Herziene Statenvertaling (HSV)
5

Het berouw van de bruid

Hij:

51Ik ben in Mijn tuin gekomen, Mijn zuster, Mijn bruid,

Ik heb Mijn mirre geplukt met Mijn specerijen,

Ik heb Mijn honingraat met Mijn honing gegeten,

Ik heb Mijn wijn met Mijn melk gedronken.

Eet,

5:1
Jes. 41:8
Jak. 2:23
vrienden,

drink en word dronken, geliefden.

zij:

2Ik sliep, maar mijn hart waakte.

De stem van mijn Liefste, Die aanklopte:

Doe Mij open, Mijn zuster, Mijn vriendin,

Mijn duif, Mijn volmaakte,

want Mijn hoofd is vol dauw,

Mijn haarlokken vol druppels van de nacht.

3Ik heb mijn onderkleed uitgetrokken.

Waarom zou ik dat weer aantrekken?

Ik heb mijn voeten gewassen.

Waarom zou ik ze weer vuilmaken?

4Mijn Liefste trok Zijn hand uit de opening van de deur

en mijn binnenste werd onrustig om Hem.

5Ik stond op om mijn Liefste open te doen,

en mijn handen dropen van mirre

en mijn vingers van vloeiende mirre

over de handgreep van de grendel.

6Ik deed mijn Liefste open,

maar mijn Liefste was weg, Hij was weggegaan.

Ik was buiten mijzelf,5:6 Ik was buiten mijzelf - Letterlijk: Mijn ziel was buiten zichzelf. toen Hij sprak!

5:6
Hoogl. 3:1
Ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet,

Ik riep Hem, maar Hij antwoordde mij niet.

7De wachters die in de stad de ronde deden, vonden mij.

Zij sloegen mij, verwondden mij,

zij namen mijn sluier van mij af,

de wachters op de muren.

8

5:8
Hoogl. 3:5
Ik bezweer u,

dochters van Jeruzalem,

als u mijn Liefste vindt,

wat zult u Hem vertellen?

Dat ik ziek ben van liefde!

De schoonheid van de Bruidegom

de dochters van Jeruzalem:

9Wat heeft uw Liefste vóór boven een ander,5:9 boven een ander - Letterlijk: meer dan een liefste; zie ook het vervolg van dit vers.

o, allermooiste onder de vrouwen?

Wat heeft uw Liefste vóór boven een ander,

dat u ons dit zo bezweert?

zij:

10Mijn Liefste is blank en rood,

Hij steekt als een vaandel boven tienduizend uit.

11Zijn hoofd is van fijn goud, van zuiver goud,

Zijn haarlokken zijn krullend, zwart als een raaf.

12

5:12
Hoogl. 1:15
4:1
Zijn ogen zijn als duiven

bij waterstromen,

badend in melk,

zittend bij een volle bron.

13Zijn wangen zijn als een bed met specerijen,

als torentjes met kruiden.

Zijn lippen zijn als lelies

druipend van vloeiende mirre.

14Zijn handen zijn als gouden ringen,

ingezet met turkoois.

Zijn buik5:14 Zijn buik - Letterlijk: Zijn ingewanden. is als blinkend ivoor,

bedekt met saffieren.

15Zijn benen zijn als witmarmeren pilaren,

gegrondvest op voetstukken van zuiver goud.

Zijn gedaante is als de Libanon,

uitgelezen als de ceders.

16Zijn gehemelte is een en al zoetheid,

alles aan Hem is geheel en al begeerlijk.

Zo is mijn Liefste, ja, zo is mijn Vriend,

dochters van Jeruzalem!