Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
23

Indeling en taken van de Levieten

231

23:1
1 Kon. 1:1-40
Toen David oud was geworden en zijn levenseinde naderde, riep hij zijn zoon Salomo tot koning van Israël uit. 2Nadat hij de leiders van Israël en de priesters en Levieten bijeen had geroepen, 3werden alle mannelijke Levieten van dertig jaar en ouder hoofdelijk geteld: het waren er achtendertigduizend. 4Vierentwintigduizend van hen kregen de verantwoordelijkheid voor de eredienst in de tempel van de HEER; zesduizend werden aangesteld als griffiers en rechters, 5vierduizend als poortwachters en vierduizend kregen tot taak de lofzang voor de HEER te begeleiden ‘op,’ zoals David zei, ‘de instrumenten die ik voor dat doel heb laten maken.’

6David deelde de Levieten in afdelingen in, naar de families van Gerson, Kehat en Merari.

7De Gersonieten: Ladan en Simi. 8

23:8
1 Kron. 26:21-22
Ladan had drie zonen: Jechiël, de belangrijkste, Zetam en Joël. 9Simi had drie zonen: Selomit, Chaziël en Haran. Zij waren de hoofden van de families van Ladan. 10Simi had vier zonen: Jachat, Zina, Jeüs en Beria, de zonen van Simi. 11Jachat was de belangrijkste en Zina was de tweede man. Jeüs en Beria hadden niet veel nakomelingen, daarom vormden zij samen één familie en één dienstafdeling.

12Kehat had vier zonen: Amram, Jishar, Chebron en Uzziël. 13

23:13
Ex. 28:1
Zonen van Amram: Aäron en Mozes. Aäron kreeg een bijzondere positie: hij werd geheiligd tot het allerheiligste ambt. Hij en zijn nakomelingen kregen voor altijd tot taak offers te ontsteken ten overstaan van de HEER, hem te dienen en uit zijn naam de zegen uit te spreken. 14De zonen van Mozes, de man van God, werden ingedeeld bij de gewone Levieten. 15Zonen van Mozes: Gersom en Eliëzer. 16
23:16
1 Kron. 24:20
26:24
Van de zonen van Gersom was Sebuel de belangrijkste. 17Van de nakomelingen van Eliëzer was Rechabja de belangrijkste. Eliëzer had geen andere zonen, maar Rechabja had een zeer talrijk nageslacht. 18Van de zonen van Jishar was Selomit de belangrijkste. 19Zonen van Chebron: Jeria, de belangrijkste, Amarja, de tweede, Jachaziël, de derde, en Jekamam, de vierde. 20Zonen van Uzziël: Micha, de belangrijkste, en Jissia, de tweede.

21Zonen van Merari: Machli en Musi. Zonen van Machli: Elazar en Kis. 22Elazar had toen hij stierf geen zonen, alleen dochters. Hun neven, de zonen van Kis, namen hen in hun familie op door met hen te trouwen. 23Musi had drie zonen: Machli, Eder en Jeremot.

24Dit waren de nakomelingen van Levi, ingedeeld naar familie, de dienstafdelingen onder leiding van de familiehoofden. Zij werden voortaan vanaf de leeftijd van twintig jaar hoofdelijk geteld en met naam en toenaam geregistreerd voor de dienst in de tempel van de HEER. 25David had namelijk gezegd: ‘De HEER, de God van Israël, heeft zijn volk rust gegeven. Hij zal nu voor altijd in Jeruzalem komen wonen. 26

23:26
Deut. 10:8
De Levieten hoeven de tabernakel en de voorwerpen voor de eredienst daarom niet meer mee te dragen.’ 27Volgens de laatste aanwijzingen van David werden dus ook de Levieten van twintig jaar en ouder meegeteld. 28
23:28
Num. 3:5-9
Zij kregen tot taak de nakomelingen van Aäron behulpzaam te zijn bij de dienst in de tempel van de HEER, het werk in de tempelhoven en de voorraadkamers, het reinigen van de heilige voorwerpen en alle andere werkzaamheden die verband houden met de eredienst in de tempel van God. 29Zo waren zij verantwoordelijk voor de toonbroden, de tarwebloem voor de graanoffers, de ongedesemde broden, de op de bakplaat gebakken broden waarvan het deeg met olijfolie werd bereid, en het afmeten en wegen van alle ingrediënten. 30-31Verder moest bij het brandofferen voor de HEER elke ochtend en elke avond, en op sabbat, nieuwemaan en de andere hoogtijdagen steeds het voorgeschreven aantal Levieten aantreden om de lof van de HEER te zingen. 32De Levieten vervulden dus hun plichten bij de ontmoetingstent en het heiligdom door hun verwanten, de nakomelingen van Aäron, behulpzaam te zijn bij de dienst in de tempel van de HEER.

24

Indeling van de priesters

241

24:1-2
Num. 3:2-4
De nakomelingen van Aäron, ingedeeld in afdelingen:

Zonen van Aäron: Nadab en Abihu, Eleazar en Itamar. 2

24:2
Lev. 10:1-2
Nadab en Abihu stierven eerder dan hun vader en lieten geen zonen na, zodat alleen Eleazar en Itamar het priesterambt uitoefenden. 3Samen met Sadok uit de familie van Eleazar en Achimelech uit de familie van Itamar deelde David de nakomelingen van Aäron in een dienstrooster in. 4De familie van Eleazar bleek meer familiehoofden te tellen dan de familie van Itamar, daarom werd de familie van Eleazar naar zestien hoofden ingedeeld en de familie van Itamar naar acht. 5Ze werden door loting ingedeeld, zonder onderscheid, want zowel onder de nakomelingen van Eleazar als onder de nakomelingen van Itamar bevinden zich dienaren van het heiligdom en dienaren van God. 6Ten overstaan van de koning en zijn raadsheren, van de priesters Sadok en Achimelech, de zoon van Abjatar, en van de familiehoofden van de priesters en de Levieten schreef hofschrijver Semaja, de zoon van Netanel, een Leviet, de groepen in. Daarbij kreeg de familie van Itamar steeds twee beurten tegen de familie van Eleazar één.

