Herziene Statenvertaling (HSV)
14

Het Lam op de berg Sion met de honderdvierenveertigduizend

141En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem

14:1
Openb. 7:4
honderdvierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven.

2En ik hoorde een geluid uit de hemel, als

14:2
Openb. 1:15
een geluid van vele wateren en als het geluid van een zware donderslag. En ik hoorde het geluid
14:2
Openb. 5:8
van citerspelers die op hun citers spelen.

3En zij zongen als

14:3
Openb. 5:9
een nieuw lied vóór de troon, vóór de vier dieren en de ouderlingen. En niemand kon dat lied leren behalve de honderdvierenveertigduizend, die van de aarde gekocht waren.

4Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn,

14:4
2 Kor. 11:2
want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam.

5

14:5
Zef. 3:13
En in hun mond is geen leugen gevonden, want zij zijn
14:5
Efez. 5:27
smetteloos voor de troon van God.

Drie engelen kondigen het oordeel aan

6En ik zag een andere engel, die hoog aan de hemel vloog. En hij had het eeuwige Evangelie, om dat te verkondigen aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie, stam, taal en volk.

7En hij zei met een luide stem: Vrees God en geef Hem eer, want het uur van Zijn oordeel is gekomen. En aanbid Hem

14:7
Gen. 1:1
Ps. 33:6
124:8
146:6
Hand. 14:15
17:24
Die de hemel, de aarde, de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.

8En een andere engel volgde, die zei:

14:8
Jes. 21:9
Jer. 51:8
Openb. 18:2
Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon,
14:8
Openb. 16:19
17:5
18:10,21
de grote stad, omdat zij alle volken van de wijn van de toorn van haar hoererij heeft laten drinken.

9En een derde engel volgde hen, die met een luide stem zei: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt,

10dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is

14:10
Openb. 18:6
ingeschonken
14:10
Openb. 16:19
in de drinkbeker van Zijn toorn, en
14:10
Openb. 20:10
gepijnigd worden
14:10
Openb. 19:20
in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam.

11

14:11
Openb. 19:3
En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid, en zij die het beest en zijn beeld aanbidden, hebben dag en nacht geen rust, evenmin als iemand die het merkteken van zijn naam ontvangt.

12

14:12
Openb. 13:10
Hier zien we de volharding van de heiligen. Hier komen openbaar die de geboden van God en het geloof in Jezus in acht nemen.

13En ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Schrijf: Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun inspanningen, en hun werken volgen met hen.

De graanoogst en de wijnoogst

14En ik zag, en zie, een witte wolk, en op de wolk zat Iemand

14:14
Ezech. 1:26
Dan. 7:13
Openb. 1:13
als een Mensenzoon, met op Zijn hoofd een gouden kroon en in Zijn hand een scherpe sikkel.

15En een andere engel kwam uit de tempel en riep met luide stem tegen Hem Die op de wolk zat:

14:15
Joël 3:13
Matt. 13:39
Zend Uw sikkel en maai, want het uur om te maaien is voor U gekomen, omdat de oogst van de aarde geheel rijp is geworden.

16En Hij Die op de wolk zat, zond Zijn sikkel op de aarde, en de aarde werd gemaaid.

17En een andere engel kwam uit de tempel, die in de hemel is, en ook hij had een scherpe sikkel.

18En weer een andere engel kwam bij het altaar vandaan, en die had macht over het vuur. En hij riep met luide stem tegen hem die de scherpe sikkel had, en zei: Zend uw scherpe sikkel en oogst de trossen van de wijnstok van de aarde, want de druiven ervan zijn rijp.

19En de engel zond zijn sikkel op de aarde en oogstte de druiven van de wijnstok van de aarde, en wierp die in de grote wijnpersbak van

14:19
Openb. 19:15
de toorn van God.

20En

14:20
Jes. 63:3
de wijnpersbak werd getreden buiten de stad, en er kwam bloed uit de wijnpersbak, tot aan de tomen van de paarden, zestienhonderd stadiën14:20 stadiën - Eén stadie bedraagt ongeveer 185 meter. ver.

15

Zeven engelen met de zeven laatste plagen

151En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaarlijk: zeven engelen met

15:1
Openb. 11:14
de zeven laatste plagen. Want daarmee zal de toorn van God tot een einde gekomen zijn.

2En ik zag iets

15:2
Openb. 4:6
als een glazen zee, met vuur gemengd. En de overwinnaars van het beest, van zijn beeld, van zijn merkteken en van het getal van zijn naam stonden bij de glazen zee, met de citers van God.

3En zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, en het lied van het Lam, met de woorden:

15:3
Ps. 111:2
139:14
Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God;
15:3
Ps. 145:17
rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de heiligen!

4

15:4
Jer. 10:7
Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Immers, U alleen bent heilig. Want alle volken zullen komen en U aanbidden, want Uw oordelen zijn openbaar geworden.

