Herziene Statenvertaling (HSV)
17

De vrouw op het beest

171En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij en zei tegen mij: Kom, ik zal u het oordeel over de grote hoer laten zien, die aan vele wateren zit.

2

17:2
Openb. 18:3
Met haar hebben de koningen van de aarde hoererij bedreven, en de bewoners van de aarde zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij.

3En in de geest bracht hij mij weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood

17:3
Vers
beest, dat vol van godslasterlijke namen was, met zeven koppen en tien hoorns.

4En de vrouw was

17:4
Openb. 18:16
bekleed met purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels, en zij had een gouden drinkbeker in haar hand, vol van gruwelen en van onreinheid van haar hoererij.

5En op haar voorhoofd stond een naam geschreven:

17:5
2 Thess. 2:7
Geheimenis, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde.

6En ik zag dat de vrouw dronken was van

17:6
Openb. 18:24
het bloed van de heiligen, en van het bloed van de getuigen van Jezus. En ik was bovenmate verwonderd17:6 ik was bovenmate verwonderd - Letterlijk: ik verwonderde mij met grote verwondering. toen ik haar zag.

7En de engel zei tegen mij: Waarom verwondert u zich? Ik zal u het geheimenis vertellen van de vrouw en van het beest dat haar draagt, dat de zeven koppen heeft en de tien hoorns.

8Het beest dat u gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit de afgrond en naar het verderf gaan. En zij die op de aarde wonen,

17:8
Ex. 32:32
Filipp. 4:3
Openb. 13:8
van wie niet vanaf de grondlegging van de wereld de naam geschreven staat in het boek des levens, zullen zich verwonderen als zij het beest zien, dat was en niet is, hoewel het er toch is.

9Hier is het verstand

17:9
Openb. 13:18
dat wijsheid heeft:
17:9
Openb. 13:1
de zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit.

10Ook zijn het zeven koningen: vijf zijn er gevallen, een is er, de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven.

11En het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste. En hij is uit de zeven, en gaat naar het verderf.

12En

17:12
Dan. 7:20
Openb. 13:1
de tien hoorns die u gezien hebt, zijn tien koningen, die het koningschap nog niet hebben ontvangen, maar die samen met het beest één uur koninklijke macht zullen ontvangen.

13Dezen zijn eensgezind17:13 zijn eensgezind - Letterlijk: hebben één mening; zie ook vers 17. en zij zullen hun kracht en macht aan het beest overdragen.

14Zij

17:14
Openb. 16:14
zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam –
17:14
1 Tim. 6:15
Openb. 19:16
want Heere der heren is Hij en Koning der koningen – zal hen overwinnen, en zij die samen met Hem zijn, geroepenen, uitverkorenen en gelovigen.

15En hij zei tegen mij:

17:15
Jes. 8:7
De wateren die u gezien hebt, waaraan de hoer zit, zijn volken, menigten, naties en talen.

16En de tien hoorns die u op het beest zag, die zullen de hoer haten, en haar berooid en naakt maken, en zij zullen haar vlees eten, en haar

17:16
Openb. 18:8
met vuur verbranden.

17Want God heeft het in hun hart gegeven om Zijn plan uit te voeren en dit eensgezind te doen en hun koningschap aan het beest te geven, totdat de woorden van God volbracht zijn.

18En de vrouw die u gezien hebt, is

17:18
Openb. 16:19
de grote stad, die koninklijke heerschappij voert over de koningen van de aarde.

18

Val van Babylon

181Hierna zag ik een andere engel neerdalen uit de hemel. Hij had grote macht, en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid.

2En hij riep uit met krachtige stem:

18:2
Jes. 21:9
Jer. 51:8
Openb. 14:8
Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon, en een woonplaats van demonen geworden,
18:2
Jes. 13:21
34:14
Jer. 50:39
een schuilplaats voor allerlei onreine geesten en een schuilplaats voor allerlei onreine en weerzinwekkende
18:2
Jes. 34:11
vogels.

3Want van

18:3
Openb. 14:8
de wijn van de toorn van haar hoererij hebben alle volken gedronken,
18:3
Openb. 17:2
en de koningen van de aarde hebben hoererij met haar bedreven, en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de kracht van haar losbandig leven.

