Herziene Statenvertaling (HSV)
6

De trouw van de Bruidegom

de dochters van Jeruzalem:

61Waarheen is uw Liefste gegaan,

o, allermooiste onder de vrouwen?

Waarheen heeft uw Liefste Zich gewend,

opdat wij Hem met u zoeken?

zij:

2Mijn Liefste is afgedaald naar Zijn tuin,

naar de bedden met specerijen,

om in de tuinen te weiden

en lelies te verzamelen.

3Ik ben van mijn Liefste en mijn Liefste is van mij,

Hij Die te midden van de lelies weidt.

Hij:

4

6:4
Ps. 45:12
Hoogl. 1:15
4:1
Mooi bent u, Mijn vriendin, als Tirza,

bekoorlijk als Jeruzalem,

schrikwekkend als zij die vaandels opheffen.

5Wend uw ogen van Mij af,

want zij brengen Mij in verwarring.

Uw haar is als een kudde geiten,

die neergolft van de Gilead.

6Uw tanden zijn als een kudde schapen

die zijn opgekomen uit de wasplaats.

Alle werpen zij tweelingen,

geen van hen is zonder jongen.

7Als een opengesprongen granaatappel zijn uw slapen

door uw sluier heen.

8Al waren er zestig koninginnen

en tachtig bijvrouwen

en meisjes, niet te tellen,

9zij is de enige, Mijn duif, Mijn volmaakte,

zij is de enige voor haar moeder,

de zuivere voor wie haar heeft gebaard.

Als de meisjes haar zien, prijzen zij haar gelukkig,

de koninginnen en bijvrouwen roemen haar.

de meisjes, de koninginnen en de bijvrouwen:

10Wie is zij die verschijnt als de dageraad,

mooi als de volle maan,

zuiver als de gloeiende zon,

schrikwekkend als zij die vaandels opheffen?

Hij:

11Naar de notentuin ben Ik afgedaald,

om de nieuwe knoppen in de vallei te bekijken,

om te zien of de wijnstok uitloopt

en de granaatappelbomen gaan bloeien.

12Eer Ik het wist, zette Ik6:12 Ik - Letterlijk: Mijn ziel. Mij op de wagens

van Mijn

6:12
Ps. 110:3
gewillig volk.

de dochters van Jeruzalem:

13Keer terug, keer terug, o Sulammith!

Keer terug, keer terug, zodat wij u kunnen zien!

Hij:

Wat ziet u toch aan Sulammith?

Zij is als een reidans van twee legers.

7

De schoonheid van de bruid

Hij:

71Hoe mooi zijn uw schreden in uw sandalen,

vorstendochter.

De rondingen van uw heupen zijn als halssieraden,

het werk van kunstenaarshanden.

2Uw navel is als een ronde schaal

waarin geen gemengde wijn ontbreekt.

Uw buik is als een hoop tarwe,

omgeven door lelies.

3Uw beide

7:3
Hoogl. 4:5
borsten zijn als twee kalfjes,

de tweeling van een gazelle.

4Uw hals is als de ivoren toren,

uw ogen zijn als de vijvers te Hesbon

bij de poort Bath-Rabbim.

Uw neus is als de toren van de Libanon,

die uitziet op Damascus.

5Uw hoofd is op u als de Karmel

en uw haartooi is als roodpurper,

de Koning zit gevangen in de lokken.

6

7:6
Ps. 45:12
Hoogl. 1:15
4:1
Wat bent u mooi, wat bent u lieflijk,

liefste, vol van genot!

7De lengte van u is te vergelijken met een palmboom,

uw borsten met druiventrossen.

8Ik zei: Ik wil in de palmboom klimmen,

zijn takken grijpen.

Laten uw borsten toch zijn

als trossen aan de wijnstok,

de geur van uw neus

als die van appels,

9en uw gehemelte als goede wijn.

zij:

Die stroomt regelrecht naar mijn Liefste

en druppelt op de lippen van de slapenden.

10

7:10
Hoogl. 2:16
6:3
Ik ben van mijn Liefste

en Zijn begeerte gaat naar mij uit.

11Kom, mijn Liefste,

laten wij naar buiten gaan, het veld in,

laten wij overnachten in de dorpen.

12Laten wij vroeg opstaan om naar de wijngaarden te gaan

om te zien of de wijnstok uitloopt,

of de knoppen zich hebben geopend,

of de granaatappelbomen gaan bloeien.

Daar zal ik U mijn liefde geven.

13De liefdesappels geven hun geur

en aan onze deuren hangen allerlei kostelijke vruchten,

verse en ook oude.

Mijn Liefste, die heb ik voor U bewaard!

8

De kracht van de liefde

zij:

81Och, was U mij als een broer,

gezoogd aan de borsten van mijn moeder.

Als ik U op straat vond, zou ik U kussen.

Ook zouden ze mij niet verachten.

2Ik zou U meevoeren, ik zou U brengen

in het huis van mijn moeder,

U zou mij onderrichten.

Ik zou U laten drinken van kruidenwijn,

van het sap van mijn granaatappels.

3

8:3
Hoogl. 2:6
Laat Zijn linkerarm onder mijn hoofd zijn

en Zijn rechter mij omhelzen.

4

8:4
Hoogl. 2:7
3:5
Ik bezweer u,

dochters van Jeruzalem:

waarom zou u de liefde opwekken of aanwakkeren,

voordat het haar behaagt?

de dochters van Jeruzalem:

5Wie is zij die daar opkomt uit de woestijn,

leunend op haar Liefste?

zij:

Onder de appelboom heb ik U gewekt.

Daar heeft Uw moeder U met smart voortgebracht,

met smart heeft zij U daar voortgebracht die U gebaard heeft.

6Leg mij als een zegel op Uw hart,

als een zegel op Uw arm.

Want de liefde is sterk als de dood,

de hartstocht onstuitbaar8:6 onstuitbaar - Letterlijk: hard. als het graf.

Haar vonken zijn vurige vonken,

vlammen van de HEERE.

7Vele wateren kunnen

8:7
Rom. 8:28
de liefde niet uitblussen

en rivieren spoelen haar niet weg.

Al gaf iemand al het bezit van zijn huis voor de liefde,

men zou hem smadelijk verachten.

de broers van de bruid:8:8 De broers van de bruid - Of: De dochters van Jeruzalem.

8Wij hebben een kleine zuster

die nog geen borsten heeft.

Wat zullen wij voor onze zuster doen

op de dag waarop men over haar zal spreken?

9Als zij een muur is,

zullen wij een zilveren bolwerk op haar bouwen.

Als zij een deur is,

zullen wij haar insluiten met een plank van cederhout.

zij:

10Ik ben een muur

en mijn borsten zijn als torens.

Toen was ik in Zijn ogen

als iemand die vrede vindt.

11Salomo had een wijngaard te Baäl-Hamon.

Hij gaf deze wijngaard aan de bewakers.

Voor zijn vruchten bracht ieder

duizend zilverstukken.

Hij:

12Mijn wijngaard – die van Mij – ligt voor Mijn aangezicht.

De duizend zilverstukken zijn voor u, Salomo,

en tweehonderd voor de bewakers van zijn vrucht.

13O, bewoonster van de tuinen,

metgezellen slaan acht op uw stem,

laat Mij die horen!

zij:

14

8:14
Openb. 22:17,20
Kom haastig, mijn Liefste,

en wees als een gazelle

of als het jong van een hert

op de bergen met specerijen.