5En daarna zag ik, en zie,

15:5
Openb. 11:19
de tempel van de tent van de getuigenis in de hemel werd geopend.

6En de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit de tempel, gekleed in smetteloos en blinkend linnen, en

15:6
Openb. 1:13
omgord om de borst met gouden gordels.

7En een van de vier dieren gaf de zeven engelen zeven gouden schalen, gevuld met de toorn van God, Die leeft tot in alle eeuwigheid.

8En de tempel werd

15:8
Ex. 40:34
1 Kon. 8:10
Jes. 6:4
vervuld met rook vanwege de heerlijkheid van God, en vanwege Zijn kracht. En niemand kon de tempel binnengaan, voordat de zeven plagen van de zeven engelen tot een einde gekomen waren.

16

De zeven engelen gieten hun schalen uit

161En ik hoorde een luide stem uit de tempel zeggen tegen de zeven engelen: Ga en giet de schalen van de toorn van God uit over de aarde.

2En de eerste ging en goot zijn schaal uit over de aarde, en er kwam een kwaadaardige en schadelijke

16:2
Ex. 9:9,10,11
zweer bij de mensen die
16:2
Openb. 13:16,17
het merkteken van het beest hadden en
16:2
Openb. 13:14
die zijn beeld aanbaden.

3En de tweede engel goot zijn schaal uit in de zee, en die werd

16:3
Ex. 7:20
bloed, als van een dode. En elk levend wezen in de zee stierf.

4En de derde engel goot zijn schaal uit in de rivieren en de waterbronnen, en het water werd bloed.

5En ik hoorde de engel van de wateren zeggen: U bent rechtvaardig, Heere,

16:5
Openb. 1:4,8
4:8
11:17
Die is en Die was en Die zal zijn, dat U dit oordeel geveld hebt.

6Aangezien zij

16:6
Matt. 23:34
het bloed van de heiligen en van de profeten vergoten hebben, hebt U hun ook bloed te drinken gegeven, want zij verdienen het.

7En ik hoorde een ander

16:7
Openb. 15:3
bij het altaar vandaan zeggen: Ja Heere, almachtige God! Uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.

8En de vierde engel goot zijn schaal uit over de zon, en haar werd macht gegeven de mensen te verzengen met vuur.

9En de mensen werden verzengd door grote hitte. Maar zij

16:9
Vers 11,21
lasterden de Naam van God, Die macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven.

10En de vijfde engel goot zijn schaal uit over de troon van het beest, en zijn koninkrijk werd verduisterd. En zij beten op hun tong van pijn.

11En zij lasterden de God van de hemel vanwege hun pijn en vanwege hun zweren, maar zij bekeerden zich niet van hun werken.

12En de zesde engel goot zijn schaal uit over de grote rivier, de Eufraat. En haar water droogde op, zodat de weg gereedgemaakt werd voor de koningen uit de richting waar de zon opgaat.

13En ik zag uit de bek van de draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen.

14Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die

16:14
2 Thess. 2:9
Openb. 13:13
19:20
tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen
16:14
Openb. 17:14
19:19
20:8
voor de oorlog van de grote dag van de almachtige God.

15Zie, Ik kom

16:15
Matt. 24:43
Luk. 12:39
1 Thess. 5:2
2 Petr. 3:10
Openb. 3:3
als een dief. Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren acht geeft, zodat hij niet
16:15
Openb. 3:18
naakt zal rondlopen en men zijn schaamte niet zal zien.

16En hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Armageddon wordt genoemd.

17En de zevende engel goot zijn schaal uit over de lucht. En er klonk een luide stem uit de tempel in de hemel, vanaf de troon, die zei:

16:17
Openb. 21:6
Het is geschied.

18En er kwamen

16:18
Openb. 4:5
8:5
stemmen, donderslagen en bliksemstralen. En er kwam een grote aardbeving, zo een als er niet is geweest sinds er mensen op de aarde geweest zijn: zo'n aardbeving, zo groot!

19En

16:19
Openb. 14:8
de grote stad viel in drie stukken uiteen en de steden van de heidenvolken stortten in. En het grote Babylon kwam bij God in
16:19
Openb. 18:5
gedachtenis, en Hij gaf haar
16:19
Jer. 25:15
Openb. 14:10
de drinkbeker met de wijn van Zijn grimmige toorn.16:19 van Zijn grimmige toorn - Letterlijk: van de toorn van zijn grimmigheid.

20En alle eilanden zijn op de vlucht geslagen, en bergen waren er niet meer te vinden.

21En grote

16:21
Openb. 11:19
hagelstenen, elk ongeveer een talentpond zwaar, vielen uit de hemel op de mensen neer. Maar de mensen
16:21
Vers 9,11
lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag van de hagel was zeer groot.