Herziene Statenvertaling (HSV)
37

Alleen God schenkt heil

371Een psalm van David.

37:1
Spr. 23:17
24:1
Ontsteek niet in woede over de kwaaddoeners, aleph

benijd niet wie onrecht doen.

2Want als gras zullen zij snel verdorren,

als groene grasscheutjes zullen zij verwelken.

3Vertrouw op de HEERE en doe het goede; beth

bewoon de aarde en voed u met trouw.

4Schep vreugde in de HEERE,

dan zal Hij u geven wat uw hart verlangt.

5

37:5
Ps. 22:9
55:23
Spr. 16:3
Matt. 6:25
Luk. 12:22
1 Petr. 5:7
Wentel uw weg op de HEERE gimel

en vertrouw op Hem: Híj zal het doen.

6Hij zal uw gerechtigheid tevoorschijn doen komen als het morgenlicht,

uw recht doen stralen als de middagzon.

7Zwijg voor de HEERE daleth

en verwacht Hem;

ontsteek niet in woede over hem wiens weg voorspoedig is,

over een man die listige plannen uitvoert.

8Laat uw woede bedaren en laat uw grimmigheid varen; he

ontsteek niet in woede – het brengt slechts kwaad.

9Want de kwaaddoeners zullen uitgeroeid worden,

maar wie de HEERE verwachten,

die zullen de aarde bezitten.

10Nog even, en de goddeloze zal er niet meer zijn; waw

u zult op zijn plaats letten, maar hij zal er niet wezen.

11Maar de zachtmoedigen zullen de

37:11
Matt. 5:5
aarde bezitten

en vreugde scheppen in grote vrede.

12De goddeloze bedenkt snode plannen tegen de rechtvaardige, zain

hij knarsetandt over hem.

13De Heere lacht hem uit,

want Hij ziet dat zijn dag komt.

14De goddelozen hebben het zwaard getrokken cheth

en hun boog gespannen,

om de ellendige en de arme neer te vellen,

om af te slachten wie oprecht wandelen.37:14 wie oprecht wandelen - Letterlijk: wie oprecht van weg is.

15Hun zwaard zal in hun eigen hart dringen,

hun bogen zullen gebroken worden.

16Het weinige dat de rechtvaardige heeft, teth

is beter dan de overvloed van vele goddelozen.

17Want de armen van de goddelozen worden gebroken,

maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.

18De HEERE kent de dagen van de oprechten, jod

hun erfelijk bezit zal voor eeuwig blijven.

19Zij worden niet beschaamd ten tijde van onheil,

in dagen van honger worden zij verzadigd.

20Maar de goddelozen komen om; kaph

de vijanden van de HEERE zijn als het kostbaarste van de lammeren:

zij verdwijnen, in rook zullen zij verdwijnen.

21De goddeloze leent en betaalt niet terug, lamed

maar de rechtvaardige ontfermt zich en geeft.

22Want wie door Hem zijn gezegend, zullen de aarde bezitten;

maar wie door Hem zijn vervloekt, worden uitgeroeid.

23De voetstappen van die man worden door de HEERE vastgezet, mem

Hij vindt vreugde in zijn weg.

24Als hij valt, wordt hij niet weggeworpen,

want de HEERE ondersteunt zijn hand.

25Ik ben jong geweest, ik ben ook oud geworden, nun

maar ik heb de rechtvaardige nooit verlaten gezien,

of zijn nageslacht op zoek naar brood.

26De hele dag ontfermt hij zich en leent uit,

en zijn nageslacht is tot zegen.

27Keer u af van het kwade, doe het goede samech

en bewoon de aarde voor eeuwig.

28Want de HEERE heeft het recht lief

en zal Zijn gunstelingen niet verlaten;

voor eeuwig worden zij bewaard,

maar het nageslacht van de goddelozen wordt uitgeroeid.

29De rechtvaardigen zullen de aarde bezitten

en voor eeuwig daarop wonen.

30De mond van de rechtvaardige brengt wijsheid tot uiting, pe

zijn tong spreekt het recht.

31

37:31
Ps. 40:9
Jes. 51:7
De wet van zijn God is in zijn hart;

zijn schreden wankelen niet.

32De goddeloze loert op de rechtvaardige tsade

en probeert hem te doden,

33maar de HEERE geeft hem niet over in zijn hand

en verklaart hem niet schuldig, wanneer hij geoordeeld wordt.

34Wacht op de HEERE koph

en houd u aan Zijn weg.

Dan zal Hij u verheffen om de aarde te bezitten;

u zult zien dat de goddelozen worden uitgeroeid.

35Ik heb een gewelddadige goddeloze gezien, resj

die zich wijd vertakte als een bladerrijke inheemse boom.

36Maar hij ging voorbij, en zie, hij was er niet meer;

ik zocht hem, maar hij was niet te vinden.

37Let op de vrome en zie naar de oprechte, sjin

want het einde van die man zal vrede zijn.

38Maar de overtreders worden tezamen weggevaagd,

het einde van de goddelozen wordt afgesneden.

39Maar het heil van de rechtvaardigen komt van de HEERE, taw

hun kracht ten tijde van benauwdheid.

