Herziene Statenvertaling (HSV)
12

De vrouw, het Kind en de draak

121En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.

2En zij was zwanger en schreeuwde het uit in barensnood en in haar pijn om te baren.

3En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode draak met zeven koppen en tien hoorns. En op zijn koppen zeven diademen.

4En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar Kind te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben.

5En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind,

12:5
Ps. 2:9
Openb. 2:27
dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon.

6En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden

12:6
Openb. 11:3
twaalfhonderdzestig dagen.

De strijd van Michaël met de draak

7Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog.

8Maar zij waren niet sterk genoeg,

12:8
Dan. 2:35
en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.

9En

12:9
Luk. 10:18
Openb. 20:2
de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.

10En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen.

11En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood.

12

12:12
Ps. 96:11
Jes. 49:13
Daarom, verblijd u, hemelen, en u die daarin woont!
12:12
Openb. 8:13
Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft.

De draak vervolgt de vrouw

13En zodra de draak zag dat hij op de aarde was neergeworpen, ging hij de vrouw vervolgen die het mannelijke Kind gebaard had.

14

12:14
Vers
En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt,
12:14
Vers
een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang.

15En de slang spuwde uit zijn bek water als een rivier, de vrouw achterna, om haar door de rivier te laten meesleuren.

16Maar de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn bek had gespuwd.

17En de draak werd boos op de vrouw, en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus Christus hebben.

18En ik stond op het zand bij de zee.

13

Het beest dat uit de zee opkomt

131En ik zag uit de zee

13:1
Dan. 7:20
Openb. 17:3
een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam.

2En het beest dat ik zag, leek op een panter, en zijn poten waren als die van een beer, en zijn muil was als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht.

3En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond,13:3 dodelijk gewond - Letterlijk: geslacht. maar zijn dodelijke wond werd genezen. En de hele aarde ging het beest met verwondering achterna.

4En zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest macht gegeven had. En zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan dit beest

13:4
Openb. 18:18
gelijk? En wie kan er oorlog tegen voeren?

5En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit

13:5
Openb. 11:2
tweeënveertig maanden lang te doen.

6En het opende zijn mond om God te lasteren, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tent en hen die in de hemel wonen.

7En

13:7
Dan. 7:21
Openb. 11:7
het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam, taal en volk.

8En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, althans

13:8
Ex. 32:33
Filipp. 4:3
Openb. 3:5
20:12
21:27
van wie de namen niet zijn geschreven in het boek des levens van het Lam Dat geslacht is,
13:8
Openb. 17:8
van de grondlegging van de wereld af.

9Indien iemand oren heeft, laat hij horen.

10Als iemand in gevangenschap voert, die gaat zelf in gevangenschap.

13:10
Gen. 9:6
Matt. 26:52
Als iemand met het zwaard doodt, die moet zelf met het zwaard gedood worden.
13:10
Openb. 14:12
Hier is de volharding en het geloof van de heiligen.

Het beest dat uit de aarde opkomt

11En ik zag een ander beest opkomen,

13:11
Openb. 11:7
uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak.

12En het oefent al de macht van het eerste beest

13:12
Openb. 19:20
voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de
13:12
Vers
dodelijke wond genezen was.

13En het doet

13:13
2 Thess. 2:9
Openb. 16:14
grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen.

14En

13:14
Deut. 13:1
Matt. 24:24
Openb. 16:14
19:20
het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd.

15En hem werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest zelfs zou spreken, en zou maken dat allen die

13:15
Openb. 19:20
het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.

16En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven

13:16
Openb. 19:20
een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd,

17en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of

13:17
Openb. 14:11
de naam van het beest of het getal van zijn naam.

18Hier is

13:18
Openb. 17:9
de wijsheid: wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig.

14

Het Lam op de berg Sion met de honderdvierenveertigduizend

141En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem

14:1
Openb. 7:4
honderdvierenveertigduizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven.

