Herziene Statenvertaling (HSV)
7

Gebed om gerechtigheid

71Sjiggajon van David, dat hij voor de HEERE gezongen heeft, vanwege de woorden van Cusj, de Benjaminiet.

2HEERE, mijn God, tot U neem ik de toevlucht,

verlos mij van al mijn vervolgers en red mij.

3Anders verscheuren zij mijn ziel als een leeuw,

slepen zij mij weg, terwijl er niemand is die redt.

4HEERE, mijn God, als ik dát gedaan heb,

als er onrecht aan mijn handen kleeft,

5als ik iemand kwaad vergolden heb die vrede met mij had

– wie mij zonder reden benauwde, heb ik juist gered! –

6dan mag de vijand mij7:6 mij - Letterlijk: mijn ziel. vervolgen, achterhalen,

mijn leven op de grond vertrappen

en mijn eer in het stof doen wonen! Sela

7Sta op, HEERE, in Uw toorn,

verhef U tegen de verbolgenheid van wie mij benauwen,

ontwaak ter wille van mij;

U hebt het recht ingesteld.

8De gemeenschap van volken zal U omringen,

neem dan weer plaats hoog boven hen.

9De HEERE zal over de volken rechtspreken.

Doe mij recht, HEERE, want ik ben rechtvaardig

en oprechtheid is bij mij.

10Laat er toch een einde komen aan de slechtheid van de goddelozen,

maar doe de rechtvaardige standhouden,

o rechtvaardige God, Die

7:10
1 Kron. 28:9
Jer. 11:20
17:10
20:12
Openb. 2:23
harten en nieren beproeft.

11Mijn schild is bij God,

Die de oprechten van hart verlost.

12God is een rechtvaardige Rechter,

een God Die iedere dag toornt.

13Als men zich niet bekeert,

dan zal Hij Zijn zwaard scherpen,

Zijn boog spannen, en aanleggen.

14Hij heeft dodelijke wapens voor Zich gereedgemaakt,

Hij richt Zijn pijlen op de felle achtervolgers.

15Zie,

7:15
Job 15:35
Jes. 59:4
hij heeft weeën van onrecht

en is zwanger van kwaad,

hij zal leugen baren.

16

7:16
Job 4:8
Ps. 9:16
10:2
Spr. 5:22
26:27
Pred. 10:8
Hij heeft een kuil gedolven en die uitgegraven,

maar hij is gevallen in het graf dat hij zelf gemaakt heeft.

17Zijn moeite zal op zijn eigen hoofd terugkeren,

zijn geweld op zijn eigen schedel neerdalen.

18Ik zal de HEERE loven om Zijn gerechtigheid,

en voor de Naam van de HEERE, de Allerhoogste, psalmen zingen.

8

De majesteit van de HEERE

81Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘De Gittith’.

2HEERE, onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!

U Die Uw majesteit getoond hebt boven de hemel.

3Uit

8:3
Matt. 21:16
de mond van kleine kinderen en zuigelingen

hebt U een sterk fundament gelegd,8:3 een sterk fundament gelegd - Letterlijk: kracht gegrondvest. omwille van Uw tegenstanders,

om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden.

4Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,

de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,

5

8:5
Job 7:17
Ps. 144:3
Hebr. 2:6
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,

en de mensenzoon, dat U naar hem omziet?

6Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de engelen8:6 de engelen - De SV volgt hier de Septuaginta; letterlijk: God.

en hem met eer en glorie gekroond.

7U doet hem heersen over de werken van Uw handen,

8:7
1 Kor. 15:27
U hebt alles onder zijn voeten gelegd:

8schapen en runderen, die allemaal,

en ook de dieren van het veld,

9de vogels in de lucht en de vissen in de zee,

al wat over de paden van de zeeën gaat.

10HEERE, onze Heere,

hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!

9

Danklied voor een grote verlossing

91Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘Dood van de zoon'.

2Ik zal de HEERE loven met heel mijn hart,

ik zal al Uw wonderen vertellen.

3In U zal ik mij verblijden en van vreugde opspringen,

ik zal voor Uw Naam psalmen zingen, o Allerhoogste!

4Want mijn vijanden zijn teruggedeinsd,

zij zijn gestruikeld en van voor Uw aangezicht omgekomen.

5Want U hebt mijn recht en mijn rechtszaak behartigd,

U hebt Zich gezet op de troon, o rechtvaardige Rechter.

6U hebt de heidenvolken bestraft, de goddeloze omgebracht,

hun naam uitgewist, voor eeuwig en altijd.

7O vijand, zijn de verwoestingen voor altijd voltooid?

Hebt u steden weggerukt?

Hun nagedachtenis is met hen vergaan!

8Maar de HEERE zetelt voor eeuwig,

Hij heeft Zijn troon gereedgemaakt voor het gericht.

9

9:9
Ps. 96:13
98:9
Hij Zelf zal de wereld oordelen in gerechtigheid

en over de volken op billijke wijze rechtspreken.

10

9:10
Ps. 37:39
46:2
91:2
De HEERE is een veilige vesting voor de verdrukte,

een veilige vesting in tijden van benauwdheid.

11Wie Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen,

omdat U, HEERE, niet hebt verlaten wie U zoeken.

12Zing psalmen voor de HEERE, Die te Sion woont,

verkondig onder de volken Zijn daden.

13Want Hij eist vergelding voor vergoten bloed, Hij denkt daaraan,

Hij vergeet het hulpgeroep van de ellendigen niet.

14Wees mij genadig, HEERE,

zie mijn ellende aan, mij aangedaan door wie mij haten,

U Die mij opheft uit de poorten van de dood.

15Dan zal ik al Uw loffelijke daden vertellen in de poorten van de dochter van Sion,

mij verheugen in Uw heil.

16

9:16
Ps. 7:16
De heidenvolken zonken in het graf dat zij maakten;

hun voet raakte gevangen in het net dat zij heimelijk spanden.

17De HEERE is bekend geworden, Hij heeft recht gedaan.

De goddeloze raakt verstrikt in het werk van zijn eigen handen. Higgajon, Sela

18De goddelozen keren terug, naar de hel toe,

alle heidenvolken, die God vergeten.

19Want de arme wordt niet voor altijd vergeten,

de hoop van de ellendigen vergaat niet voor eeuwig.

20Sta op, HEERE, laat de sterveling zich niet sterk maken;

laat de heidenvolken voor Uw aangezicht geoordeeld worden.

21HEERE, jaag hun vrees aan;

laat de heidenvolken weten dat zíj stervelingen zijn. Sela

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]