Herziene Statenvertaling (HSV)
3

Het vierde visioen: de hogepriester Jozua. Profetie over Gods Knecht, de Spruit

31Daarna liet Hij mij de hogepriester Jozua zien, die voor het aangezicht van de Engel van de HEERE stond, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen.

2De HEERE zei echter tegen de satan:

3:2
Judas vs.
De HEERE zal u bestraffen, satan! De HEERE, Die Jeruzalem verkiest, zal u bestraffen. Is deze Jozua niet een stuk brandhout dat aan het vuur ontrukt is?

3Nu was Jozua in vuile kleren gekleed, terwijl hij voor het aangezicht van de Engel stond.

4Toen nam Hij het woord en zei tegen hen die voor Zijn aangezicht stonden: Trek hem de vuile kleren uit! Daarop zei Hij tegen hem:

3:4
Micha 7:18
Zie, Ik heb uw ongerechtigheid van u weggenomen en zal u feestkleren aantrekken.

5Vervolgens zei Ik: Laat hen een reine tulband op zijn hoofd zetten. Daarop zetten zij de reine tulband op zijn hoofd en trokken hem feestkleren aan, terwijl de Engel van de HEERE erbij stond.

6Toen verzekerde de Engel van de HEERE Jozua:

7Zo zegt de HEERE van de legermachten:

Als u in Mijn wegen gaat

en als u uw taak ten behoeve van Mij vervult,

dan zult ú ook Mijn huis besturen,

en ook Mijn voorhoven bewaken,

en zal Ik u omgang geven

met hen die hier staan.

8Luister toch, hogepriester Jozua,

u en uw vrienden die vóór u zitten

– zij zijn immers een wonderteken –

want zie, Ik ga Mijn Knecht, de

3:8
Jes. 4:2
11:1
Jer. 23:5
33:15
Zach. 6:12
SPRUIT, doen komen.

9Want zie, wat betreft de steen die Ik voor Jozua neergelegd heb,

op die ene steen zullen zeven ogen zijn.

Zie, Ik zal er Zijn gravering in aanbrengen,

spreekt de HEERE van de legermachten.

Ik zal de ongerechtigheid van dit land

op één dag wegnemen.

10Op die dag, spreekt de HEERE van de legermachten,

zal ieder zijn naaste uitnodigen

onder de wijnstok en onder de vijgenboom.

4

Het vijfde visioen: de gouden kandelaar en de twee olijfbomen

41De Engel Die met mij sprak, kwam terug en wekte mij, zoals iemand die uit zijn slaap gewekt wordt.

2Hij zei tegen mij: Wat ziet u? Daarop zei ik: Ik zie, en zie, een kandelaar, geheel van goud, met een olievaatje aan de bovenkant ervan en daarbovenop zeven bijbehorende lampen met telkens zeven4:2 telkens zeven - Letterlijk: zeven en zeven. toevoerbuisjes aan de lampen, die daarboven zitten,

3met twee olijfbomen ernaast, een aan de rechterkant van het olievaatje en een aan de linkerkant ervan.

4Ik antwoordde en zei tegen de Engel Die met mij sprak: Mijn Heere, wat betekenen deze dingen?

5Toen antwoordde de Engel Die met mij sprak, en zei tegen mij: Weet u niet wat deze dingen betekenen? Ik zei: Nee, mijn Heere.

6Daarop antwoordde Hij en zei tegen mij: Dit is het woord van de HEERE tot Zerubbabel:

Niet door kracht en niet door geweld,

maar door Mijn Geest,

zegt de HEERE van de legermachten.

7Wie bent u, grote berg?

Voor de ogen van Zerubbabel zult u een vlakte worden.

Hij zal de sluitsteen aandragen

onder luid geroep: Genade, genade zij hem!

8Het woord van de HEERE kwam tot mij:

9De handen van Zerubbabel hebben dit huis gegrondvest,

zijn handen zullen het ook voltooien.

Dan zult u weten

dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft.

10Want wie veracht de dag van de kleine dingen,

terwijl die zeven blij zijn

als zij het tinnen gewicht zien in de hand van Zerubbabel?

Die zeven zijn de ogen van de HEERE,

die over heel de aarde trekken.

11Daarna antwoordde ik en zei tegen Hem: Wat betekenen die twee olijfbomen aan de rechterkant van de kandelaar en aan de linkerkant ervan?

12En voor de tweede keer antwoordde ik en zei tegen Hem: Wat betekenen die twee olijftakken die door twee gouden buisjes gouden olie uit zich weg laten lopen?

13Toen sprak Hij tot mij: Weet u niet wat deze dingen betekenen? Ik zei: Nee, mijn Heere.

14Daarop zei Hij: Dat zijn de twee gezalfden,4:14 gezalfden - Letterlijk: zonen van de olie. die bij de Heere van heel de aarde staan.

5

Het zesde visioen: de vliegende boekrol

51Opnieuw sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, een vliegende boekrol.

2Hij zei tegen mij: Wat ziet u? En ik zei: Ik zie een vliegende boekrol. Zijn lengte is twintig el en zijn breedte tien el.

3Toen zei Hij tegen mij: Dit is de vloek die zal uitgaan over heel het land. Volgens deze vloek zal namelijk ieder die steelt, vanhier weggevaagd worden, en volgens deze vloek zal ieder die een valse eed aflegt, vanhier weggevaagd worden.

4Ik heb deze vloek doen uitgaan,

spreekt de HEERE van de legermachten.

Hij zal naar het huis van de dief gaan,

en naar het huis van hem die in Mijn Naam een valse eed aflegt.

Hij zal midden in zijn huis overnachten

en het vernietigen, met zijn hout en zijn stenen.

Het zevende visioen: de vrouw in de efa

5En de Engel Die met mij sprak, trad naar voren en zei tegen mij: Sla toch uw ogen op en zie wat daar tevoorschijn komt.

6Ik zei: Wat is dat? Hij zei: Dat is een efa5:6 Een efa is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 20 en 45 liter; zie ook het vervolg. die tevoorschijn komt. Hij zei: Dat is het oog dat over hen waakt5:6 het oog dat over hen waakt - Letterlijk: hun oog; of: hun ongerechtigheid. in heel het land.

7En zie, een loden deksel werd opgelicht, en er was een vrouw, die midden in de efa zat.

8En Hij zei: Dit is vrouwe Goddeloosheid. Hij wierp haar terug midden in de efa en Hij wierp het loden gewicht op de opening ervan.

9Ik sloeg mijn ogen op en zag, en zie, twee vrouwen kwamen tevoorschijn met de wind onder hun vleugels. Zij hadden vleugels als de vleugels van een ooievaar en zij tilden de efa op tussen de aarde en de hemel.

10Toen zei ik tegen de Engel Die met mij sprak: Waar brengen zij deze efa heen?

11Hij zei tegen mij: Naar het land Sinear om voor haar een huis te bouwen. Is het gereed, dan wordt zij daar op haar voetstuk geplaatst.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]