Herziene Statenvertaling (HSV)
61

Toevlucht tot God

611Een psalm van David, voor de koorleider, met een snaarinstrument.

2O God, luister naar mijn roepen,

sla acht op mijn gebed.

3Van het einde van het land roep ik tot U,

nu mijn hart bezwijkt;

leid mij op een rots

die voor mij te hoog zou zijn.

4Want U bent een toevlucht voor mij geweest,

een sterke toren tegen de vijand.

5Ik zal in alle eeuwigheid61:5 in alle eeuwigheid - Letterlijk: eeuwigheden. in Uw tent verblijven,

mijn toevlucht zoeken in de schuilplaats onder Uw vleugels. Sela

6Want U, o God, hebt mijn geloften gehoord;

U hebt mij de erfenis gegeven van wie Uw Naam vrezen.

7U zult dagen toevoegen aan de dagen van de koning,

zijn jaren duren voort als van generatie op generatie.

8Eeuwig zal hij tronen voor Gods aangezicht.

Beschik goedertierenheid en trouw, dat die hem beschermen.

9Dan zal ik voor Uw Naam voor eeuwig psalmen zingen

om mijn geloften na te komen, dag aan dag.

62

God alleen is onze toevlucht

621Een psalm van David, voor de koorleider, over Jeduthun.

2Zeker, mijn ziel is stil voor God;

van Hem is mijn heil.

3Zeker, Hij is mijn rots en mijn heil,

mijn veilige vesting; ik zal niet al te zeer wankelen.

4Hoelang bedenkt u nog kwaad tegen een man?

U zult allen gedood worden;

u zult zijn als een hellende wand,

een instortende muur.

5Zeker, zij beraadslagen om hem van zijn hoogte af te stoten.

Zij scheppen behagen in leugen;

met hun mond zegenen zij,

maar in hun binnenste vervloeken zij. Sela

6Zeker, mijn ziel, zwijg voor God,

want van Hem is mijn verwachting.

7Zeker, Hij is mijn rots en mijn heil,

mijn veilige vesting; ik zal niet wankelen.

8In God is mijn heil en mijn eer;

mijn sterke rots, mijn toevlucht is in God.

9Vertrouw op Hem te allen tijde, volk;

stort uw hart uit voor Zijn aangezicht.

God is voor ons een toevlucht. Sela

10Zeker, eenvoudigen62:10 eenvoudigen - Letterlijk: kinderen van een mens. zijn een zucht,

aanzienlijken62:10 aanzienlijken - Letterlijk: kinderen van een man. een leugen;

in de weegschaal gewogen,

zijn zij tezamen lichter dan een zucht.

11Vertrouw niet op onderdrukking,

stel geen ijdele hoop op roof.

Als het vermogen toeneemt,

zet er het hart niet op.

12God heeft één ding gesproken,

ik heb dit tweemaal gehoord:

dat de kracht van God is.

13Ook de goedertierenheid is van U, Heere,

62:13
Job 34:11
Spr. 24:12
Jer. 32:19
Ezech. 7:27
33:20
Matt. 16:27
Rom. 2:6
2 Kor. 5:10
Efez. 6:8
Kol. 3:25
1 Petr. 1:17
Openb. 22:12
want U zult eenieder vergelden naar zijn werk.

63

Verlangen naar God

631Een psalm van David, toen hij in de

63:1
1 Sam. 22:5
23:14,15
woestijn van Juda was.

2O God, U bent mijn God!

U zoek ik vroeg in de morgen;

mijn ziel dorst naar U,

mijn lichaam verlangt naar U

in een land, dor en dorstig, zonder water.

3Zo heb ik U in het heiligdom aanschouwd,

Uw macht en Uw heerlijkheid gezien.

4Uw goedertierenheid is immers beter dan het leven;

daarom zullen mijn lippen U prijzen.

5Zo zal ik U loven in mijn leven,

in Uw Naam zal ik mijn handen opheffen.

6Mijn ziel zal als met vet en overvloed verzadigd worden;

mijn mond zal roemen met vrolijk zingende lippen.

7Wanneer ik aan U denk op mijn bed,

over U peins in nachtwaken –

8voorzeker, U bent een Helper voor mij geweest;

onder de schaduw van Uw vleugels zal ik vrolijk zingen.

9Mijn ziel klampt zich aan U vast, komt achter U aan,

Uw rechterhand ondersteunt mij.

10Maar dezen, die mij naar het leven staan om dat te verwoesten,

komen in de laagste plaatsen van de aarde.

11Men zal hen neer doen storten door het geweld van het zwaard,

zij zullen de vossen ten deel zijn.

12Maar de koning zal zich in God verblijden;

al wie bij Hem zweert, zal zich beroemen,

want de mond van de leugenaars zal gestopt worden.