40De HEERE zal hen helpen en hen bevrijden;

Hij zal hen bevrijden van de goddelozen en hen verlossen,

want zij hebben tot Hem de toevlucht genomen.

38

Derde boetpsalm

381Een psalm van David, om te doen gedenken.

2

38:2
Ps. 6:2
HEERE, straf mij niet in Uw grote toorn,

bestraf mij niet in Uw grimmigheid.

3Want Uw pijlen zijn in mij gedrongen,

Uw hand is op mij neergekomen.

4Er is niets gezonds aan mijn lichaam door Uw gramschap,

er is geen vrede in mijn beenderen vanwege mijn zonde.

5Want mijn ongerechtigheden gaan mij boven het hoofd,

als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.

6Mijn wonden stinken, zij zijn vervuild

vanwege mijn dwaasheid.

7Ik ben krom geworden, ik ga zeer diep gebukt;

de hele dag ga

38:7
Ps. 42:10
43:2
ik in het zwart gehuld.

8Want mijn lendenen zijn volledig ontstoken,38:8 ontstoken - Letterlijk: geroosterd.

er is niets gezonds aan mijn lichaam.

9Ik ben bezweken en volkomen verbrijzeld;

ik schreeuw het uit vanwege het bonken van mijn hart.

10Heere, al mijn verlangen ligt voor U open,

mijn zuchten is voor U niet verborgen.

11Mijn hart gaat tekeer, mijn kracht laat mij in de steek;

ook het licht in mijn ogen, alsof ik geen ogen heb.38:11 alsof … heb - Letterlijk: zelfs die zijn niet bij mij.

12Mijn geliefden en mijn vrienden staan afzijdig van mijn plaag,

zij die nauw aan mij verwant zijn, blijven van verre staan.

13Wie mij naar het leven staan, spannen valstrikken;

wie mijn onheil zoeken, spreken schadelijke woorden

en bedenken de hele dag listen.

14Maar ik ben als een dove, ik hoor niet,

en als een stomme, die zijn mond niet opendoet.

15Ja, ik ben als een man die niet hoort

en in wiens mond geen weerwoord is.

16Maar op U, HEERE, hoop ik;

Ú zult verhoren, Heere, mijn God!

17Want ik zei: Laten zij zich toch over mij niet verblijden!

Zou mijn voet wankelen, zij zouden zich tegen mij verheffen.

18Ja, ik dreig te struikelen,

mijn smart staat voortdurend vóór mij.

19

38:19
Ps. 32:5
Want ik maak U mijn ongerechtigheid bekend,

ik ben bekommerd vanwege mijn zonde.

20Maar mijn vijanden zijn in leven en worden machtig;

wie mij om valse redenen haten, worden talrijk.

21Wie kwaad voor goed vergelden,

zijn mijn tegenstanders, omdat ik het goede najaag.

22Verlaat mij niet, HEERE;

mijn God, blijf niet ver van mij.

23Kom mij spoedig te hulp,

Heere, mijn heil!

39

Het leven is kort

391Een psalm van David, voor de koorleider, van Jeduthun.

2Ik zal mijn wegen bewaren, zei ik,

zodat ik niet zondig met mijn tong;

ik zal mijn mond met een muilkorf bewaren,

zolang de goddeloze tegenover mij staat.

3Ik was verstomd en hield mij stil,

ik zweeg van het goede.

Maar mijn lijden werd heviger,

4mijn hart werd heet in mijn binnenste.

Een vuur ontbrandde bij mijn zuchten;

toen sprak ik met mijn tong:

5HEERE, maak mij mijn einde bekend

en wat de maat van mijn dagen is,

zodat ik weet hoe vergankelijk ik ben.

6Zie, U hebt mijn dagen een handbreed gemaakt

en mijn levensduur is voor U als niets.

Ja, ieder mens

39:6
Ps. 62:10
144:4
is niet meer dan een zucht,

hoe vast hij ook staat. Sela

7Ja, de mens loopt rond in een schijnbeeld.

Ja, tevergeefs is men onrustig.

Men brengt van alles bijeen

en weet niet wie het binnenhalen zal.

8En nu, wat verwacht ik, Heere?

Mijn hoop, die is op U!

9Red mij van al mijn overtredingen,

maak mij niet tot een smaad voor de dwaas.

10Ik ben verstomd,

ik zal mijn mond niet opendoen,

want Ú hebt het gedaan.

11Neem Uw plaag van mij weg;

ik ben bezweken door de bestrijding van Uw hand.

12Bestraft U iemand met straffen om zijn ongerechtigheid,

dan doet U zijn aantrekkelijkheid als een mot teniet.

Ja, ieder mens is een zucht. Sela

13Luister naar mijn gebed, HEERE,

neem mijn hulpgeroep ter ore,

zwijg niet bij mijn tranen,

want

39:13
Lev. 25:23
1 Kron. 29:15
Ps. 119:19
Hebr. 11:13
1 Petr. 2:11
ik ben een vreemdeling bij U,

een bijwoner, zoals al mijn vaderen.

14Wend Uw blik van mij af, zodat ik mij verkwik,

voordat ik heenga en er niet meer ben.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]