Herziene Statenvertaling (HSV)
83

Gebed om straf voor de vijand

831Een lied, een psalm van Asaf.

2O God, zwijg niet, houd U niet doof,

wees niet stil, o God!

3Want zie, Uw vijanden tieren,

wie U haten, steken hun hoofd omhoog.

4Zij beramen listig een heimelijke aanslag tegen Uw volk

en beraadslagen tegen Uw beschermelingen.

5Kom, zeiden zij, laten wij hen uitroeien, zodat zij geen volk meer zijn

en aan de naam van Israël niet meer gedacht wordt.

6Want samen hebben zij in hun hart beraadslaagd;

dezen hebben een verbond tegen U gesloten:

7de tenten van Edom en de Ismaëlieten,

Moab en de Hagrieten,

8Gebal, Ammon en Amalek,

Filistea met de bewoners van Tyrus.

9Ook Assyrië heeft zich bij hen aangesloten,

zij zijn voor de zonen van Lot een sterke arm geweest. Sela

10Doe met hen als met Midian, als met Sisera,

als met Jabin aan de beek Kison:

11zij zijn weggevaagd te Endor,

zij zijn geworden tot mest op de aardbodem.

12Maak hen en hun edelen als Oreb en als Zeëb,

al hun vorsten als Zebah en als Zalmuna,

13die zeiden: Laten wij deze woningen van God

voor onszelf in bezit nemen.

14Mijn God, maak hen als een werveldistel,

als stoppels voor de wind.

15Zoals vuur een woud verbrandt,

zoals de vlam de bergen verzengt,

16achtervolg hen zó met Uw storm,

jaag hun schrik aan met Uw wervelwind.

17Bedek83:17 Bedek - Letterlijk: vul. hun gezicht met schande,

dan zullen zij, HEERE, Uw Naam zoeken.

18Laten zij beschaamd en door schrik overmand zijn tot in eeuwigheid,

laten zij rood van schaamte worden en omkomen.

19Dan zullen zij weten, dat U – Uw Naam is HEERE! – U alleen

de Allerhoogste bent over de hele aarde.

84

Verlangen naar het heiligdom

841Voor de koorleider, op ‘De Gittith’; een psalm, van de zonen van Korach.

2Hoe lieflijk zijn Uw woningen,

HEERE van de legermachten.

3

84:3
Ps. 42:2
63:2
Mijn ziel verlangt, ja, bezwijkt zelfs van verlangen

naar de voorhoven van de HEERE;

mijn hart en mijn lichaam

roepen het uit tot de levende God.

4Zelfs vindt de mus een huis

en de zwaluw haar nest,

waarin zij haar jongen legt:

bij Uw altaren,

HEERE van de legermachten,

mijn Koning en mijn God.

5Welzalig zijn zij die in Uw huis wonen,

zij loven U voortdurend. Sela

6Welzalig de mens van wie de kracht in U is

– in hun hart zijn de gebaande wegen.

7Gaan zij door het dal van de moerbeibomen,

dan maken zij God tot hun bron;

ook zal de regen hen overvloedig84:7 overvloedig - Letterlijk: zegeningen. bedekken.

8Zij gaan voort van kracht tot kracht,

zij zullen verschijnen voor God in Sion.

9HEERE, God van de legermachten, luister naar mijn gebed,

neem het ter ore, o God van Jakob. Sela

10O God, ons schild, zie

en aanschouw het aangezicht van Uw gezalfde.

11Want één dag in Uw voorhoven

is beter dan duizend elders;

ik verkoos liever te staan op de drempel van het huis van mijn God

dan lang te wonen in de tenten van de goddeloosheid.

12Want God, de HEERE,

is een zon en een schild,

de HEERE zal genade en eer geven,

Hij zal het goede niet onthouden

aan hen die in oprechtheid hun weg gaan.

13HEERE van de legermachten,

84:13
Ps. 2:12
34:9
welzalig de mens die op U vertrouwt.

85

Zegen ons land

851Een psalm, voor de koorleider, van de zonen van Korach.

2U bent Uw land goedgezind geweest, HEERE,

U bracht een omkeer in de gevangenschap van Jakob.

3De ongerechtigheid van Uw volk hebt U weggenomen,

U hebt al hun zonden bedekt. Sela

4U hebt al Uw verbolgenheid weggenomen,

U hebt Zich van Uw brandende toorn afgewend.

5Breng ons terug, o God van ons heil,

doe Uw toorn over ons teniet.

6Zult U voor eeuwig toornig op ons zijn,

Uw toorn laten duren van generatie op generatie?

7Zou Ú ons niet

85:7
Ps. 71:20
weer levend maken,

zodat Uw volk zich in U verblijdt?

8Toon ons Uw goedertierenheid, HEERE,

geef ons Uw heil.

9Ik zal horen, wat God, de HEERE, spreken zal,

want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstelingen

van vrede spreken;

maar laten zij niet tot dwaasheid terugkeren.

10Ja, Zijn heil is nabij hen die Hem vrezen,

zodat er eer in ons land woont.

11Goedertierenheid en trouw ontmoeten elkaar,

85:11
Hebr. 7:2
gerechtigheid en vrede kussen elkaar.

12Trouw komt op uit de aarde,

gerechtigheid ziet uit de hemel neer.

13Ook geeft de HEERE het goede,

en geeft ons

85:13
Ps. 67:7
land zijn opbrengst.

14Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht uit,

Hij zet haar langs de weg waar Zijn voetstappen staan.