Herziene Statenvertaling (HSV)
58

Straf voor onrechtvaardige rechters

581Een gouden kleinood van David, voor de koorleider, op ‘Richt niet te gronde’.

2Spreekt u werkelijk recht, raad van rechters?

Oordeelt u billijk, mensenkinderen?

3Veeleer bedrijft u onrecht in uw hart;

uw handen wegen geweld af op de aarde.

4De goddelozen zijn van God vervreemd vanaf de baarmoeder;

de leugenaars dwalen vanaf de moederschoot.

5Zij hebben

58:5
Ps. 140:4
vurig vergif, het lijkt op vurig slangengif;

zij zijn als een dove adder, die zijn oren dichtstopt,

6die niet wil luisteren naar de stem van de bezweerder,

van hem die kundig bezweringen doet.

7O God, breek hun tanden in hun mond;

breek de hoektanden van de jonge leeuwen stuk, HEERE.

8Laat hen smelten als water, laat hen wegdrijven;

legt hij zijn pijlen aan, laat ze zijn alsof ze afgebroken zijn.

9Laten zij vergaan als een smeltende slak;

laat hen, als de misgeboorte van een vrouw, de zon niet zien.

10Voordat uw kookpotten de doornstruik voelen,

zal Hij hen als in brandende toorn levend wegvagen.

11De rechtvaardige zal zich verblijden als hij de wraak ziet;

hij zal zijn voeten wassen in het bloed van de goddeloze.

12De mens zal zeggen: Ja, er is loon voor de rechtvaardige!

Ja, er is een God Die op de aarde recht doet!

59

Gebed van een onschuldig vervolgde

591Een gouden kleinood van David, voor de koorleider, op ‘Richt niet te gronde’;

59:1
1 Sam. 19:11
toen Saul dienaren gezonden had om het huis van David te bewaken en hem te doden.

2Red mij van mijn vijanden, mijn God,

zet mij in een veilige vesting voor wie tegen mij opstaan.

3Red mij van wie onrecht bedrijven,

verlos mij van de mannen van bloed.

4Want zie, zij leggen een hinderlaag voor mijn ziel,

sterke mannen scholen tegen mij samen, HEERE,

zonder overtreding of zonde van mijn kant;59:4 zonder … kant - Letterlijk: zonder mijn misdaad en zonder mijn zonde.

5zij komen aansnellen en maken zich gereed,

zonder misdaad van mijn kant.

Word wakker, kom mij tegemoet, en zie.

6Ja U, HEERE, God van de legermachten, God van Israël,

ontwaak om al deze heidenvolken te straffen;

wees niemand genadig van wie trouweloos onrecht bedrijven. Sela

7Tegen de avond keren zij terug,

zij grommen als honden

en trekken de stad rond.

8Zie, hun mond vloeit over;

59:8
Ps. 55:22
57:5
zwaarden komen van hun lippen.

59:8
Ps. 10:11
94:7
Want, denken zij, wie hoort het?

9Maar U, HEERE, U

59:9
Ps. 2:4
lacht om hen,

U bespot alle heidenvolken.

10Tegenover zijn macht wacht ik op U,

want God is mijn veilige vesting.

11Mijn goedertieren God zal mij te hulp komen,

God zal mij op mijn belagers doen neerzien.

12Dood hen niet, anders vergeet mijn volk het;

doe hen rondzwerven door Uw kracht,

werp hen neer, Heere, ons schild,

13om de zonde van hun mond, om het woord van hun lippen.

Laat hen gevangen worden in hun trots,

om de vervloeking en om de leugen die zij vertellen.

14Vernietig hen in Uw grimmigheid,

vernietig hen, zodat zij er niet meer zijn;

laat hun weten dat God Heerser is in Jakob,

ja, tot aan de einden der aarde. Sela

15Laat hen dan tegen de avond terugkeren,

laat hen grommen als honden

en de stad rondtrekken.

16Laat hen zelf rondzwerven op zoek naar voedsel,

laat hen overnachten, al zijn zij niet verzadigd.

17Ik echter zal van Uw macht zingen

en 's morgens vrolijk zingen van Uw goedertierenheid.

Want U bent voor mij een veilige vesting geweest,

een toevlucht in de dagen dat angst mij benauwde.

18Voor U, mijn kracht, zal ik psalmen zingen,

want God is mijn veilige vesting,

mijn goedertieren God.

60

Gebed in oorlogstijd

601Een gouden kleinood van David, ter onderwijzing, voor de koorleider, op ‘De lelie van de getuigenis’; 2

60:2
2 Sam. 8:3,13
1 Kron. 18:3,12
toen hij gevochten had met de Syriërs van Mesopotamië en met de Syriërs van Zoba, en Joab terugkwam en de Edomieten versloeg in het Zoutdal: twaalfduizend man.

3O God,

60:3
Ps. 144:10
U had ons verstoten, U had ons verbroken,

U bent toornig geweest; keer terug tot ons.

4U hebt het land doen beven, U hebt het gespleten;

genees zijn breuken, want het wankelt.

5U hebt Uw volk een harde zaak doen zien,

U hebt ons bedwelmende wijn laten drinken.

6Maar nu hebt U een banier gegeven aan wie U vrezen,

om die op te heffen als teken van de waarheid, Sela

7

60:7
Ps. 108:7
opdat Uw beminden gered worden.

Verlos door Uw rechterhand en antwoord ons.

8God heeft gesproken in Zijn heiligdom,

daarom zal ik van vreugde opspringen;

ik zal Sichem verdelen,

het dal van Sukkoth zal ik opmeten.

9Gilead is van mij, Manasse is van mij,

Efraïm de bescherming60:9 de bescherming - Letterlijk: de kracht. voor mijn hoofd,

Juda is mijn wetgever.

10Moab is mijn waskom,

op Edom zal ik mijn schoen werpen.

Juich over mij, Filistea!

11Wie zal mij brengen in een versterkte stad?

Wie zal mij leiden tot in Edom?

12Zult U het niet zijn, o God, Die ons verstoten had

en niet met onze legers uittrok, o God?

13Geef ons hulp uit de benauwdheid,

want heil van een mens te verwachten is nutteloos.

14Met God zullen wij krachtige daden doen;

Híj zal onze tegenstanders vertrappen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]