Herziene Statenvertaling (HSV)
11

De twee getuigen

111En

11:1
Ezech. 40:341
42
43
mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden.

2Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen,

11:2
Openb. 13:5
tweeënveertig maanden lang.

3En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen, in rouwkleding gekleed, twaalfhonderdzestig dagen lang profeteren.

4

11:4
Zach. 4:3,14
Zij zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaars, die voor de God van de aarde staan.

5En als iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en dat verslindt hun vijanden. En als iemand hun schade wil toebrengen, moet hij op dezelfde manier gedood worden.

6

11:6
1 Kon. 17:1
Zij hebben macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen zal vallen in de dagen dat zij profeteren. En zij hebben macht over de wateren
11:6
Ex. 7
8
9
10
12
om die in bloed te veranderen, en de aarde te treffen met allerlei plagen, zo vaak zij dat willen.

7

11:7
Dan. 7:21
Openb. 13:7
En wanneer zij hun getuigenis volbracht hebben, zal het beest dat
11:7
Openb. 13:11
uit de afgrond opkomt, oorlog met hen voeren en het zal hen overwinnen en hen doden.

8En hun dode lichamen zullen liggen op de straat

11:8
Openb. 17:2,5
18:10
van de grote stad, die in geestelijke zin genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook onze Heere werd gekruisigd.

9En de mensen uit de volken, stammen, talen en naties zullen hun dode lichamen drieënhalve dag zien, en zullen niet toelaten dat hun dode lichamen in het graf gelegd worden.

10En zij die op de aarde wonen, zullen zich over hen verblijden, en zullen feest gaan vieren en elkaar geschenken sturen, omdat deze twee profeten hen die op de aarde wonen, zo gekweld hadden.

11En na die drieënhalve dag kwam er een levensgeest uit God in hen en zij gingen op hun voeten staan. En grote vrees overviel hen die hen zagen.

12En zij hoorden een luide stem uit de hemel tegen hen zeggen: Kom hier omhoog. En zij gingen omhoog naar de hemel, in de wolk, en hun vijanden keken hen na.

13En op datzelfde uur vond er een grote aardbeving plaats, en het tiende deel van de stad stortte in. En bij die aardbeving werden zevenduizend met name bekende personen11:13 zevenduizend … personen - Letterlijk: zevenduizend namen van mensen. gedood. En de overigen werden zeer bevreesd, en gaven eer aan de God van de hemel.

14Het tweede wee is voorbijgegaan. Zie,

11:14
Openb. 8:13
9:12
15:1
het derde wee komt spoedig.

De zevende engel

15En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid.

16En de vierentwintig ouderlingen, die voor God op hun troon zitten, wierpen zich met hun gezicht ter aarde en aanbaden God,

17en zeiden: Wij danken U, Heere, God de Almachtige,

11:17
Openb. 1:4,8
4:8
16:5
Die is en Die was en Die komt, omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen en Koning geworden bent.

18En de volken zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden, en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om hen te vernietigen die de aarde vernietigden.

19En de tempel van God in de hemel werd

11:19
Openb. 15:5
geopend en de ark van Zijn verbond werd zichtbaar in Zijn tempel. En er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel.

12

De vrouw, het Kind en de draak

121En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren.

2En zij was zwanger en schreeuwde het uit in barensnood en in haar pijn om te baren.

3En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode draak met zeven koppen en tien hoorns. En op zijn koppen zeven diademen.

4En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar Kind te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben.

5En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind,

12:5
Ps. 2:9
Openb. 2:27
dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon.

6En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden

12:6
Openb. 11:3
twaalfhonderdzestig dagen.

De strijd van Michaël met de draak

7Toen brak er oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog.

8Maar zij waren niet sterk genoeg,

12:8
Dan. 2:35
en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.

9En

12:9
Luk. 10:18
Openb. 20:2
de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.

10En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen.

11En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood.

12

12:12
Ps. 96:11
Jes. 49:13
Daarom, verblijd u, hemelen, en u die daarin woont!
12:12
Openb. 8:13
Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft.

De draak vervolgt de vrouw

13En zodra de draak zag dat hij op de aarde was neergeworpen, ging hij de vrouw vervolgen die het mannelijke Kind gebaard had.

14

12:14
Vers
En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt,
12:14
Vers
een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang.

15En de slang spuwde uit zijn bek water als een rivier, de vrouw achterna, om haar door de rivier te laten meesleuren.

16Maar de aarde kwam de vrouw te hulp, en de aarde opende haar mond en verzwolg de rivier die de draak uit zijn bek had gespuwd.

17En de draak werd boos op de vrouw, en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Jezus Christus hebben.

18En ik stond op het zand bij de zee.

13

Het beest dat uit de zee opkomt

131En ik zag uit de zee

13:1
Dan. 7:20
Openb. 17:3
een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam.

2En het beest dat ik zag, leek op een panter, en zijn poten waren als die van een beer, en zijn muil was als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht.

3En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond,13:3 dodelijk gewond - Letterlijk: geslacht. maar zijn dodelijke wond werd genezen. En de hele aarde ging het beest met verwondering achterna.

4En zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest macht gegeven had. En zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan dit beest

13:4
Openb. 18:18
gelijk? En wie kan er oorlog tegen voeren?

5En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit

13:5
Openb. 11:2
tweeënveertig maanden lang te doen.

6En het opende zijn mond om God te lasteren, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tent en hen die in de hemel wonen.

7En

13:7
Dan. 7:21
Openb. 11:7
het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam, taal en volk.

8En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, althans

13:8
Ex. 32:33
Filipp. 4:3
Openb. 3:5
20:12
21:27
van wie de namen niet zijn geschreven in het boek des levens van het Lam Dat geslacht is,
13:8
Openb. 17:8
van de grondlegging van de wereld af.

9Indien iemand oren heeft, laat hij horen.

10Als iemand in gevangenschap voert, die gaat zelf in gevangenschap.

13:10
Gen. 9:6
Matt. 26:52
Als iemand met het zwaard doodt, die moet zelf met het zwaard gedood worden.
13:10
Openb. 14:12
Hier is de volharding en het geloof van de heiligen.

Het beest dat uit de aarde opkomt

11En ik zag een ander beest opkomen,

13:11
Openb. 11:7
uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak.

12En het oefent al de macht van het eerste beest

13:12
Openb. 19:20
voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de
13:12
Vers
dodelijke wond genezen was.

13En het doet

13:13
2 Thess. 2:9
Openb. 16:14
grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen.

14En

13:14
Deut. 13:1
Matt. 24:24
Openb. 16:14
19:20
het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd.

15En hem werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest zelfs zou spreken, en zou maken dat allen die

13:15
Openb. 19:20
het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.

16En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven

13:16
Openb. 19:20
een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd,

17en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of

13:17
Openb. 14:11
de naam van het beest of het getal van zijn naam.

18Hier is

13:18
Openb. 17:9
de wijsheid: wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig.