Herziene Statenvertaling (HSV)
84

Verlangen naar het heiligdom

841Voor de koorleider, op ‘De Gittith’; een psalm, van de zonen van Korach.

2Hoe lieflijk zijn Uw woningen,

HEERE van de legermachten.

3

84:3
Ps. 42:2
63:2
Mijn ziel verlangt, ja, bezwijkt zelfs van verlangen

naar de voorhoven van de HEERE;

mijn hart en mijn lichaam

roepen het uit tot de levende God.

4Zelfs vindt de mus een huis

en de zwaluw haar nest,

waarin zij haar jongen legt:

bij Uw altaren,

HEERE van de legermachten,

mijn Koning en mijn God.

5Welzalig zijn zij die in Uw huis wonen,

zij loven U voortdurend. Sela

6Welzalig de mens van wie de kracht in U is

– in hun hart zijn de gebaande wegen.

7Gaan zij door het dal van de moerbeibomen,

dan maken zij God tot hun bron;

ook zal de regen hen overvloedig84:7 overvloedig - Letterlijk: zegeningen. bedekken.

8Zij gaan voort van kracht tot kracht,

zij zullen verschijnen voor God in Sion.

9HEERE, God van de legermachten, luister naar mijn gebed,

neem het ter ore, o God van Jakob. Sela

10O God, ons schild, zie

en aanschouw het aangezicht van Uw gezalfde.

11Want één dag in Uw voorhoven

is beter dan duizend elders;

ik verkoos liever te staan op de drempel van het huis van mijn God

dan lang te wonen in de tenten van de goddeloosheid.

12Want God, de HEERE,

is een zon en een schild,

de HEERE zal genade en eer geven,

Hij zal het goede niet onthouden

aan hen die in oprechtheid hun weg gaan.

13HEERE van de legermachten,

84:13
Ps. 2:12
34:9
welzalig de mens die op U vertrouwt.

85

Zegen ons land

851Een psalm, voor de koorleider, van de zonen van Korach.

2U bent Uw land goedgezind geweest, HEERE,

U bracht een omkeer in de gevangenschap van Jakob.

3De ongerechtigheid van Uw volk hebt U weggenomen,

U hebt al hun zonden bedekt. Sela

4U hebt al Uw verbolgenheid weggenomen,

U hebt Zich van Uw brandende toorn afgewend.

5Breng ons terug, o God van ons heil,

doe Uw toorn over ons teniet.

6Zult U voor eeuwig toornig op ons zijn,

Uw toorn laten duren van generatie op generatie?

7Zou Ú ons niet

85:7
Ps. 71:20
weer levend maken,

zodat Uw volk zich in U verblijdt?

8Toon ons Uw goedertierenheid, HEERE,

geef ons Uw heil.

9Ik zal horen, wat God, de HEERE, spreken zal,

want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstelingen

van vrede spreken;

maar laten zij niet tot dwaasheid terugkeren.

10Ja, Zijn heil is nabij hen die Hem vrezen,

zodat er eer in ons land woont.

11Goedertierenheid en trouw ontmoeten elkaar,

85:11
Hebr. 7:2
gerechtigheid en vrede kussen elkaar.

12Trouw komt op uit de aarde,

gerechtigheid ziet uit de hemel neer.

13Ook geeft de HEERE het goede,

en geeft ons

85:13
Ps. 67:7
land zijn opbrengst.

14Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht uit,

Hij zet haar langs de weg waar Zijn voetstappen staan.

86

Gebed in grote verdrukking

861Een gebed van David.

HEERE, neig Uw oor, verhoor mij,

want ik ben ellendig en arm.

2Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunsteling;

U, mijn God, verlos Uw dienaar, die op U vertrouwt.

3Wees mij genadig, Heere,

want ik roep tot U de hele dag.

4Verblijd de ziel van Uw dienaar,

want tot U, Heere, hef ik mijn ziel op.

5U, Heere, bent immers goed, mild om te vergeven

en rijk aan goedertierenheid voor allen die U aanroepen.

6HEERE, neem mijn gebed ter ore,

sla acht op mijn luide smeekbeden.

7

86:7
Ps. 50:15
In de dag van mijn benauwdheid roep ik U aan,

want U verhoort mij.

8Onder de goden is niemand U gelijk, Heere;

86:8
Deut. 3:24
Ps. 136:4
werken als de Uwe zijn er niet.

9Al de heidenvolken, die U gemaakt hebt, Heere,

zullen komen, zich voor Uw aangezicht neerbuigen

en Uw Naam eren.

10Want U bent groot en doet wonderen,

U bent God, U alleen.

11

86:11
Ps. 25:4
27:11
119:33
Leer mij, HEERE, Uw weg,

ik zal in Uw waarheid wandelen,

maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen.

12Heere, mijn God, ik zal U loven met heel mijn hart,

ik zal Uw Naam voor eeuwig eren.

13Want Uw goedertierenheid is groot over mij,

U hebt mijn ziel aan het diepst van het graf ontrukt.

14O God,

86:14
Ps. 54:5
hoogmoedigen staan tegen mij op,

een horde geweldplegers staat mij naar het leven,

zij houden U niet voor ogen.

15Maar U, Heere,

86:15
Ex. 34:6
Num. 14:18
Neh. 9:17
Ps. 103:8
145:8
Joël 2:13
bent een barmhartig en genadig God,

geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw.

16Wend U tot mij en wees mij genadig,

geef Uw dienaar Uw kracht,

verlos de zoon van Uw dienares.

17Doe aan mij een teken ten goede;

zodat wie mij haten het zien en beschaamd worden,

wanneer Ú, HEERE, mij geholpen en getroost hebt.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]