4En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen:

18:4
Gen. 19:12
Jes. 48:20
52:11
Jer. 51:6,45
2 Kor. 6:17
Ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deelhebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen.

5Want haar zonden hebben

18:5
Openb. 16:19
zich opgestapeld tot aan de hemel, en God herinnerde Zich haar ongerechtigheden.

6Vergeld haar zoals zij ook u vergolden heeft, en vergeld haar dubbel18:6 vergeld haar dubbel - Letterlijk: verdubbel haar dubbel. naar haar werken. Schenk in de drinkbeker

18:6
Openb. 14:10
waarin zij voor anderen ingeschonken heeft, voor haar het dubbele in.

7Overeenkomstig de maat waarin zij zichzelf heeft verheerlijkt en losbandig heeft geleefd, geef haar naar die maat pijniging en rouw. Want in haar hart zegt zij:

18:7
Jes. 47:8
Ik zit als een koningin en ben geen weduwe en ik zal zeker geen rouw zien.

8

18:8
2 Thess. 2:8
Daarom zullen op één dag haar plagen komen: dood, rouw en honger, en
18:8
Openb. 17:16
met vuur zal zij verbrand worden, want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt.

9

18:9
Vers
En de koningen van de aarde die hoererij met haar bedreven hebben en losbandig geleefd hebben, zullen huilen en rouw over haar bedrijven, wanneer zij
18:9
Vers
de rook van haar verbranding zullen zien.

10Zij blijven van verre staan uit vrees voor haar pijniging en zeggen:

18:10
Jes. 21:9
Jer. 51:1
Openb. 14:8
Wee, wee de grote stad Babylon, de sterke stad, want in één uur is uw oordeel gekomen.

11En de kooplieden van de aarde zullen over haar huilen en treuren, omdat niemand hun waren meer koopt:

12koopwaar van goud, zilver, edelgesteente, parels, fijn linnen, purper, zijde en scharlaken, allerlei geurig hout, allerlei ivoren voorwerpen en allerlei voorwerpen van zeer kostbaar hout, koper, ijzer en marmer,

13en kaneel, reukwerk, mirre, wierook, wijn, olie, meelbloem en tarwe, lastdieren en schapen, paarden en wagens, en lichamen

18:13
Ezech. 27:13
en zielen van mensen.

14En de rijpe vrucht waarnaar uw ziel verlangde,18:14 En de rijpe vrucht … verlangde - Letterlijk: En de rijpe vrucht van de begeerte van uw ziel. is van u geweken. Al wat glansrijk en sierlijk was, is van u weggegaan en u zult dat beslist niet meer terugvinden.

15De kooplieden van deze waren, die door haar rijk zijn geworden, zullen huilend en treurend op grote afstand blijven staan uit vrees voor haar pijniging,

16en zeggen: Wee, wee de grote stad, die

18:16
Openb. 17:4
bekleed was met fijn linnen, purper en scharlaken, en getooid met goud, edelgesteente en parels. Want in één uur is die grote rijkdom verwoest.

17En elke stuurman, al het volk op de schepen, zeelieden en allen die op zee hun werk doen, bleven van verre staan,

18en zij riepen toen zij

18:18
Vers
de rook van haar verbranding zagen:
18:18
Openb. 13:4
Welke stad was aan deze grote stad gelijk?

19En zij wierpen stof op hun hoofd en riepen huilend en treurend: Wee, wee de grote stad, waarin allen die schepen op zee hadden, rijk zijn geworden door haar weelde. Want in één uur is zij verwoest.

20Verblijd u over haar, hemel, heilige apostelen en profeten, want God heeft uw vonnis

18:20
Openb. 19:2
aan haar voltrokken.

21En een sterke engel hief een steen op als een grote molensteen, en wierp die in de zee, en zei:

18:21
Jer. 51:64
Zó zal Babylon, de grote stad, met geweld neergeworpen worden, en het zal nooit meer gevonden worden.

