Herziene Statenvertaling (HSV)
1

De bruid en de Bruidegom

11Het Hooglied, dat van Salomo is.

zij:

2Laat Hij mij kussen met de kussen van Zijn mond,

want Uw uitnemende liefde is

1:2
Hoogl. 4:10
beter dan wijn.

3Uw zalfoliën zijn heerlijk van geur,

Uw Naam is een uitgegoten zalfolie.

Daarom hebben de meisjes U lief.

4Trek mij mee, wij zullen achter U aan snellen.

De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkamers.

1:4
1 Petr. 1:8
Laten wij ons verheugen en ons in U verblijden,

laten wij Uw uitnemende liefde in herinnering roepen meer dan de wijn.

Met recht hebben zij U lief.

5Donker van huid ben ik, maar bekoorlijk,

dochters van Jeruzalem,

als de tenten van Kedar,

als de tentkleden van Salomo.

6Zie niet op mij neer omdat ik donker ben,

want de zon heeft mij beschenen.

De zonen van mijn moeder ontstaken tegen mij in woede,

zij maakten mij tot bewaakster van de wijngaarden.

Mijn eigen wijngaard heb ik niet bewaakt.

7U,

1:7
Hoogl. 3:1,2,3
Die ik innig liefheb,1:7 Die ik innig liefheb - Letterlijk: Die mijn ziel liefheeft.

1:7
Deut. 12:5
maak mij bekend waar U de kudde weidt,

waar U die op de middag laat rusten.

Want waarom zou ik zijn als een gesluierde

bij de kudden van Uw metgezellen?

Hij:

8Als u het niet weet,

1:8
Hoogl. 5:9
6:1
o, allermooiste onder de vrouwen,

volg dan de sporen van de schapen

en weid uw geiten

bij de woningen van de herders.

9

1:9
Hoogl. 2:2,10,13
4:1,7
5:2
6:4
Joh. 15:14,15
Mijn vriendin, Ik vergelijk u met de paarden

voor de wagens van de farao.

10

1:10
Ezech. 16:11,12,13
Lieflijk zijn uw wangen tussen de kettinkjes,

en uw hals met de parelsnoeren.

11Wij zullen gouden kettinkjes voor u maken

met zilveren knopjes.

zij:

12Zolang de Koning aan Zijn ronde tafel zit,

verspreidt mijn nardus zijn geur.

13Mijn Liefste is mij een bundeltje mirre

dat tussen mijn borsten overnacht.

14Mijn Liefste is mij een tros hennabloemen

uit de wijngaarden van Engedi.

Hij:

15Zie, u bent mooi, Mijn vriendin,

zie, u bent mooi, uw ogen zijn als duiven.

zij:1:15 zij - Of: Hij.

16

1:16
Hoogl. 4:1
5:12
Zie, U bent mooi, mijn Liefste, ja, lieflijk.

Ja, onze rustbank is het groene loof.

17De balken van onze huizen zijn ceders,

onze dakspanten zijn cipressen.

2

De stem van mijn Liefste

zij:2:1 zij - Of: Hij.

21Ik ben een roos van Saron,

een lelie uit de dalen.

Hij:

2Als een lelie tussen de distels,

zo is Mijn vriendin tussen de meisjes.

zij:

3Als een appelboom tussen de bomen van het woud,

zo is mijn Liefste tussen de jongemannen.

Ik verlang er sterk naar in Zijn schaduw te zitten,

en Zijn vrucht is zoet voor mijn gehemelte.

4Hij brengt mij in het wijnhuis,

en de liefde is Zijn banier over mij.

5Sterk mij met rozijnenkoeken,

verkwik mij met appels,

want ik ben ziek van liefde.

6

2:6
Hoogl. 8:3
Laat Zijn linkerarm onder mijn hoofd zijn

en Zijn rechter mij omhelzen.

7Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,

als bij de gazellen of bij de hinden op het veld,

dat u de liefde niet opwekt of aanwakkert,

voordat het haar behaagt.

8De stem van mijn Liefste!

Zie, daar komt Hij,

springend over de bergen,

huppelend over de heuvels.

9Mijn Liefste lijkt op een gazelle

of het jong van een hert.

Zie, Hij staat achter onze muur,

kijkend door de vensters,

speurend door de spijlen.

10Mijn Liefste antwoordt en zegt tegen mij:

Sta op, Mijn vriendin,

Mijn allermooiste, en kom!

11Want zie, de winter is voorbij.

De regentijd is over, helemaal voorbijgegaan.

12De bloemen laten zich zien op het land,

de zangtijd is aangebroken,

het koeren van de tortelduif wordt in ons land gehoord.

13De vijgenboom brengt zijn jonge vruchten voort,

de bloeiende wijnstokken geuren.

Sta op, Mijn vriendin,

en kom, Mijn allermooiste!

14Mijn duif in de kloven van de rots,

in de schuilplaats van de bergwand,

laat Mij uw gedaante zien,

laat Mij uw stem horen.

2:14
Hoogl. 5:13,16
Want uw stem is zoet

en uw gedaante is bekoorlijk.

Hij:

15Vang voor ons de

2:15
Ezech. 13:4
Luk. 13:32
vossen,

de kleine vossen

die de wijngaarden te gronde richten,

nu onze wijngaarden bloeien.

zij:

16Mijn Liefste is van mij en ik ben van Hem,

Die de kudde weidt tussen de lelies,

17

2:17
Hoogl. 4:6
tot de wind van de dag opsteekt

en de schaduwen vluchten.

Keer om, mijn Liefste,

en wees als een gazelle of het jong van een hert

op de bergen van Bether.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]