Herziene Statenvertaling (HSV)
46

Een vaste burcht is onze God

461Een lied op Alamoth, voor de koorleider, van de zonen van Korach.

2God is ons een toevlucht en kracht;

Hij is in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden.

3Daarom zullen wij niet bevreesd zijn, al veranderde de aarde van plaats

en werden de bergen verzet naar het hart van de zeeën.

4Laat haar water bruisen, laat het schuimen,

laat de bergen beven door haar onstuimigheid. Sela

5De beekjes van de rivier verblijden de stad van God,

het heiligdom, de woningen van de Allerhoogste.

6God is in haar midden, zij zal niet wankelen;

God zal haar helpen bij het aanbreken van de morgen.

7De heidenvolken tierden, de koninkrijken wankelden;

Hij liet Zijn stem klinken: de aarde smolt weg.

8De HEERE van de legermachten is met ons;

de God van Jakob is voor ons een veilige vesting. Sela

9Kom, zie de daden van de HEERE,

Die verwoestingen op de aarde aanricht;

10Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde,

de boog breekt en de speer in stukken slaat,

de wagens met vuur verbrandt.

11Geef het op en weet dat Ik God ben;

Ik zal geroemd worden onder de heidenvolken,

Ik zal geroemd worden op de aarde.

12De HEERE van de legermachten is met ons;

de God van Jakob is voor ons een veilige vesting. Sela

47

God triomfeert

471Een psalm, voor de koorleider, van de zonen van Korach.

2Alle volken, klap in de handen;

juich voor God met luide vreugdezang.

3Want de HEERE, de Allerhoogste, is ontzagwekkend,

een groot Koning over de hele aarde.

4Hij onderwerpt volken aan ons,

Hij brengt natiën onder onze voeten.

5Hij kiest voor ons ons erfelijk bezit uit:

de glorie van Jakob, die Hij heeft liefgehad. Sela

6God vaart op onder gejuich,

de HEERE vaart op onder bazuingeschal.

7Zing psalmen voor God, zing psalmen,

zing psalmen voor onze Koning, zing psalmen,

8want God is Koning over heel de aarde;

zing psalmen met een onderwijzing.

9God regeert over de heidenvolken;

God zit op Zijn heilige troon.

10De edelen van de volken voegen zich

bij het volk van de God van Abraham;

want de schilden van de aarde zijn van God.

Hij is zeer hoog verheven!

48

De heerlijkheid van Sion

481Een lied, een psalm, van de zonen van Korach.

2De HEERE is groot en zeer te prijzen,

in de stad van onze God, op Zijn heilige berg.

3Mooi van ligging,

een vreugde voor heel de aarde,

is de berg Sion aan de noordzijde,

48:3
Matt. 5:35
de stad van de grote Koning!

4God is in haar paleizen;

Hij is er bekend als een veilige vesting.

5Want zie, koningen hadden zich verzameld,

zij waren samen opgetrokken.

6Zodra zij de stad zagen, waren zij verbijsterd,

zij werden door schrik overmand, zij haastten zich weg.

7Huiver greep hen daar aan,

smart als van een barende vrouw.

8Met een oostenwind breekt U

de schepen van Tarsis stuk.

9Zoals wij het gehoord hadden,

zo hebben wij het gezien

in de stad van de HEERE van de legermachten,

in de stad van onze God:

God zal haar stand doen houden tot in eeuwigheid. Sela

10O God, wij gedenken Uw goedertierenheid

in het midden van Uw tempel.

11Zoals Uw Naam is, o God,

zo is Uw roem,

tot aan de einden der aarde;

Uw rechterhand is vol gerechtigheid.

12Laat de berg Sion zich verblijden;

laat de dochters van Juda zich verheugen omwille van Uw oordelen.

13Ga rondom Sion en loop eromheen,

tel haar torens,

14richt uw hart op haar vestingwal,

kijk nauwkeurig naar haar paleizen

om het aan de volgende generatie te vertellen.

15Want deze God is onze God,

eeuwig en altijd;

Híj zal ons leiden tot de dood toe.