Herziene Statenvertaling (HSV)
2

Het derde visioen: de Man met het meetsnoer

21Opnieuw sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, er was een Man met een meetsnoer in Zijn hand.

2Toen zei ik: Waar gaat U heen? Hij zei tegen mij: Ik ga Jeruzalem opmeten om te zien hoe groot zijn breedte en hoe groot zijn lengte zal zijn.

3En zie, de Engel Die met mij sprak, trad naar voren en een andere engel trad Hem tegemoet.

4En Hij zei tegen hem: Loop snel, spreek tot die jongeman en zeg:

Jeruzalem zal niet ommuurd blijven,

vanwege de veelheid aan mensen en dieren in haar midden.

5En Ík zal voor haar zijn, spreekt de HEERE,

een muur van vuur rondom,

en Ik zal in haar midden tot heerlijkheid zijn.

6O, o, vlucht dan uit het land van het noorden!

spreekt de HEERE,

want Ik heb u verspreid

over de vier windstreken van de hemel,

spreekt de HEERE.

7O, Sion! Zie te ontkomen,

u die woont bij de dochter van Babel!

8Want zo zegt de HEERE van de legermachten:

Nadat Hij heerlijkheid heeft beloofd,

heeft Hij Mij gezonden tot die heidenvolken die u beroven,

want wie u aanraakt,

raakt Zijn oogappel aan.

9Want, zie, Ik beweeg Mijn hand over hen

en zij zullen hun dienaren tot buit worden.

Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij gezonden heeft.

10Juich en verblijd u, dochter van Sion,

want, zie, Ik kom,

en

2:10
Lev. 26:12
Ezech. 37:27
2 Kor. 6:16
zal in uw midden wonen, spreekt de HEERE.

11Veel heidenvolken zullen op die dag bij de HEERE gevoegd worden

en zij zullen Mij tot een volk zijn,

en Ik zal in uw midden wonen.

Dan zult u weten dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft.

12De HEERE zal Juda in eigendom nemen

als Zijn deel in het heilige land.

Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.

13Wees stil voor het aangezicht van de HEERE, alle vlees,

want Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning.

3

Het vierde visioen: de hogepriester Jozua. Profetie over Gods Knecht, de Spruit

31Daarna liet Hij mij de hogepriester Jozua zien, die voor het aangezicht van de Engel van de HEERE stond, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen.

2De HEERE zei echter tegen de satan:

3:2
Judas vs.
De HEERE zal u bestraffen, satan! De HEERE, Die Jeruzalem verkiest, zal u bestraffen. Is deze Jozua niet een stuk brandhout dat aan het vuur ontrukt is?

3Nu was Jozua in vuile kleren gekleed, terwijl hij voor het aangezicht van de Engel stond.

4Toen nam Hij het woord en zei tegen hen die voor Zijn aangezicht stonden: Trek hem de vuile kleren uit! Daarop zei Hij tegen hem:

3:4
Micha 7:18
Zie, Ik heb uw ongerechtigheid van u weggenomen en zal u feestkleren aantrekken.

5Vervolgens zei Ik: Laat hen een reine tulband op zijn hoofd zetten. Daarop zetten zij de reine tulband op zijn hoofd en trokken hem feestkleren aan, terwijl de Engel van de HEERE erbij stond.

6Toen verzekerde de Engel van de HEERE Jozua:

7Zo zegt de HEERE van de legermachten:

Als u in Mijn wegen gaat

en als u uw taak ten behoeve van Mij vervult,

dan zult ú ook Mijn huis besturen,

en ook Mijn voorhoven bewaken,

en zal Ik u omgang geven

met hen die hier staan.

8Luister toch, hogepriester Jozua,

u en uw vrienden die vóór u zitten

– zij zijn immers een wonderteken –

want zie, Ik ga Mijn Knecht, de

3:8
Jes. 4:2
11:1
Jer. 23:5
33:15
Zach. 6:12
SPRUIT, doen komen.

9Want zie, wat betreft de steen die Ik voor Jozua neergelegd heb,

op die ene steen zullen zeven ogen zijn.

Zie, Ik zal er Zijn gravering in aanbrengen,

spreekt de HEERE van de legermachten.

Ik zal de ongerechtigheid van dit land

op één dag wegnemen.

10Op die dag, spreekt de HEERE van de legermachten,

zal ieder zijn naaste uitnodigen

onder de wijnstok en onder de vijgenboom.

4

Het vijfde visioen: de gouden kandelaar en de twee olijfbomen

41De Engel Die met mij sprak, kwam terug en wekte mij, zoals iemand die uit zijn slaap gewekt wordt.

2Hij zei tegen mij: Wat ziet u? Daarop zei ik: Ik zie, en zie, een kandelaar, geheel van goud, met een olievaatje aan de bovenkant ervan en daarbovenop zeven bijbehorende lampen met telkens zeven4:2 telkens zeven - Letterlijk: zeven en zeven. toevoerbuisjes aan de lampen, die daarboven zitten,

3met twee olijfbomen ernaast, een aan de rechterkant van het olievaatje en een aan de linkerkant ervan.

4Ik antwoordde en zei tegen de Engel Die met mij sprak: Mijn Heere, wat betekenen deze dingen?

5Toen antwoordde de Engel Die met mij sprak, en zei tegen mij: Weet u niet wat deze dingen betekenen? Ik zei: Nee, mijn Heere.

6Daarop antwoordde Hij en zei tegen mij: Dit is het woord van de HEERE tot Zerubbabel:

Niet door kracht en niet door geweld,

maar door Mijn Geest,

zegt de HEERE van de legermachten.

7Wie bent u, grote berg?

Voor de ogen van Zerubbabel zult u een vlakte worden.

Hij zal de sluitsteen aandragen

onder luid geroep: Genade, genade zij hem!

8Het woord van de HEERE kwam tot mij:

9De handen van Zerubbabel hebben dit huis gegrondvest,

zijn handen zullen het ook voltooien.

Dan zult u weten

dat de HEERE van de legermachten Mij tot u gezonden heeft.

10Want wie veracht de dag van de kleine dingen,

terwijl die zeven blij zijn

als zij het tinnen gewicht zien in de hand van Zerubbabel?

Die zeven zijn de ogen van de HEERE,

die over heel de aarde trekken.

11Daarna antwoordde ik en zei tegen Hem: Wat betekenen die twee olijfbomen aan de rechterkant van de kandelaar en aan de linkerkant ervan?

12En voor de tweede keer antwoordde ik en zei tegen Hem: Wat betekenen die twee olijftakken die door twee gouden buisjes gouden olie uit zich weg laten lopen?

13Toen sprak Hij tot mij: Weet u niet wat deze dingen betekenen? Ik zei: Nee, mijn Heere.

14Daarop zei Hij: Dat zijn de twee gezalfden,4:14 gezalfden - Letterlijk: zonen van de olie. die bij de Heere van heel de aarde staan.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]