Herziene Statenvertaling (HSV)
74

Klaaglied over het verwoeste heiligdom

741Een onderwijzing van Asaf.

O God, waarom hebt U ons voor altijd verstoten?

Waarom ontbrandt Uw toorn tegen de schapen van Uw weide?

2Denk aan Uw gemeente, die U vanouds verworven hebt,

de stam die Uw eigendom is, die U verlost hebt,

de berg Sion, waarop U gewoond hebt.

3Richt Uw voeten naar wat voor altijd verwoest is,

want de vijand heeft alles in het heiligdom vernield.

4Uw tegenstanders tierden midden in Uw ontmoetingsplaatsen;

daar stelden zij hun zegetekens als eretekens op.

5Zij raakten bekend als lieden

die hun bijlen opheffen in dicht geboomte.

6Zo sloegen zij al de graveringen ervan

met houwelen en mokers in stukken.

7

74:7
2 Kon. 25:9
Zij staken Uw heiligdom in brand;

tot de grond toe ontheiligden zij de woning van Uw Naam.

8Zij zeiden in hun hart: Laten wij die gezamenlijk plunderen!

Zij verbrandden al Gods ontmoetingsplaatsen in het land.

9Onze tekenen zien wij niet, er is geen profeet meer;

er is niemand onder ons die weet hoelang nog.

10Hoelang, o God, zal de tegenstander U smaden?

Zal de vijand Uw Naam voor altijd lasteren?

11Waarom trekt U Uw hand terug, Uw sterke rechterhand?

Trek haar uit het midden van Uw boezem. Maak er een eind aan!

12Toch is God mijn Koning van oudsher,

Die heil brengt hier op aarde.74:12 hier op aarde - Letterlijk: in het midden van de aarde.

13

74:13
Ex. 14:21
Ú hebt door Uw macht de zee gespleten,

U hebt de koppen van de zeemonsters in de wateren vermorzeld.

14Ú hebt de koppen van de Leviathan verbrijzeld,

U hebt hem tot voedsel gegeven aan het volk in de woestijn.

15

74:15
Ex. 17:5,6
Num. 20:11
Ps. 105:41
Jes. 48:21
Ú hebt een bron en een beek doormidden gespleten,

74:15
Joz. 3:13
Ú hebt altijd stromende rivieren laten uitdrogen.

16De dag is van U, ook de nacht behoort U toe,

74:16
Gen. 1:14
Ú hebt het licht en de zon hun plaats gegeven.

17Ú hebt alle grenzen van de aarde vastgesteld;

zomer en winter, Ú hebt ze geformeerd.

18Denk hieraan, de vijand heeft de HEERE gesmaad,

een dwaas volk heeft Uw Naam gelasterd.

19Geef aan de wilde dieren de ziel van Uw tortelduif niet over,

vergeet niet voor altijd het volk van Uw ellendigen.

20Aanschouw het verbond, want de duistere oorden van het land

zijn vol woningen van geweld.

21Laat de verdrukte niet beschaamd terugkeren,

laat de ellendige en arme Uw Naam loven.

22Sta op, o God, voer Uw rechtszaak,

denk aan de smaad die dwazen U de hele dag aandoen.

23Vergeet het geroep van Uw tegenstanders niet;

het gejoel van wie tegen U opstaan, stijgt voortdurend op.

75

God is Rechter

751Voor de koorleider, op ‘Richt niet te gronde’; een psalm van Asaf, een lied.

2Wij loven U, o God, wij loven U;

Uw Naam is nabij;

men vertelt Uw wonderen.

3Wanneer ik ontvangen heb wat voor mij bestemd is,

zal ík billijk oordelen.

4Het land en al zijn bewoners smolten weg,

maar ík heb zijn pilaren vastgezet. Sela

5Ik heb gezegd tegen de dwazen: Doe niet zo dwaas,

en tegen de goddelozen: Hef uw hoorn niet op.

6Hef uw hoorn niet naar omhoog,

spreek niet met hooghartig uitgestoken hals.

7Want niet uit het oosten of uit het westen

of uit de woestijn komt het verhogen,

8maar God is Rechter:

Hij vernedert de een en verhoogt de ander.

9Want in de hand van de HEERE is een beker.

Daarin schuimt de wijn, overvloedig gekruid.

Hij schenkt eruit; zelfs zijn droesem

moeten alle goddelozen van de aarde tot op de bodem opdrinken.75:9 tot op de bodem opdrinken - Letterlijk: opdrinken drinken.

10Maar ík zal het voor eeuwig verkondigen,

ik zal voor de God van Jakob psalmen zingen.

11Ik zal alle hoorns van de goddelozen afhakken,

de hoorns van de rechtvaardige worden omhooggeheven.

76

Gods majesteit en macht

761Voor de koorleider, bij snarenspel, een psalm van Asaf, een lied.

2God is bekend in Juda,

Zijn Naam is groot in Israël.

3In Salem is Zijn hut,

en Zijn woning in Sion.

4Daar brak Hij de vurige pijlen van de boog,

het schild, het zwaard en de strijd. Sela

5U bent schitterender en machtiger

dan de roofzuchtige bergen.

6De heldhaftigen76:6 heldhaftigen - Letterlijk: machtigen van hart. werden beroofd

terwijl zij sluimerden en sliepen,76:6 sluimerden en sliepen - Letterlijk: hun slaap sluimerden.

geen van de strijdbare mannen

vond nog kracht in zijn handen.

7Door Uw bestraffing, o God van Jakob,

vielen strijdwagen en paard in een diepe slaap.

8U, ontzagwekkend bent U!

Wie zal voor Uw aangezicht bestaan, zodra Uw toorn ontvlamt?76:8 zodra … ontvlamt - Letterlijk: van toen Uw toorn.

9U liet een oordeel uit de hemel horen;

de aarde vreesde en werd stil,

10toen U, o God, opstond ten oordeel,

om alle zachtmoedigen van de aarde te verlossen. Sela

11Want de woede van mensen zal U tot lof zijn,

wat aan woede overblijft, zult U beteugelen.

12Doe geloften en kom ze aan de HEERE, uw God, na,

u allen die Hem omringt!

Laten ze Hem Die te vrezen is, geschenken brengen,

13Die de adem van vorsten als druiven afsnijdt,

Die gevreesd is bij de koningen van de aarde.