Herziene Statenvertaling (HSV)
78

De liefde van God voor Zijn ondankbaar volk

781Een onderwijzing van Asaf.

Mijn volk, neem mijn onderricht ter ore,

neig uw oor tot de woorden van mijn mond.

2

78:2
Ps. 49:5
Matt. 13:35
Ik wil mijn mond met spreuken opendoen

en van aloude verborgenheden doen overvloeien,

3die wij gehoord hebben en weten

en onze vaders ons verteld hebben.

4Wij zullen ze niet verbergen voor hun kinderen,

maar aan de volgende generatie

de loffelijke daden van de HEERE vertellen,

Zijn kracht en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft.

5

78:5
Deut. 4:9
6:7
Want Hij heeft een getuigenis ingesteld in Jakob,

een wet vastgesteld in Israël;

die heeft Hij onze vaderen geboden

om ze hun kinderen bekend te maken,

6opdat de volgende generatie ze zal kennen,

de kinderen die geboren zullen worden,

en zij opstaan en ze weer aan hun kinderen vertellen;

7zodat zij hun hoop op God stellen

en Gods daden niet vergeten,

maar Zijn geboden in acht nemen,

8en niet worden als hun vaderen:

een

78:8
Ex. 32:9
33:3,5
34:9
Deut. 9:6,13
31:27
opstandige en ongehoorzame generatie,

een generatie die zijn hart niet richtte op God

en van wie de geest niet trouw was aan God.

9De zonen van Efraïm, gewapende boogschutters,

keerden om op de dag van de strijd.

10Zij namen Gods verbond niet in acht

en weigerden te wandelen in Zijn wet.

11Zij vergaten Zijn daden

en Zijn wonderen, die Hij hun had laten zien.

12Voor de ogen van hun vaderen had Hij wonderen gedaan

in het land Egypte, in het gebied van Zoan.

13

78:13
Ex. 14:21
Hij spleet de zee doormidden en deed hen erdoor gaan,

de wateren deed Hij rechtop staan als een dam.

14

78:14
Ex. 13:21
Ps. 105:39
Hij leidde hen overdag met een wolk,

de hele nacht met een lichtend vuur.78:14 lichtend vuur - Letterlijk: licht van vuur.

15

78:15
Ex. 17:6
Num. 20:11
Ps. 105:41
1 Kor. 10:4
Hij spleet de rotsen doormidden in de woestijn

en liet hen overvloedig drinken als uit diepe wateren.

16Want Hij bracht stromen voort uit de rots

en deed water neerstorten als rivieren.

17Toch gingen zij door met tegen Hem te zondigen:

zij tergden de Allerhoogste in de dorre wildernis.

18Zij stelden God in hun hart op de proef:

zij vroegen om voedsel, overeenkomstig hun verlangen.78:18 overeenkomstig hun verlangen - Letterlijk: tot hun zielen.

19

78:19
Num. 11:1,4
Zij spraken tegen God en zeiden:

Zou God een tafel gereed kunnen maken in de woestijn?

20

78:20
Ex. 17:6
Num. 20:11
Zie, Hij heeft de rots geslagen,

zodat er water uitvloeide

en er beken overvloedig uitstroomden.

Zou Hij ook brood kunnen geven?

Zou Hij Zijn volk van vlees kunnen voorzien?

21

78:21
Num. 11:1
Daarom hoorde de HEERE het en werd verbolgen;

een vuur ontstak tegen Jakob,

ja, toorn laaide op tegen Israël.

22Want zij geloofden niet in God

en vertrouwden niet op Zijn heil.

23Hij gebood de wolken daarboven

en opende de deuren van de hemel:

24

78:24
Ex. 16:14
Hij liet manna op hen regenen om te eten

en gaf hun hemels koren.

25

78:25
Joh. 6:31
1 Kor. 10:3
Eenieder at het brood van de machtigen;

Hij zond hun proviand tot verzadiging toe.

26

78:26
Num. 11:31
Hij deed de oostenwind opsteken langs de hemel

en voerde door Zijn macht de zuidenwind aan.

27Hij liet vlees op hen regenen als stof

en gevleugelde vogels als zand van de zee.

28Hij deed het vallen midden in Zijn kamp,

rondom Zijn woningen.

29Toen aten zij en werden volop verzadigd,

omdat Hij hun bracht wat zij begeerden.

30Zij waren van hun begeerte nog niet bekomen,

hun voedsel was nog in hun mond,

31

78:31
Num. 11:33
1 Kor. 10:5
of Gods toorn laaide tegen hen op:

Hij doodde de welgedane mensen onder hen

en velde de besten van Israël neer.

32Ondanks dit alles zondigden zij nog

en geloofden zij niet door middel van Zijn wonderen.

33Daarom deed Hij hun dagen vergaan in vergankelijkheid,

en hun jaren in verschrikking.

34Wanneer Hij hen doodde, vroegen zij naar Hem

en keerden terug en zochten God ernstig.

35Dan dachten zij eraan dat God hun rots was

en God, de Allerhoogste, hun Verlosser.