7Het eerste lot viel op Jojarib, het tweede op Jedaja, 8het derde op Charim, het vierde op Seorim, 9het vijfde op Malkia, het zesde op Miamin, 10het zevende op Hakkos, het achtste op Abia, 11het negende op Jesua, het tiende op Sechanja, 12het elfde op Eljasib, het twaalfde op Jakim, 13het dertiende op Chuppa, het veertiende op Jesebab, 14het vijftiende op Bilga, het zestiende op Immer, 15het zeventiende op Chezir, het achttiende op Happisses, 16het negentiende op Petachja, het twintigste op Jechezkel, 17het eenentwintigste op Jachin, het tweeëntwintigste op Gamul, 18het drieëntwintigste op Delaja, het vierentwintigste op Maäzja. 19Volgens dit rooster moesten zij aantreden in de tempel van de HEER, om daar de plichten te vervullen die hun voorvader Aäron voor hen had vastgelegd op bevel van de HEER, de God van Israël.

Indeling van de overige Levieten

20De indeling van de overige Levieten:

Zoon van Amram: Subaël; zoon van Subaël: Jechdejahu. 21Rechabja; zoon van Rechabja: Jissia, een familiehoofd. 22De Jisharieten: Selomot; zonen van Selomot: Jachat 23en Benai. Jeria, Amarja, de tweede, Jachaziël, de derde, Jekamam, de vierde. 24Zoon van Uzziël: Micha; zoon van Micha: Samir. 25De broer van Micha: Jissia; zoon van Jissia: Zecharja. 26Zonen van Merari: Machli en Musi. Zonen van zijn zoon Jaäziahu – 27de zonen van Merari’s zoon Jaäziahu: Soham, Zakkur en Ibri. 28Machli: Elazar; deze had geen zonen. 29Kis; zoon van Kis: Jerachmeël. 30Zonen van Musi: Machli, Eder en Jerimot. Dit waren de overige Levieten, ingedeeld volgens hun families. 31Ook zij werden, net als hun verwanten, de nakomelingen van Aäron, door loting ingedeeld ten overstaan van koning David, van Sadok en Achimelech, en van de familiehoofden van de priesters en de Levieten, zonder onderscheid te maken tussen de families van de hoofden en de families van hun jongere broers.

25

De zangers

251

25:1
1 Kron. 16:37-42
De nakomelingen van Asaf, Heman en Jedutun werden door David en de hoofden van de eredienst van de gewone taken vrijgesteld om de lofliederen te zingen onder begeleiding van lieren, harpen en cimbalen. Hier volgt de lijst van de mannen die deze taak moesten verrichten: 2Uit de familie van Asaf: Zakkur, Josef, Netanja en Asarela, zonen van Asaf. Zij begeleidden Asaf wanneer hij de lofliederen zong volgens de aanwijzingen van de koning. 3Uit de familie van Jedutun: Jedutuns zes zonen Gedalja, Seri, Jesaja, Chasabja en Mattitja. Zij begeleidden hun vader Jedutun wanneer hij onder begeleiding van de lier zong om de HEER te loven en te prijzen. 4Uit de familie van Heman: Hemans zonen Bukkiahu, Mattanja, Uzziël, Sebuel en Jerimot, Chananja, Chanani, Eliata, Giddalti en Romamti-Ezer, Josbekasa, Malloti, Hotir en Machaziot. 5Zij waren de zonen van Heman, de ziener van de koning, die de woorden van God kon duiden en ze kracht bijzetten. (God schonk Heman veertien zonen en drie dochters.) 6Zij allen begeleidden hun vaders Asaf, Jedutun en Heman op cimbalen, harpen en lieren bij de lofzang in de tempel van de HEER, en luisterden zo, volgens de aanwijzingen van de koning, de dienst in de tempel van de HEER op. 7Met hun andere verwanten die in de zangkunst voor de HEER waren opgeleid, bestond de groep volleerde zangers uit tweehonderdachtentachtig man.

8De zangers werden door loting in wisseldienst ingedeeld, zonder onderscheid te maken tussen oud en jong, volleerde zangers en leerlingen. 9Het eerste lot viel op de familie van Asaf, op Josef; het tweede viel op Gedalja, met zijn verwanten en zonen samen twaalf man; 10het derde op Zakkur, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 11het vierde op Jisri, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 12het vijfde op Netanja, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 13het zesde op Bukkiahu, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 14het zevende op Jesarela, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 15het achtste op Jesaja, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 16het negende op Mattanja, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 17het tiende op Simi, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 18het elfde op Azarel, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 19het twaalfde op Chasabja, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 20het dertiende op Subaël, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 21het veertiende op Mattitja, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 22het vijftiende op Jeremot, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 23het zestiende op Chananja, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 24het zeventiende op Josbekasa, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 25het achttiende op Chanani, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 26het negentiende op Malloti, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 27het twintigste op Eliata, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 28het eenentwintigste op Hotir, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 29het tweeëntwintigste op Giddalti, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 30het drieëntwintigste op Machaziot, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man; 31het vierentwintigste op Romamti-Ezer, met zijn zonen en verwanten samen twaalf man.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]