Herziene Statenvertaling (HSV)
75

God is Rechter

751Voor de koorleider, op ‘Richt niet te gronde’; een psalm van Asaf, een lied.

2Wij loven U, o God, wij loven U;

Uw Naam is nabij;

men vertelt Uw wonderen.

3Wanneer ik ontvangen heb wat voor mij bestemd is,

zal ík billijk oordelen.

4Het land en al zijn bewoners smolten weg,

maar ík heb zijn pilaren vastgezet. Sela

5Ik heb gezegd tegen de dwazen: Doe niet zo dwaas,

en tegen de goddelozen: Hef uw hoorn niet op.

6Hef uw hoorn niet naar omhoog,

spreek niet met hooghartig uitgestoken hals.

7Want niet uit het oosten of uit het westen

of uit de woestijn komt het verhogen,

8maar God is Rechter:

Hij vernedert de een en verhoogt de ander.

9Want in de hand van de HEERE is een beker.

Daarin schuimt de wijn, overvloedig gekruid.

Hij schenkt eruit; zelfs zijn droesem

moeten alle goddelozen van de aarde tot op de bodem opdrinken.75:9 tot op de bodem opdrinken - Letterlijk: opdrinken drinken.

10Maar ík zal het voor eeuwig verkondigen,

ik zal voor de God van Jakob psalmen zingen.

11Ik zal alle hoorns van de goddelozen afhakken,

de hoorns van de rechtvaardige worden omhooggeheven.

76

Gods majesteit en macht

761Voor de koorleider, bij snarenspel, een psalm van Asaf, een lied.

2God is bekend in Juda,

Zijn Naam is groot in Israël.

3In Salem is Zijn hut,

en Zijn woning in Sion.

4Daar brak Hij de vurige pijlen van de boog,

het schild, het zwaard en de strijd. Sela

5U bent schitterender en machtiger

dan de roofzuchtige bergen.

6De heldhaftigen76:6 heldhaftigen - Letterlijk: machtigen van hart. werden beroofd

terwijl zij sluimerden en sliepen,76:6 sluimerden en sliepen - Letterlijk: hun slaap sluimerden.

geen van de strijdbare mannen

vond nog kracht in zijn handen.

7Door Uw bestraffing, o God van Jakob,

vielen strijdwagen en paard in een diepe slaap.

8U, ontzagwekkend bent U!

Wie zal voor Uw aangezicht bestaan, zodra Uw toorn ontvlamt?76:8 zodra … ontvlamt - Letterlijk: van toen Uw toorn.

9U liet een oordeel uit de hemel horen;

de aarde vreesde en werd stil,

10toen U, o God, opstond ten oordeel,

om alle zachtmoedigen van de aarde te verlossen. Sela

11Want de woede van mensen zal U tot lof zijn,

wat aan woede overblijft, zult U beteugelen.

12Doe geloften en kom ze aan de HEERE, uw God, na,

u allen die Hem omringt!

Laten ze Hem Die te vrezen is, geschenken brengen,

13Die de adem van vorsten als druiven afsnijdt,

Die gevreesd is bij de koningen van de aarde.

77

Vertrouwen in aanvechting

771Voor de koorleider, over Jeduthun, van Asaf, een psalm.

2Mijn stem klinkt tot God en ik roep,

mijn stem klinkt tot God en Hij zal mij aanhoren.

3Op de dag van mijn benauwdheid zocht ik de Heere,

mijn hand was 's nachts uitgestrekt en verslapte niet,

mijn ziel weigerde getroost te worden.

4Dacht ik aan God, dan kermde ik;

peinsde ik, dan bezweek mijn geest. Sela

5U hield mijn ogen wakend,77:5 U … wakend - Letterlijk: U hield de wachten van mijn ogen.

ik was verontrust en sprak niet.

6Ik overdacht de dagen vanouds,

de jaren van vroegere eeuwen.

7Ik dacht aan mijn snarenspel,

's nachts peinsde ik in mijn hart,

en mijn geest onderzocht:

8Zou de Heere dan in alle eeuwigheid verstoten

en voortaan niet meer goedgezind zijn?

9Houdt Zijn goedertierenheid voor altijd op?

Komt aan Zijn toezegging een einde, van generatie op generatie?

10Heeft God vergeten genadig te zijn?

Of heeft Hij Zijn barmhartigheid door toorn afgesloten? Sela

11Toen zei ik: Dit krenkt mij,

maar de rechterhand van de Allerhoogste verandert.77:11 maar … verandert - Of: dat de rechterhand van de Allerhoogste verandert.

12Ik zal de daden van de HEERE gedenken,

ja, ik zal denken aan Uw wonderen van oudsher.

13Ik zal al Uw werken overdenken

en over Uw daden spreken.

14O God, Uw weg is in het heiligdom.

Wie is een God zo groot als God?

15U bent de God Die

77:15
Ex. 15:11
wonderen doet,

U hebt Uw macht bekendgemaakt onder de volken.

16U hebt Uw volk door Uw sterke arm verlost,

de nakomelingen van Jakob en van Jozef. Sela

17De

77:17
Ex. 14:21
wateren zagen U, o God,

de wateren zagen U, zij beefden,

ook de diepe wateren sidderden.

18

77:18
Ex. 14:24
De wolken goten water uit,

de hemel gaf geluid,

ook vlogen Uw pijlen overal heen.

19Het geluid van Uw donder klonk in het rond,

de bliksemflitsen verlichtten de wereld,

de aarde sidderde en beefde.

20Uw weg was door de zee,

Uw pad door grote wateren,

en Uw voetstappen werden niet bekend.

21U leidde Uw volk

77:21
Ps. 78:52
80:2
als een kudde

door de hand van Mozes en Aäron.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]