Herziene Statenvertaling (HSV)
6

Eerste boetpsalm

61Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel, op ‘De achtste’.

2HEERE,

6:2
Ps. 38:2
straf mij niet in Uw toorn,

bestraf mij niet in Uw grimmigheid!

3Wees mij genadig, HEERE, want ik ben verzwakt,

genees mij, HEERE, want mijn beenderen zijn verschrikt.

4Ja, mijn ziel is zeer door schrik overmand.

En U, HEERE, hoelang nog?

5Keer terug, HEERE, red mijn ziel,

verlos mij, omwille van Uw goedertierenheid.

6Want in de dood is er geen gedachtenis aan U,

wie zal U loven in het graf?

7Ik ben moe van mijn zuchten,

heel de nacht maak ik mijn bed nat,

doorweek ik mijn rustbank met mijn tranen.

8Mijn ogen zijn verzwakt van verdriet,

ze zijn oud geworden vanwege al mijn tegenstanders.

9

6:9
Matt. 7:23
25:41
Luk. 13:27
Ga weg van mij, u allen die onrecht bedrijft,

want de HEERE heeft mijn luide geween gehoord.

10De HEERE heeft mijn smeken gehoord,

de HEERE zal mijn gebed aannemen.

11Al mijn vijanden worden zeer beschaamd en door schrik overmand;

zij deinzen terug, zij worden in een ogenblik beschaamd.

7

Gebed om gerechtigheid

71Sjiggajon van David, dat hij voor de HEERE gezongen heeft, vanwege de woorden van Cusj, de Benjaminiet.

2HEERE, mijn God, tot U neem ik de toevlucht,

verlos mij van al mijn vervolgers en red mij.

3Anders verscheuren zij mijn ziel als een leeuw,

slepen zij mij weg, terwijl er niemand is die redt.

4HEERE, mijn God, als ik dát gedaan heb,

als er onrecht aan mijn handen kleeft,

5als ik iemand kwaad vergolden heb die vrede met mij had

– wie mij zonder reden benauwde, heb ik juist gered! –

6dan mag de vijand mij7:6 mij - Letterlijk: mijn ziel. vervolgen, achterhalen,

mijn leven op de grond vertrappen

en mijn eer in het stof doen wonen! Sela

7Sta op, HEERE, in Uw toorn,

verhef U tegen de verbolgenheid van wie mij benauwen,

ontwaak ter wille van mij;

U hebt het recht ingesteld.

8De gemeenschap van volken zal U omringen,

neem dan weer plaats hoog boven hen.

9De HEERE zal over de volken rechtspreken.

Doe mij recht, HEERE, want ik ben rechtvaardig

en oprechtheid is bij mij.

10Laat er toch een einde komen aan de slechtheid van de goddelozen,

maar doe de rechtvaardige standhouden,

o rechtvaardige God, Die

7:10
1 Kron. 28:9
Jer. 11:20
17:10
20:12
Openb. 2:23
harten en nieren beproeft.

11Mijn schild is bij God,

Die de oprechten van hart verlost.

12God is een rechtvaardige Rechter,

een God Die iedere dag toornt.

13Als men zich niet bekeert,

dan zal Hij Zijn zwaard scherpen,

Zijn boog spannen, en aanleggen.

14Hij heeft dodelijke wapens voor Zich gereedgemaakt,

Hij richt Zijn pijlen op de felle achtervolgers.

15Zie,

7:15
Job 15:35
Jes. 59:4
hij heeft weeën van onrecht

en is zwanger van kwaad,

hij zal leugen baren.

16

7:16
Job 4:8
Ps. 9:16
10:2
Spr. 5:22
26:27
Pred. 10:8
Hij heeft een kuil gedolven en die uitgegraven,

maar hij is gevallen in het graf dat hij zelf gemaakt heeft.

17Zijn moeite zal op zijn eigen hoofd terugkeren,

zijn geweld op zijn eigen schedel neerdalen.

18Ik zal de HEERE loven om Zijn gerechtigheid,

en voor de Naam van de HEERE, de Allerhoogste, psalmen zingen.

8

De majesteit van de HEERE

81Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘De Gittith’.

2HEERE, onze Heere, hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!

U Die Uw majesteit getoond hebt boven de hemel.

3Uit

8:3
Matt. 21:16
de mond van kleine kinderen en zuigelingen

hebt U een sterk fundament gelegd,8:3 een sterk fundament gelegd - Letterlijk: kracht gegrondvest. omwille van Uw tegenstanders,

om de vijand en wraakzuchtige te laten ophouden.

4Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,

de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,

5

8:5
Job 7:17
Ps. 144:3
Hebr. 2:6
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,

en de mensenzoon, dat U naar hem omziet?

6Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de engelen8:6 de engelen - De SV volgt hier de Septuaginta; letterlijk: God.

en hem met eer en glorie gekroond.

7U doet hem heersen over de werken van Uw handen,

8:7
1 Kor. 15:27
U hebt alles onder zijn voeten gelegd:

8schapen en runderen, die allemaal,

en ook de dieren van het veld,

9de vogels in de lucht en de vissen in de zee,

al wat over de paden van de zeeën gaat.

10HEERE, onze Heere,

hoe machtig is Uw Naam op de hele aarde!