Herziene Statenvertaling (HSV)
8

De majesteit van de HEERE

81Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘De Gittith’.

2HEERE, onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!

U Die Uw majesteit getoond hebt boven de hemel.

3Uit

8:3
Matt. 21:16
de mond van kleine kinderen en zuigelingen

hebt U een sterk fundament gelegd,8:3 een sterk fundament gelegd - Letterlijk: kracht gegrondvest. omwille van Uw tegenstanders,

om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden.

4Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,

de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,

5

8:5
Job 7:17
Ps. 144:3
Hebr. 2:6
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,

en de mensenzoon, dat U naar hem omziet?

6Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de engelen8:6 de engelen - De SV volgt hier de Septuaginta; letterlijk: God.

en hem met eer en glorie gekroond.

7U doet hem heersen over de werken van Uw handen,

8:7
1 Kor. 15:27
U hebt alles onder zijn voeten gelegd:

8schapen en runderen, die allemaal,

en ook de dieren van het veld,

9de vogels in de lucht en de vissen in de zee,

al wat over de paden van de zeeën gaat.

10HEERE, onze Heere,

hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!

9

Danklied voor een grote verlossing

91Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘Dood van de zoon'.

2Ik zal de HEERE loven met heel mijn hart,

ik zal al Uw wonderen vertellen.

3In U zal ik mij verblijden en van vreugde opspringen,

ik zal voor Uw Naam psalmen zingen, o Allerhoogste!

4Want mijn vijanden zijn teruggedeinsd,

zij zijn gestruikeld en van voor Uw aangezicht omgekomen.

5Want U hebt mijn recht en mijn rechtszaak behartigd,

U hebt Zich gezet op de troon, o rechtvaardige Rechter.

6U hebt de heidenvolken bestraft, de goddeloze omgebracht,

hun naam uitgewist, voor eeuwig en altijd.

7O vijand, zijn de verwoestingen voor altijd voltooid?

Hebt u steden weggerukt?

Hun nagedachtenis is met hen vergaan!

8Maar de HEERE zetelt voor eeuwig,

Hij heeft Zijn troon gereedgemaakt voor het gericht.

9

9:9
Ps. 96:13
98:9
Hij Zelf zal de wereld oordelen in gerechtigheid

en over de volken op billijke wijze rechtspreken.

10

9:10
Ps. 37:39
46:2
91:2
De HEERE is een veilige vesting voor de verdrukte,

een veilige vesting in tijden van benauwdheid.

11Wie Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen,

omdat U, HEERE, niet hebt verlaten wie U zoeken.

12Zing psalmen voor de HEERE, Die te Sion woont,

verkondig onder de volken Zijn daden.

13Want Hij eist vergelding voor vergoten bloed, Hij denkt daaraan,

Hij vergeet het hulpgeroep van de ellendigen niet.

14Wees mij genadig, HEERE,

zie mijn ellende aan, mij aangedaan door wie mij haten,

U Die mij opheft uit de poorten van de dood.

15Dan zal ik al Uw loffelijke daden vertellen in de poorten van de dochter van Sion,

mij verheugen in Uw heil.

16

9:16
Ps. 7:16
De heidenvolken zonken in het graf dat zij maakten;

hun voet raakte gevangen in het net dat zij heimelijk spanden.

17De HEERE is bekend geworden, Hij heeft recht gedaan.

De goddeloze raakt verstrikt in het werk van zijn eigen handen. Higgajon, Sela

18De goddelozen keren terug, naar de hel toe,

alle heidenvolken, die God vergeten.

19Want de arme wordt niet voor altijd vergeten,

de hoop van de ellendigen vergaat niet voor eeuwig.

20Sta op, HEERE, laat de sterveling zich niet sterk maken;

laat de heidenvolken voor Uw aangezicht geoordeeld worden.

21HEERE, jaag hun vrees aan;

laat de heidenvolken weten dat zíj stervelingen zijn. Sela

10

Vervolg van Psalm 9: Gebed in bange tijden

101HEERE, waarom blijft U van verre staan?

Waarom verbergt U Zich in tijden van benauwdheid?

2Fel en hoogmoedig achtervolgt de goddeloze de ellendige.

10:2
Ps. 7:16
9:16
Spr. 5:22
Laat hen gegrepen worden in de listige plannen die zij bedacht hebben!

3Want de goddeloze beroemt zich over zijn hartenwens;10:3 zijn hartenwens - Letterlijk: de wens van zijn ziel.

hij zegent de hebzuchtige, hij lastert de HEERE.

4De goddeloze, met zijn neus trots omhoog, onderzoekt niet.

10:4
Ps. 14:1
53:2
Al zijn gedachten zijn: Er is geen God!

5Zijn wegen bezorgen te allen tijde verdriet.

Uw oordelen gaan hem te hoog, hij houdt ze ver van zich;

al zijn tegenstanders blaast hij weg.

6Hij zegt in zijn hart: Ik zal niet wankelen,

want van generatie op generatie zal mij geen onheil treffen.

7

10:7
Rom. 3:14
Zijn mond is vol vervloeking, bedrog en list,

onder zijn tong is kwaad en onrecht.

8Hij ligt in een hinderlaag in de dorpen,

op verborgen plaatsen doodt hij de onschuldige,

zijn ogen loeren op de arme.

9Hij ligt in een hinderlaag op een verborgen plaats,

zoals een leeuw in zijn schuilplaats;

hij ligt in een hinderlaag om de ellendige te overvallen,

hij overvalt de ellendige als hij hem in zijn net trekt.

10Hij duikt neer, hij bukt zich,

en de arme valt in zijn sterke poten.

11

10:11
Ps. 94:7
Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten,

Hij heeft Zijn aangezicht verborgen,

Hij ziet het in eeuwigheid niet.

12Sta op, HEERE God, hef Uw hand op,

vergeet de ellendigen niet.

13Waarom lastert de goddeloze God?

Waarom zegt hij in zijn hart: U zult geen rekenschap eisen?

14Ú ziet het wél, want U aanschouwt de moeite en het verdriet,

opdat men het in Uw hand geeft;

op Ú verlaat de arme zich,

U bent geweest een Helper van de wees.

15Breek de arm van de goddeloze en de kwaaddoener,

eis rekenschap van hem over zijn goddeloosheid, tot U er niets meer van vindt.

16

10:16
Ps. 29:10
145:13
146:10
Jer. 10:10
Klaagl. 5:19
Dan. 4:3
6:27
1 Tim. 1:17
De HEERE is Koning, eeuwig en altijd;

de heidenvolken zijn uit Zijn land verdwenen.

17U hebt de wens van de zachtmoedigen gehoord, HEERE,

U zult hun hart versterken, Uw oor zal er acht op slaan

18om de wees en de verdrukte recht te doen.

Dan zal een aardse sterveling10:18 een aardse sterveling - Letterlijk: een sterveling uit de aarde. voortaan geen geweld meer bedrijven.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]