36Maar zij vleiden Hem met hun mond

en logen tegen Hem met hun tong.

37Want hun hart was niet standvastig bij Hem,

en zij waren niet trouw aan Zijn verbond.

38Maar Hij was barmhartig en verzoende de ongerechtigheid,

Hij richtte hen niet te gronde,

maar wendde dikwijls Zijn toorn af,

en wekte Zijn volle grimmigheid niet op.

39Hij dacht eraan dat zij broze schepselen78:39 broze schepselen - Letterlijk: vlees. waren,

een windvlaag, die gaat en niet terugkeert.

40Hoe vaak tergden zij Hem in de woestijn,

bedroefden zij Hem in de wildernis!

41Want telkens weer stelden zij God op de proef

en beperkten de Heilige van Israël.

42Zij dachten niet meer aan Zijn machtige hand,

aan de dag dat Hij hen van de tegenstander verloste,

43toen Hij Zijn tekenen verrichtte in Egypte

en Zijn wonderen in het gebied van Zoan.

44

78:44
Ex. 7:20
Hun rivieren veranderde Hij in bloed,

en ook hun stromen, zodat zij niet konden drinken.

45

78:45
Ex. 8:24
Hij zond steekvliegen onder hen, die hen verteerden,

en

78:45
Ex. 8:6
kikkers, die hen te gronde richtten.

46

78:46
Ex. 10:13
Hij gaf hun gewas aan de zwermsprinkhaan,

aan de veldsprinkhaan hun opbrengst.

47

78:47
Ex. 9:23
Hij doodde hun wijnstok door de hagel,

hun wilde vijgenbomen door grote hagelstenen.

48Ook leverde Hij hun dieren aan de hagel over,

hun vee aan de vurige bliksemflitsen.

49Hij zond Zijn brandende toorn op hen af,

verbolgenheid, gramschap, benauwdheid,

Hij zond een menigte boden van rampen.

50Hij baande een pad voor Zijn toorn,

Hij ontrukte hun ziel niet aan de dood,

78:50
Ex. 9:6
hun dieren leverde Hij over aan de pest.

51

78:51
Ex. 12:29
Ps. 105:36
Hij trof al het eerstgeborene in Egypte,

de eerste vruchten van de mannelijke kracht in de tenten van Cham.

52Hij liet Zijn volk als schapen wegtrekken

en leidde hen als een kudde door de woestijn.

53Ja, Hij leidde hen veilig, zodat zij niet angstig waren,

78:53
Ex. 14:27,28
15:10
want de zee had hun vijanden bedolven.

54Hij bracht hen naar Zijn heilig grondgebied,

naar deze berg, die Zijn rechterhand verworven had.

55Hij verdreef de heidenvolken voor hun ogen,

78:55
Joz. 13:7
Ps. 136:21,22
verdeelde hun erfelijk bezit door een meetsnoer

en deed de stammen van Israël in hun tenten wonen.

56Maar zij stelden God, de Allerhoogste, op de proef en tergden Hem,

en namen Zijn getuigenissen niet in acht.

57Zij werden afkerig en handelden trouweloos, zoals hun vaders,

zij keerden zich om als een bedrieglijke boog.

58Zij verwekten Hem tot toorn door hun offerhoogten,

78:58
Deut. 32:16,21
verwekten Hem tot na-ijver door hun afgodsbeelden.

59God hoorde het en werd verbolgen,

Hij verachtte Israël zeer.

60Daarom verliet Hij de tabernakel te Silo,

de tent waarin Hij woonde onder de mensen.

61

78:61
1 Sam. 4:10,11
Hij gaf Zijn macht over in gevangenschap,

Zijn luister in de hand van de tegenstander.

62Hij leverde Zijn volk over aan het zwaard

en werd verbolgen op Zijn eigendom.

63Het vuur verteerde hun jongemannen,

hun jonge vrouwen werden niet geprezen.

64

78:64
1 Sam. 4:11,18,19
Hun priesters vielen door het zwaard,

hun weduwen weenden niet.

65Toen ontwaakte de Heere als iemand die slaapt,

als een held die juicht van de wijn.

66

78:66
1 Sam. 5:6
6:4
Hij sloeg Zijn tegenstanders vanachter,

Hij deed hun voor eeuwig smaad aan.

67Hij verwierp de tent van Jozef,

de stam Efraïm verkoos Hij niet.

68Maar Hij verkoos de stam Juda,

de berg Sion, die Hij liefhad.

69Hij bouwde Zijn heiligdom, als hoogten,

en vast als de aarde, die Hij voor eeuwig grondvestte.

70

78:70
1 Sam. 16:11
2 Sam. 7:8
Hij verkoos Zijn dienaar David

en haalde hem bij de schaapskooien vandaan.

71Van achter de zogende schapen deed Hij hem komen

78:71
2 Sam. 5:2
1 Kron. 11:2
om te weiden Jakob, Zijn volk,

en Israël, Zijn eigendom.

72Hij heeft hen geweid met een oprecht hart

en hen geleid met zeer bekwame hand.78:72 met zeer bekwame hand - Letterlijk: met inzichten van zijn handpalmen.

