Herziene Statenvertaling (HSV)
2

Christelijke levenswandel

21Maar u, spreek wat bij de gezonde leer past.

2De oudere mannen moeten beheerst zijn, eerbaar, bezonnen, gezond in het geloof, in de liefde, in de volharding.

3Evenzo moeten de oudere vrouwen

2:3
1 Tim. 2:9
1 Petr. 3:3
in hun gedrag zijn zoals het heiligen past:
2:3
1 Tim. 5:13
geen kwaadspreeksters, niet verslaafd aan veel wijn, maar leraressen van het goede,

4opdat zij de jongere vrouwen leren verstandig te zijn, hun man lief te hebben, hun kinderen lief te hebben,

5bezonnen te zijn en kuis, te zorgen voor hun huishouden, goed te zijn,

2:5
Gen. 3:16
1 Kor. 14:34
Efez. 5:22
Kol. 3:18
1 Petr. 3:1
hun eigen mannen onderdanig te zijn, opdat het Woord van God niet gelasterd wordt.

6Spoor evenzo de jongere mannen aan bezonnen te zijn.

7

2:7
1 Tim. 4:12
1 Petr. 5:3
Betoon uzelf in alles een voorbeeld van goede werken. Betoon in het onderwijs zuiverheid, waardigheid, oprechtheid,

8en spreek een gezond woord, boven alle kritiek verheven,

2:8
1 Petr. 2:12,15
3:16
zodat de tegenstander beschaamd zal staan en niets kwaads van u te zeggen heeft.

9

2:9
Efez. 6:5
Kol. 3:22
1 Tim. 6:1,2
1 Petr. 2:18
Vermaan de slaven dat zij hun eigen meester onderdanig zijn en dat zij hun in alles welbehaaglijk zijn, zonder tegen te spreken,

10dat ze niets ontvreemden, maar hun alle goede trouw bewijzen, opdat zij het onderwijs van God, onze Zaligmaker, in alles tot sieraad mogen strekken.

De zaligmakende genade van God

11Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen,

12en leert ons

2:12
Efez. 1:4
Kol. 1:22
2 Tim. 1:9
de goddeloosheid en
2:12
1 Joh. 2:16
de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven,

13

2:13
1 Kor. 1:7
Filipp. 3:20
terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.

14

2:14
Gal. 1:4
2:20
Efez. 5:2
Hebr. 9:14
Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen,
2:14
Efez. 2:10
ijverig in goede werken.

15Spreek over deze dingen, bemoedig en wijs met alle gezag terecht.

2:15
1 Tim. 4:12
Laat niemand u verachten.

3

Plichten jegens overheid en naasten

31Herinner

3:1
Rom. 13:1,31 Petr. 2:13
hen eraan dat zij de overheden en machten onderdanig behoren te zijn, dat zij hun gehoorzaam zijn en dat zij tot elk goed werk bereid zijn,

2dat zij niemand belasteren, niet strijdlustig zijn maar

3:2
Filipp. 4:5
welwillend, en
3:2
2 Tim. 2:24,25
alle zachtmoedigheid bewijzen aan alle mensen.

3

3:3
1 Kor. 6:11
Efez. 2:1
Kol. 3:7
1 Petr. 4:3
Want ook wij waren voorheen onverstandig, ongehoorzaam, dwalend, verslaafd aan allerlei begeerten en hartstochten, levend in slechtheid en afgunst, hatelijk en elkaar hatend.

4Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is,

5

3:5
Efez. 1:4
2 Tim. 1:9
maakte Hij ons zalig,
3:5
Rom. 3:20,28
4:2,6
9:11
11:6
Gal. 2:16
Efez. 2:9
niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan hadden,
3:5
Hand. 15:11
Efez. 2:4
maar vanwege Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest.

6

3:6
Ezech. 36:25
Die heeft Hij in rijke mate over ons uitgegoten door Jezus Christus, onze Zaligmaker,

7opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn genade, erfgenamen zouden worden, overeenkomstig de hoop van het eeuwige leven.

8Dit is een betrouwbaar woord en ik wil dat u deze dingen sterk benadrukt, opdat zij die in God geloven, ervoor zorgen dat zij anderen voorgaan in het doen van goede werken. Deze dingen zijn goed en nuttig voor de mensen.

9

3:9
1 Tim. 1:4
4:7
6:20
Tit. 1:14
Maar ontwijk dwaze vragen, geslachtsregisters en ruzies en strijdvragen over de wet, want die zijn nutteloos en zinloos.

10

3:10
Matt. 18:17
Rom. 16:17
2 Thess. 3:6
2 Tim. 3:5
Verwerp een ketters mens na een eerste en tweede terechtwijzing.

11Weet dat zo iemand het spoor bijster is en dat hij zondigt en het oordeel al in zich draagt.

Opdrachten, groet en zegenbede

12Wanneer ik Artemas naar u toe zal sturen of

3:12
Hand. 20:4
Efez. 6:21
2 Tim. 4:12
Tychikus, beijver u dan naar mij toe te komen in Nikopolis, want ik heb besloten daar de winter door te brengen.

13Doe de wetgeleerde Zenas, en

3:13
Hand. 18:24
1 Kor. 1:12
Apollos, zorgvuldig uitgeleide, zodat het hun aan niets ontbreekt.

14En ook de onzen moeten leren anderen voor te gaan in het doen van goede werken, om in de noodzakelijke levensbehoeften te voorzien, opdat zij niet onvruchtbaar zijn.

15Allen die bij mij zijn, groeten u. Groet hen die ons liefhebben in het geloof. De genade zij met u allen. Amen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]