Herziene Statenvertaling (HSV)
94

De HEERE is een veilige vesting

941O God van alle wraak, HEERE,

God van alle wraak,

94:1
Deut. 33:2
Ps. 50:2
80:2
verschijn blinkend!

2Rechter van de aarde, verhef U,

vergeld de hoogmoedigen naar wat zij verdienen.

3Hoelang zullen de goddelozen, HEERE,

hoelang zullen de goddelozen van vreugde opspringen,

4hun mond doen overvloeien, hooghartige taal spreken?

Hoelang zullen allen die onrecht bedrijven, zich beroemen?

5HEERE, zij verbrijzelen Uw volk,

zij verdrukken Uw eigendom.

6De weduwe en de vreemdeling doden zij;

zij vermoorden de wezen

7en zeggen:

94:7
Ps. 10:11,13
59:8
De HEERE ziet het niet,

de God van Jakob merkt het niet.

8

94:8
Ps. 92:7
Let op, onverstandigen onder het volk;

dwazen, wanneer zult u verstandig worden?

9

94:9
Ex. 4:11
Zou Hij Die het oor plant, niet horen?

Zou Hij Die het oog vormt, niet zien?

10Zou Hij Die de heidenvolken bestraft, niet straffen,

Hij Die de mens kennis bijbrengt?

11

94:11
1 Kor. 3:20
De HEERE kent de gedachten van de mens:

vluchtig zijn ze.

12Welzalig de man die U bestraft, HEERE,

en die U onderwijst uit Uw wet.

13Zo geeft U hem rust voor dagen van onheil,

totdat de kuil voor de goddeloze gegraven wordt.

14Want

94:14
1 Sam. 12:22
Rom. 11:1,2
de HEERE zal Zijn volk niet in de steek laten,

Hij zal Zijn eigendom niet verlaten.

15Want het oordeel zal weer rechtvaardig zijn,

alle oprechten van hart zullen ermee instemmen.94:15 zullen ermee instemmen - Letterlijk: en het achterna.

16Wie zal voor mij opkomen tegen de kwaaddoeners?

Wie zal zich voor mij opstellen tegen wie onrecht bedrijven?

17Als de HEERE niet mijn Helper was geweest,

had mijn ziel bijna in de stilte gewoond.

18Toen ik zei: Mijn voet wankelt,

ondersteunde Uw goedertierenheid mij, HEERE.

19Toen mijn gedachten binnen in mij zich vermenigvuldigden,

verkwikten Uw vertroostingen mijn ziel.

20Zou de zetel van het verderf een verbintenis met U aangaan,

die onheil sticht bij verordening?

21Zij spannen samen tegen de ziel van de rechtvaardige,

onschuldig bloed verklaren zij schuldig.

22Maar de HEERE is mij een veilige vesting geweest,

mijn God is mij tot een rots, mijn toevlucht.

23Hij zal hun onrecht op hen doen terugkeren,

Hij zal hen in hun slechtheid ombrengen,

de HEERE, onze God, zal hen ombrengen.

95

Loof de HEERE en wees Hem gehoorzaam

951Kom, laten wij vrolijk zingen voor de HEERE,

laten wij juichen voor de rots van ons heil.

2Laten wij Zijn aangezicht tegemoet gaan met een loflied,

laten wij voor Hem juichen met psalmen.

3Want de HEERE is een groot God,

ja, een groot Koning boven alle goden.

4

95:4
Job 26:6
In Zijn hand zijn de diepste plaatsen van de aarde

en de toppen van de bergen zijn van Hem.

5Van Hem is ook de zee, want Híj heeft haar gemaakt,

Zijn handen hebben het droge gevormd.

6Kom, laten wij ons neerbuigen en neerbukken,

laten wij knielen voor de HEERE, Die ons gemaakt heeft.

7

95:7
Ps. 100:3
Want Hij is onze God

en wij zijn het volk van Zijn weide

en de schapen van Zijn hand.

95:7
Hebr. 3:7
Heden, indien u Zijn stem hoort,

8verhard uw hart niet,

95:8
Ex. 17:7
Num. 20:1,3,13
Deut. 6:16
zoals te Meriba,

zoals in de dagen van Massa in de woestijn:

9daar stelden uw vaderen Mij op de proef,

daar

95:9
Hebr. 3:9
beproefden zij Mij, hoewel zij Mijn werk zagen.

10

95:10
Hebr. 3:17
Veertig jaar heb Ik gewalgd van dit geslacht;

Ik heb gezegd: Zij zijn een volk met een dwalend hart,

en zíj kennen Mijn wegen niet.

11Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen:

Mijn rust zullen zij nooit binnengaan!

96

Loflied op de komst van de HEERE

961Zing voor de HEERE een nieuw lied,

zing voor de HEERE, heel de aarde.

2Zing voor de HEERE, loof Zijn Naam,

breng de boodschap van Zijn heil van dag tot dag.

3Vertel onder de heidenvolken van Zijn eer,

onder alle volken van Zijn wonderen.

4Want de HEERE is groot en zeer te prijzen,

Hij is ontzagwekkend boven alle goden.

5Want al de goden van de volken zijn afgoden,

maar de HEERE heeft de hemel gemaakt.

6Majesteit en glorie zijn voor Zijn aangezicht,

macht en luister in Zijn heiligdom.

7Geef de HEERE, geslachten van de volken,

geef de HEERE eer en macht.

8Geef de HEERE de eer van Zijn Naam,

breng offers en kom in Zijn voorhoven.

9

96:9
Ps. 29:2
Buig u neer voor de HEERE in Zijn heerlijke heiligdom;

beef voor Zijn aangezicht, heel de aarde.

10Zeg onder de heidenvolken: De HEERE regeert;

ja, vast staat de wereld, ze zal niet wankelen;

Hij zal over de volken op billijke wijze rechtspreken.

11Laat de hemel zich verblijden en de aarde zich verheugen,

laat de zee bulderen met al wat ze bevat.

12Laat het veld van vreugde opspringen met al wat erin is;

dan zullen al de bomen van het woud vrolijk zingen

13voor het aangezicht van de HEERE,

want Hij komt, want Hij komt om de aarde te oordelen.

96:13
Ps. 98:9
Openb. 19:11
Hij zal de wereld oordelen in gerechtigheid

en de volken met Zijn waarheid.