Herziene Statenvertaling (HSV)
65

Loflied op Gods goedheid

651Een psalm van David, een lied, voor de koorleider.

2De lofzang is in stilte tot U, o God, in Sion;

aan U zal de gelofte nagekomen worden.

3U hoort het gebed;

tot U zal alle vlees komen.

4Ongerechtigheden hadden de overhand over mij,

maar onze overtredingen, die verzoent Ú.

5Welzalig is hij die U verkiest en doet naderen,

die mag wonen in Uw voorhoven;

wij worden verzadigd met het goede van Uw huis,

met het heilige van Uw paleis.

6Met ontzagwekkende daden antwoordt U ons in gerechtigheid,

o God van ons heil,

o vertrouwen van alle einden der aarde

en van de verre zeeën,

7Die de bergen vast doet staan door Zijn kracht,

Die omgord is met macht;

8Die het bruisen van de zeeën stilt,

het bruisen van hun golven

en het rumoer van de volken.

9Daarom vrezen de bewoners van de einden der aarde voor Uw tekenen;

waar de morgen gloort en de avond daalt, doet U juichen.

10U zag om naar het land en gaf het overvloed,

U maakt het zeer rijk;

de beek van God is vol water;

U geeft hun koren; ja, zó geeft U het:

11U doordrenkt zijn omgeploegde aarde,

U doet water in zijn voren dalen,

U doorweekt het met regendruppels,

U zegent zijn gewas.

12U kroont het jaar van Uw goedheid,

Uw voetstappen druipen van overvloed,

13zij bedruipen de weiden van de woestijn.

De heuvels omgorden zich met vreugde.

14De velden zijn bekleed met kudden,

de dalen zijn bedekt met koren;

zij juichen, ook zingen zij.

66

Loflied op de grote daden van God

661Een lied, een psalm, voor de koorleider.

Juich voor God, heel de aarde!

2Zing psalmen voor Zijn heerlijke Naam,

geef Hem lof en eer.66:2 geef Hem lof en eer - Letterlijk: stel eer Zijn lof.

3Zeg tegen God: Hoe ontzagwekkend bent U in Uw werken!

Om de grootheid van Uw macht veinzen Uw vijanden dat zij zich aan U onderwerpen.

4Laat heel de aarde zich voor U neerbuigen en voor U psalmen zingen,

laat zij voor Uw Naam psalmen zingen. Sela

5Kom en zie Gods daden;

ontzagwekkend is Zijn doen voor de mensenkinderen.

6

66:6
Ex. 14:21
Hij heeft de zee veranderd in het droge;

zij zijn te voet door de

66:6
Joz. 3:14
rivier gegaan;

daar hebben wij ons in Hem verblijd.

7Hij heerst eeuwig met Zijn macht,

66:7
2 Kron. 16:9
Job 28:24
Ps. 33:13
Zijn ogen houden de wacht over de heidenvolken.

Laten de opstandigen zich niet verheffen. Sela

8Loof, volken, onze God;

laat het geluid van Zijn roem horen,

9Die onze ziel weer het leven geeft,

en niet toelaat dat onze voet wankelt.

10Want U hebt ons beproefd, o God,

U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.

11U had ons in het net gebracht,

U had een knellende band om ons middel gelegd,

12U had de sterveling over ons hoofd doen rijden.

Wij waren in het vuur en in het water gekomen,

maar U hebt ons uitgeleid naar de overvloed.

13Ik zal met brandoffers Uw huis binnengaan;

ik zal aan U mijn geloften nakomen,

14die mijn lippen hebben geuit

en mijn mond heeft uitgesproken in mijn nood.

15Brandoffers van mestvee zal ik U brengen,

samen met de offergeur van rammen;

ik zal runderen met bokken als offer bereiden. Sela

16Kom, luister, allen die God vrezen,

en ik zal vertellen

wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.

17Ik riep tot Hem met mijn mond,

en Hij werd geroemd door mijn tong.

18Had ik in mijn hart onrecht op het oog gehad,

de Heere zou mij niet hebben gehoord.

19Voorwaar, God heeft naar mij geluisterd,

Hij heeft acht geslagen op mijn luide gebed.

20Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewezen,

en Zijn goedertierenheid mij niet heeft onthouden.

67

De volken zullen God loven

671Een psalm, een lied, voor de koorleider, bij snarenspel.

2God zij ons genadig en zegene ons;

67:2
Num. 6:25
Ps. 4:7
Hij doe Zijn aangezicht over ons lichten. Sela

3Dan zal men op de aarde Uw weg kennen,

onder alle heidenvolken Uw heil.

4De volken zullen U, o God, loven;

de volken zullen U loven, zij allen.

5De natiën zullen zich verblijden en juichen,

omdat U de volken rechtvaardig zult oordelen;

de natiën op de aarde zult U leiden. Sela

6De volken zullen U, o God, loven;

de volken zullen U loven, zij allen.

7De aarde heeft haar opbrengst gegeven;

God, onze God, zegent ons.

8God zegent ons

en alle einden der aarde zullen Hem vrezen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]