2En ik hoorde een geluid uit de hemel, als

14:2
Openb. 1:15
een geluid van vele wateren en als het geluid van een zware donderslag. En ik hoorde het geluid
14:2
Openb. 5:8
van citerspelers die op hun citers spelen.

3En zij zongen als

14:3
Openb. 5:9
een nieuw lied vóór de troon, vóór de vier dieren en de ouderlingen. En niemand kon dat lied leren behalve de honderdvierenveertigduizend, die van de aarde gekocht waren.

4Zij zijn het die niet met vrouwen bevlekt zijn,

14:4
2 Kor. 11:2
want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen waar Het ook naartoe gaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam.

5

14:5
Zef. 3:13
En in hun mond is geen leugen gevonden, want zij zijn
14:5
Efez. 5:27
smetteloos voor de troon van God.

Drie engelen kondigen het oordeel aan

6En ik zag een andere engel, die hoog aan de hemel vloog. En hij had het eeuwige Evangelie, om dat te verkondigen aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie, stam, taal en volk.

7En hij zei met een luide stem: Vrees God en geef Hem eer, want het uur van Zijn oordeel is gekomen. En aanbid Hem

14:7
Gen. 1:1
Ps. 33:6
124:8
146:6
Hand. 14:15
17:24
Die de hemel, de aarde, de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.

8En een andere engel volgde, die zei:

14:8
Jes. 21:9
Jer. 51:8
Openb. 18:2
Zij is gevallen, zij is gevallen, Babylon,
14:8
Openb. 16:19
17:5
18:10,21
de grote stad, omdat zij alle volken van de wijn van de toorn van haar hoererij heeft laten drinken.

9En een derde engel volgde hen, die met een luide stem zei: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt,

10dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, die onvermengd is

14:10
Openb. 18:6
ingeschonken
14:10
Openb. 16:19
in de drinkbeker van Zijn toorn, en
14:10
Openb. 20:10
gepijnigd worden
14:10
Openb. 19:20
in vuur en zwavel voor het oog van de heilige engelen en van het Lam.

11

14:11
Openb. 19:3
En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid, en zij die het beest en zijn beeld aanbidden, hebben dag en nacht geen rust, evenmin als iemand die het merkteken van zijn naam ontvangt.

12

14:12
Openb. 13:10
Hier zien we de volharding van de heiligen. Hier komen openbaar die de geboden van God en het geloof in Jezus in acht nemen.

13En ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Schrijf: Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun inspanningen, en hun werken volgen met hen.

De graanoogst en de wijnoogst

14En ik zag, en zie, een witte wolk, en op de wolk zat Iemand

14:14
Ezech. 1:26
Dan. 7:13
Openb. 1:13
als een Mensenzoon, met op Zijn hoofd een gouden kroon en in Zijn hand een scherpe sikkel.

15En een andere engel kwam uit de tempel en riep met luide stem tegen Hem Die op de wolk zat:

14:15
Joël 3:13
Matt. 13:39
Zend Uw sikkel en maai, want het uur om te maaien is voor U gekomen, omdat de oogst van de aarde geheel rijp is geworden.

16En Hij Die op de wolk zat, zond Zijn sikkel op de aarde, en de aarde werd gemaaid.

17En een andere engel kwam uit de tempel, die in de hemel is, en ook hij had een scherpe sikkel.

18En weer een andere engel kwam bij het altaar vandaan, en die had macht over het vuur. En hij riep met luide stem tegen hem die de scherpe sikkel had, en zei: Zend uw scherpe sikkel en oogst de trossen van de wijnstok van de aarde, want de druiven ervan zijn rijp.

19En de engel zond zijn sikkel op de aarde en oogstte de druiven van de wijnstok van de aarde, en wierp die in de grote wijnpersbak van

14:19
Openb. 19:15
de toorn van God.

20En

14:20
Jes. 63:3
de wijnpersbak werd getreden buiten de stad, en er kwam bloed uit de wijnpersbak, tot aan de tomen van de paarden, zestienhonderd stadiën14:20 stadiën - Eén stadie bedraagt ongeveer 185 meter. ver.