Herziene Statenvertaling (HSV)
13

131Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid.

Het uitroeien van de afgodendienst

2Op die dag zal het gebeuren, spreekt de HEERE van de legermachten, dat Ik uit het land de namen van de afgoden zal uitroeien, zodat aan hen niet meer gedacht zal worden. Ja, ook de profeten en de onreine geest zal Ik uit het land wegdoen.

3En het zal gebeuren, wanneer iemand toch nog profeteert, dat zijn vader en moeder, die hem voortgebracht hebben, tegen hem zullen zeggen: Jij mag niet blijven leven, want je hebt leugens gesproken in de Naam van de HEERE. Zijn vader en moeder, die hem voortgebracht hebben, zullen hem doorsteken wanneer hij profeteert.

4Op die dag zal het gebeuren dat die profeten beschaamd zullen worden, ieder vanwege zijn visioen, wanneer hij profeteert. Zij zullen geen haren mantel aantrekken om te liegen.

5Maar hij zal zeggen: Ik ben geen profeet. Ik ben een man die het land bewerkt, omdat iemand mij daarvoor heeft geworven vanaf mijn jeugd.

6Als men tegen hem zegt: Wat betekenen deze wonden aan uw handen? Dan zal hij zeggen: Dat ik geslagen ben in het huis van hen die mij liefhebben.

De Herder en de beproefde rest

7Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder

en tegen de Man Die Mijn Metgezel is,

spreekt de HEERE van de legermachten.

13:7
Matt. 26:31
Mark. 14:27
Sla die Herder

en de schapen zullen overal verspreid worden.

Maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.

8Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land

twee derde ervan uitgeroeid zal worden en de geest zal geven,

en een derde ervan zal overblijven.

9Ik zal dat derde deel in het vuur brengen

en het louteren, zoals men zilver loutert.

Ik zal het beproeven,

13:9
1 Petr. 1:6,7
zoals men goud beproeft.

13:9
Ps. 50:15
91:15
Het zal Mijn Naam aanroepen

en Ík zal het verhoren.

Ik zal zeggen:

13:9
Ps. 144:15
Joh. 20:28
Dit is Mijn volk;

en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God.

14

Toekomst voor Jeruzalem

141Zie, er komt een dag voor de HEERE waarop de buit, op u behaald, in uw midden zal worden verdeeld.

2Dan zal Ik alle heidenvolken verzamelen voor de strijd tegen Jeruzalem. De stad zal ingenomen worden,

14:2
Jes. 13:16
de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen verkracht worden. De helft van de stad zal in ballingschap wegtrekken, maar het overige van het volk zal niet uitgeroeid worden uit de stad.

3

14:3
Jes. 42:13
Dan zal de HEERE uittrekken en tegen die heidenvolken strijden, zoals de dag dat Hij streed, op de dag van de strijd.

4Op die dag zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, ten oosten ervan. Dan zal de Olijfberg in tweeën gespleten worden naar het oosten en naar het westen. Er zal een zeer groot dal ontstaan, als de ene helft van de berg naar het noorden zal wijken en de andere helft ervan naar het zuiden.

5Dan zult u vluchten door het dal van Mijn bergen, want het dal tussen de bergen zal reiken tot Azal. Ja, u zult vluchten, zoals u gevlucht bent

14:5
Amos 1:1
voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. Dan zal de HEERE, mijn God, komen: al de heiligen met U!

6Op die dag zal het geschieden

dat het kostbare licht er niet zal zijn,

evenmin de dikke duisternis.

7Maar

14:7
Openb. 21:25
er zal één dag zijn,

die de HEERE bekend zal zijn,

geen dag en geen nacht.

Het zal geschieden ten tijde van de avond

dat het licht blijft.

8Op die dag zal het geschieden

dat

14:8
Ezech. 47:1Joël 3:18
Openb. 22:1
er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen,

de ene helft ervan naar de zee in het oosten

en de andere helft ervan naar de zee in het westen:14:8 de zee in het westen - Letterlijk: de achterste zee.

's zomers en 's winters zal het plaatsvinden.

9De HEERE zal Koning worden over heel de aarde.

Op die dag zal de HEERE de Enige zijn

en Zijn Naam de enige.

10Heel het land zal als de Vlakte worden, van Geba tot Rimmon, ten zuiden van Jeruzalem. Maar Jeruzalem zal verheven worden en op zijn plaats bewoond blijven, van de poort van Benjamin af tot de plaats van de vroegere poort toe, tot aan de Hoekpoort, en van de Hananeëltoren af tot aan de perskuipen van de koning.

11Zij zullen erin wonen, een banvloek zal er niet meer zijn: Jeruzalem zal onbezorgd wonen.

12En dit zal de plaag zijn waarmee de HEERE al de volken zal treffen die tegen Jeruzalem hebben gestreden: Hij zal ieders vlees, terwijl hij nog op zijn voeten staat, doen wegteren; de ogen van allen zullen wegteren in hun kassen en de tong van allen zal wegteren in hun mond.

13Op die dag zal het geschieden

dat er een grote, door de HEERE bewerkte, verwarring onder hen zal ontstaan,

zodat zij elkaars hand zullen vastgrijpen

en tegen elkaar de hand zullen opheffen.

14Ook zal Juda in Jeruzalem strijden,

zodat het vermogen van alle heidenvolken rondom verzameld wordt:

goud, zilver en kleding in zeer grote hoeveelheden.

15En zo zal de plaag die de paarden, de muildieren, de kamelen, de ezels en al de dieren die zich in die legerkampen bevinden, zal treffen, dezelfde zijn als die plaag.

16Het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heidenvolken die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, van jaar tot jaar zullen opgaan

14:16
Jes. 66:23
om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, en om het Loofhuttenfeest te vieren.

17Het zal geschieden dat er geen regen zal vallen op hem die uit de geslachten van de aarde niet zal opgaan naar Jeruzalem om zich voor de Koning, de HEERE van de legermachten, neer te buigen.

18Als het geslacht van de Egyptenaren, waarop geen regen is gevallen, niet zal opgaan en komen, dan zal de plaag komen waarmee de HEERE de heidenvolken zal treffen die niet zullen optrekken om het Loofhuttenfeest te vieren.

19Dit zal de straf zijn voor de zonde van Egypte en de straf voor de zonde van alle heidenvolken die niet zullen opgaan om het Loofhuttenfeest te vieren.

20Op die dag zal op de bellen van de paarden staan: HEILIG VOOR DE HEERE. En de potten in het huis van de HEERE zullen zijn als de sprengbekkens voor het altaar.

21Ja, al de potten in Jeruzalem en in Juda zullen voor de HEERE van de legermachten heilig zijn, zodat allen die willen offeren, zullen komen en ervan nemen om erin te koken. Op die dag zal er

14:21
Jes. 35:8
Joël 3:17
Openb. 21:27
22:15
geen Kanaäniet meer zijn in het huis van de HEERE van de legermachten.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]