79

Klacht over de ondergang van Jeruzalem

791Een psalm van Asaf.

O God, heidenvolken zijn in Uw eigendom gekomen,

zij hebben Uw heilige tempel verontreinigd,

zij hebben Jeruzalem tot een puinhoop gemaakt.

2Zij hebben de dode lichamen van Uw dienaren

aan de vogels in de lucht tot voedsel gegeven,

het vlees van Uw gunstelingen

aan de wilde dieren van het land.

3Zij hebben hun bloed rondom Jeruzalem als water vergoten

en er was niemand die hen begroef.

4

79:4
Ps. 44:14
80:7
Wij zijn voor onze buren tot smaad geworden,

tot spot en schimp voor wie ons omringen.

5

79:5
Ps. 89:47
Hoelang nog, HEERE? Zult U voor altijd toornig zijn?

Hoelang zal Uw na-ijver branden als vuur?

6

79:6
Jer. 10:25
Stort Uw grimmigheid uit over de heidenvolken,

die U niet kennen;

over de koninkrijken

die Uw Naam niet aanroepen.

7Want men heeft Jakob verslonden,

zij hebben zijn lieflijke woning verwoest.

8

79:8
Jes. 64:9
Denk niet aan onze vroegere misdaden,

haast U, laat Uw barmhartigheid ons te hulp komen,

want wij zijn volledig uitgeteerd.

9Help ons, o God van ons heil,

omwille van de eer van Uw Naam;

red ons en doe verzoening over onze zonden,

omwille van Uw Naam.

10Waarom zouden de heidenvolken zeggen:

Waar is hun God?

Laat de wraak voor het vergoten bloed van Uw dienaren

bekend worden voor onze ogen onder de heidenvolken.

11Laat het gekerm van de gevangenen voor Uw aangezicht komen,

laat wie ten dode zijn opgeschreven,79:11 wie … opgeschreven - Letterlijk: de zonen van de dood. overeenkomstig de grootheid van Uw arm het leven behouden.

12Vergeld onze buren zevenvoudig de smaad in hun boezem

die zij U, Heere, aangedaan hebben.

13Dan zullen wíj, Uw volk en de schapen van Uw weide,

U voor eeuwig loven;

van generatie op generatie

zullen wij van Uw roem vertellen.

80

Gebed om het herstel van Israël

801Voor de koorleider, op ‘De lelies’; een getuigenis, een psalm van Asaf.

2Herder van Israël, neem ter ore,

U, Die Jozef als schapen leidt.

U, Die troont tussen de cherubs,

verschijn blinkend!

3Wek Uw macht op voor de ogen van Efraïm, Benjamin en Manasse

en kom ons verlossen.80:3 kom ons verlossen - Letterlijk: kom tot verlossing van ons.

4O God, breng ons terug;

80:4
Ps. 4:7
31:17
67:2
Dan. 9:17
doe Uw aangezicht lichten, dan zullen wij verlost worden.

5HEERE, God van de legermachten, hoelang zal Uw toorn branden

tegen het gebed van Uw volk?

6U geeft hun tranenbrood te eten

en laat hun tranen drinken uit een maatbeker.

7U hebt ons voor onze buren tot een bron van ruzie gemaakt,

80:7
Ps. 44:14
79:4
onze vijanden spotten onder elkaar.

8O God van de legermachten, breng ons terug;

doe Uw aangezicht lichten, dan zullen wij verlost worden.

9U hebt een wijnstok uit Egypte uitgegraven,

de heidenvolken verdreven en hém geplant.

10U hebt een plaats voor hem bereid

en hem wortel doen schieten,80:10 hem … schieten - Letterlijk: zijn wortels wortel doen schieten.

zodat hij heel het land vulde.

11De bergen zijn met zijn schaduw bedekt geweest,

zijn takken waren als machtige ceders.80:11 machtige ceders - Letterlijk: ceders van God.

12Hij breidde zijn ranken uit tot aan de zee,

zijn jonge loten tot aan de rivier.

13Waarom hebt U een bres geslagen in zijn muren,

zodat alle voorbijgangers op de weg hem leegplukken?

14Het zwijn uit het woud heeft hem losgewroet,

het wild van het veld heeft hem afgegraasd.

15O God van de legermachten, keer toch terug;

kijk neer uit de hemel en zie.

Zie om naar deze wijnstok,

16de stam die Uw rechterhand geplant heeft,

en dat om de Zoon, Die U voor Uzelf sterk gemaakt hebt.

17De wijnstok is met vuur verbrand, is afgekapt;

Uw volk komt om door de bestraffing van Uw aangezicht.

18Laat Uw hand rusten op de Man van Uw rechterhand,

op de Mensenzoon, Die U voor Uzelf sterk gemaakt hebt.

19Dan zullen wij ons niet van U afkeren;

behoud ons in het leven, dan zullen wij Uw Naam aanroepen.

20HEERE, God van de legermachten, breng ons terug;

doe Uw aangezicht lichten, dan zullen wij verlost worden.