Herziene Statenvertaling (HSV)
4

De schoonheid van de bruid

Hij:

41Zie, u bent mooi, Mijn vriendin, zie, u bent mooi.

Uw ogen zijn als duiven

4:1
Hoogl. 4:3
6:7
van achter uw sluier.

4:1
Hoogl. 6:5
Uw haar is als een kudde geiten

die neergolft van het gebergte van Gilead.

2Uw tanden zijn als een kudde pasgeschoren schapen

die zijn opgekomen uit de wasplaats.

Alle werpen zij tweelingen,

geen van hen is zonder jongen.

3Als een scharlakenrode draad zijn uw lippen

en uw spreken

4:3
Ps. 147:1
Kol. 4:6
is bekoorlijk.

Als een opengesprongen granaatappel zijn uw slapen

door uw sluier heen.

4

4:4
Hoogl. 7:4
Uw hals is als de toren van David,

in lagen gebouwd.

Er hangen duizend schilden aan,

allemaal schilden van helden.

5

4:5
Hoogl. 7:3
Uw beide borsten zijn als twee kalfjes,

de tweeling van een gazelle,

die tussen de lelies weiden.

6Tot de wind van de dag opsteekt

en de schaduwen vluchten,

zal Ik naar de mirreberg gaan,

naar de wierookheuvel.

7Alles aan u is mooi, Mijn vriendin,

er is geen enkel gebrek aan u.

8Kom met Mij van de Libanon af, bruid,

met Mij van de Libanon af, kom!

Daal af van de top van de Amana,

weg van de top van de Senir en de Hermon,

van de holen van de leeuwen,

van de bergen met de luipaarden.

9U hebt Mijn hart veroverd, Mijn zuster, Mijn bruid,

u hebt Mijn hart veroverd met één blik van uw ogen,

met één schakel van uw halsketting.

10Hoe mooi is uw liefde, Mijn zuster, Mijn bruid,

hoeveel beter is uw liefde dan wijn

en de geur van uw zalfoliën dan allerlei specerijen!

11Uw lippen druipen van honingzeem, Mijn bruid,

honing en melk zijn onder uw tong

en de geur van uw kleding is

als de geur van de Libanon.

12Een gesloten tuin bent u, Mijn zuster, Mijn bruid,

een gesloten bron, een verzegelde fontein.

13Uw scheuten vormen een paradijs

van granaatappelbomen met de beste vruchten,

hennastruiken en nardusplanten,

14nardus en saffraan,

kalmoes en kaneel,

met allerlei wierookbomen,

mirre en aloë,

met een keur van allerlei specerijen.

zij:

15O, bron van de tuinen,

put van levend water

dat van de Libanon stroomt!

16Ontwaak, noordenwind, en kom, zuidenwind,

waai door mijn tuin, zodat de geur van zijn specerijen zich verspreidt.4:16 zich verspreidt - Letterlijk: stroomt.

Laat mijn Liefste in Zijn tuin komen

en eten van zijn beste vruchten!

5

Het berouw van de bruid

Hij:

51Ik ben in Mijn tuin gekomen, Mijn zuster, Mijn bruid,

Ik heb Mijn mirre geplukt met Mijn specerijen,

Ik heb Mijn honingraat met Mijn honing gegeten,

Ik heb Mijn wijn met Mijn melk gedronken.

Eet,

5:1
Jes. 41:8
Jak. 2:23
vrienden,

drink en word dronken, geliefden.

zij:

2Ik sliep, maar mijn hart waakte.

De stem van mijn Liefste, Die aanklopte:

Doe Mij open, Mijn zuster, Mijn vriendin,

Mijn duif, Mijn volmaakte,

want Mijn hoofd is vol dauw,

Mijn haarlokken vol druppels van de nacht.

3Ik heb mijn onderkleed uitgetrokken.

Waarom zou ik dat weer aantrekken?

Ik heb mijn voeten gewassen.

Waarom zou ik ze weer vuilmaken?

4Mijn Liefste trok Zijn hand uit de opening van de deur

en mijn binnenste werd onrustig om Hem.

5Ik stond op om mijn Liefste open te doen,

en mijn handen dropen van mirre

en mijn vingers van vloeiende mirre

over de handgreep van de grendel.

6Ik deed mijn Liefste open,

maar mijn Liefste was weg, Hij was weggegaan.

Ik was buiten mijzelf,5:6 Ik was buiten mijzelf - Letterlijk: Mijn ziel was buiten zichzelf. toen Hij sprak!