22

18:22
Jer. 25:10
Ezech. 26:13
En het geluid van citerspelers, zangers, fluitspelers en bazuinblazers zal beslist niet meer in u gehoord worden. En er zal geen enkele beoefenaar van welke kunst dan ook meer in u gevonden worden, en
18:22
Jer. 25:10
het geluid van de molen zal zeker niet meer in u gehoord worden.

23En het lamplicht zal nooit meer in u schijnen

18:23
Jer. 7:34
16:9
25:10
en de stem van een bruidegom of van een bruid zal nooit meer in u gehoord worden. Want uw kooplieden waren de groten van de aarde. Door uw tovenarij immers werden alle naties misleid.

24En

18:24
Openb. 17:6
het bloed van profeten en heiligen en van allen die geslacht zijn op de aarde, is in deze stad gevonden.

19

Lied van overwinning

191En hierna hoorde ik een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Heere, onze God.

2Want

19:2
Openb. 15:3
16:7
Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, omdat Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde te gronde gericht heeft met haar hoererij, en omdat Hij
19:2
Deut. 32:43
Openb. 18:20
het bloed van Zijn dienstknechten aan haar19:2 aan haar - Letterlijk: uit haar hand. gewroken heeft.

3En zij zeiden voor de tweede keer: Halleluja!

19:3
Jes. 34:10
Openb. 14:11
18:18
En haar rook stijgt op in alle eeuwigheid.

4En de vierentwintig ouderlingen en de vier dieren wierpen zich neer, aanbaden God, Die op de troon zit, en zeiden: Amen, Halleluja!

5En er kwam een stem uit de troon, die zei: Loof onze God, al Zijn dienstknechten, en die Hem vrezen, kleinen en groten!

De bruiloft van het Lam

6En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God,

19:6
Openb. 11:17
is Koning geworden.

7Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven,

19:7
Matt. 22:2
Luk. 14:16
want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt.

8En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen.

9En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij:

19:9
Openb. 21:5
Dit zijn de waarachtige woorden van God.

10

19:10
Openb. 22:8
En ik viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei tegen mij:
19:10
Hand. 10:26
14:14
Openb. 22:9
Pas op dat u dat niet doet! Ik ben een mededienstknecht van u en van uw broeders, die het getuigenis van Jezus hebben. Aanbid God. Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie.

Overwinning van Christus op de valse profeet

11En ik zag de hemel geopend, en zie,

19:11
Openb. 6:2
een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid.

12En Zijn ogen waren

19:12
Openb. 1:14
als een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele diademen. Hij had een Naam, die opgeschreven was, en die niemand kent dan Hijzelf.

13En Hij was bekleed met een

19:13
Jes. 63:1
in bloed gedoopt bovenkleed, en Zijn Naam luidt:
19:13
Joh. 1:1
1 Joh. 1:1
Het Woord van God.

14En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in

19:14
Matt. 28:3
Openb. 4:4
7:9
fijn linnen, wit en smetteloos.

15

19:15
Vers
En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden
19:15
Ps. 2:9
Openb. 2:27
met een ijzeren staf.
19:15
Jes. 63:3
Openb. 14:19,20
En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn19:15 van de grimmige toorn - Letterlijk: van de toorn en van de gramschap. van de almachtige God.

16Er stond op Zijn bovenkleed en op Zijn dij deze Naam geschreven:

19:16
1 Tim. 6:15
Openb. 17:14
Koning der koningen en Heere der heren.

17En ik zag één engel dicht bij de zon staan, en hij riep met luide stem naar alle vogels die hoog aan de hemel vlogen:

19:17
Jer. 12:9
Ezech. 39:17
Kom en verzamel u voor het avondmaal van de grote God,

18om te eten vlees van koningen, en vlees van oversten over duizend, en vlees van machtigen, en vlees van paarden en van hen die daarop zitten, en vlees van alle vrijen en van slaven, kleinen en groten.

19En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn leger.

20En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid

19:20
Deut. 13:1
Matt. 24:24
Openb. 13:12,13
16:14
de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest
19:20
Openb. 13:16
ontvangen hadden en die
19:20
Openb. 13:15
zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden
19:20
Dan. 7:11
Openb. 20:10
levend geworpen in de poel van vuur, die
19:20
Openb. 14:10
van zwavel brandt.

21En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees.