ps. 22:22
Dan. 6:17-23
Maar de Heer heeft me terzijde gestaan en me kracht gegeven, zodat ik de verkondiging tot een goed einde heb gebracht en alle volken de boodschap hebben gehoord. Ik ben gered uit de muil van de leeuw. 18De Heer zal me van alle kwaad redden en me veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen. Hem komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen.

19

4:19
Hand. 18:2
2 Tim. 1:16
Groet Prisca en Aquila, en de huisgenoten van Onesiforus. 20
4:20
Hand. 19:22
20:4
21:29
Rom. 16:23
Erastus is in Korinte gebleven, Trofimus heb ik ziek in Milete achtergelaten. 21Probeer voor de winter te komen. Eubulus, Pudens, Linus, Claudia en alle andere broeders en zusters laten je groeten.

22De Heer zij met je. Genade zij met jullie.