5:6
Hoogl. 3:1
Ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet,

Ik riep Hem, maar Hij antwoordde mij niet.

7De wachters die in de stad de ronde deden, vonden mij.

Zij sloegen mij, verwondden mij,

zij namen mijn sluier van mij af,

de wachters op de muren.

8

5:8
Hoogl. 3:5
Ik bezweer u,

dochters van Jeruzalem,

als u mijn Liefste vindt,

wat zult u Hem vertellen?

Dat ik ziek ben van liefde!

De schoonheid van de Bruidegom

de dochters van Jeruzalem:

9Wat heeft uw Liefste vóór boven een ander,5:9 boven een ander - Letterlijk: meer dan een liefste; zie ook het vervolg van dit vers.

o, allermooiste onder de vrouwen?

Wat heeft uw Liefste vóór boven een ander,

dat u ons dit zo bezweert?

zij:

10Mijn Liefste is blank en rood,

Hij steekt als een vaandel boven tienduizend uit.

11Zijn hoofd is van fijn goud, van zuiver goud,

Zijn haarlokken zijn krullend, zwart als een raaf.

12

5:12
Hoogl. 1:15
4:1
Zijn ogen zijn als duiven

bij waterstromen,

badend in melk,

zittend bij een volle bron.

13Zijn wangen zijn als een bed met specerijen,

als torentjes met kruiden.

Zijn lippen zijn als lelies

druipend van vloeiende mirre.

14Zijn handen zijn als gouden ringen,

ingezet met turkoois.

Zijn buik5:14 Zijn buik - Letterlijk: Zijn ingewanden. is als blinkend ivoor,

bedekt met saffieren.

15Zijn benen zijn als witmarmeren pilaren,

gegrondvest op voetstukken van zuiver goud.

Zijn gedaante is als de Libanon,

uitgelezen als de ceders.

16Zijn gehemelte is een en al zoetheid,

alles aan Hem is geheel en al begeerlijk.

Zo is mijn Liefste, ja, zo is mijn Vriend,

dochters van Jeruzalem!

6

De trouw van de Bruidegom

de dochters van Jeruzalem:

61Waarheen is uw Liefste gegaan,

o, allermooiste onder de vrouwen?

Waarheen heeft uw Liefste Zich gewend,

opdat wij Hem met u zoeken?

zij:

2Mijn Liefste is afgedaald naar Zijn tuin,

naar de bedden met specerijen,

om in de tuinen te weiden

en lelies te verzamelen.

3Ik ben van mijn Liefste en mijn Liefste is van mij,

Hij Die te midden van de lelies weidt.

Hij:

4

6:4
Ps. 45:12
Hoogl. 1:15
4:1
Mooi bent u, Mijn vriendin, als Tirza,

bekoorlijk als Jeruzalem,

schrikwekkend als zij die vaandels opheffen.

5Wend uw ogen van Mij af,

want zij brengen Mij in verwarring.

Uw haar is als een kudde geiten,

die neergolft van de Gilead.

6Uw tanden zijn als een kudde schapen

die zijn opgekomen uit de wasplaats.

Alle werpen zij tweelingen,

geen van hen is zonder jongen.

7Als een opengesprongen granaatappel zijn uw slapen

door uw sluier heen.

8Al waren er zestig koninginnen

en tachtig bijvrouwen

en meisjes, niet te tellen,

9zij is de enige, Mijn duif, Mijn volmaakte,

zij is de enige voor haar moeder,

de zuivere voor wie haar heeft gebaard.

Als de meisjes haar zien, prijzen zij haar gelukkig,

de koninginnen en bijvrouwen roemen haar.

de meisjes, de koninginnen en de bijvrouwen:

10Wie is zij die verschijnt als de dageraad,

mooi als de volle maan,

zuiver als de gloeiende zon,

schrikwekkend als zij die vaandels opheffen?

Hij:

11Naar de notentuin ben Ik afgedaald,

om de nieuwe knoppen in de vallei te bekijken,

om te zien of de wijnstok uitloopt

en de granaatappelbomen gaan bloeien.

12Eer Ik het wist, zette Ik6:12 Ik - Letterlijk: Mijn ziel. Mij op de wagens

van Mijn

6:12
Ps. 110:3
gewillig volk.

de dochters van Jeruzalem:

13Keer terug, keer terug, o Sulammith!

Keer terug, keer terug, zodat wij u kunnen zien!

Hij:

Wat ziet u toch aan Sulammith?

Zij is als een reidans van twee legers.