Herziene Statenvertaling (HSV)
32

Tweede boetpsalm

321Een onderwijzing van David.

32:1
Rom. 4:6,7
Welzalig is hij van wie de overtreding vergeven,

van wie de zonde bedekt is.

2Welzalig de mens wie de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent,

en in wiens geest geen bedrog is.

3Toen ik zweeg, teerden mijn beenderen weg,

onder mijn jammerklachten, de hele dag.

4Want dag en nacht drukte Uw hand zwaar op mij,

mijn levensvocht veranderde in een zomerse droogte. Sela

5Mijn zonde maakte ik U bekend,

mijn ongerechtigheid bedekte ik niet.

Ik zei: Ik zal mijn overtredingen

32:5
Spr. 28:13
1 Joh. 1:9
belijden voor de HEERE.

En Ú vergaf mijn ongerechtigheid, mijn zonde. Sela

6Daarom zal iedere heilige tot U bidden

ten tijde dat U Zich laat vinden.

Voorzeker, een overstroming van machtige wateren

zal hem niet bereiken.

7

32:7
Ps. 27:5
31:21
U bent mijn schuilplaats, U beschermt mij voor benauwdheid,

U omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Sela

8Ik onderwijs u en leer u de weg die u moet gaan;

ik geef raad, mijn oog is op u.

9Wees niet als een paard,

als een muildier, dat geen verstand heeft.

32:9
Spr. 26:3
Jak. 3:3
Zijn bek houdt men in toom met bit en toom;

dan kan hij u niet te na komen.

10De goddeloze heeft veel smarten,

maar wie op de HEERE vertrouwt,

hem zal de goedertierenheid omringen.

11Verblijd u in de HEERE en verheug u, rechtvaardigen,

zing vrolijk, alle oprechten van hart!

33

Lofzang op Gods almacht

331Zing vrolijk in de HEERE, rechtvaardigen!

33:1
Ps. 147:1
Een lofzang past de oprechten.

2Loof de HEERE met de harp,

zing psalmen voor Hem met de harp en de tiensnarige luit.

3

33:3
Ps. 40:4
96:1
98:1
144:9
Jes. 42:10
Openb. 5:9
14:3
Zing voor Hem een nieuw lied,

speel welluidend met vrolijke klanken.

4Want het woord van de HEERE is recht

en al Zijn werk betrouwbaar.

5Hij heeft

33:5
Ps. 45:8
Hebr. 1:9
gerechtigheid en gericht lief,

33:5
Ps. 119:64
de aarde is vol van de goedertierenheid van de HEERE.

6

33:6
Gen. 1:6,7
Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt,

door de Geest van Zijn mond heel hun legermacht.

7Hij verzamelt het water van de zee als een dam,

Hij sluit de diepe wateren op in schatkamers.

8Laat heel de aarde voor de HEERE vrezen,

laat alle bewoners van de wereld bevreesd zijn voor Hem.

9Want Híj spreekt en het is er,

Híj gebiedt en het staat er.

10

33:10
Jes. 19:3
De HEERE vernietigt de raad van de heidenvolken,

Hij verbreekt de gedachten van de volken.

11Maar

33:11
Spr. 19:21
21:30
Jes. 46:10
de raad van de HEERE bestaat voor eeuwig,

de gedachten van Zijn hart bestaan van generatie op generatie.

12

33:12
Ps. 65:5
144:15
Welzalig het volk dat de HEERE tot zijn God heeft,

het volk dat Hij Zich als eigendom verkozen heeft.

13De HEERE schouwt uit de hemel

en ziet alle mensenkinderen.

14Vanuit Zijn verheven woonplaats aanschouwt Hij

alle bewoners van de aarde.

15Hij vormt hun aller hart;

Hij let op al hun daden.

16Een koning wordt niet verlost door een groot leger,

een held wordt niet gered door grote kracht.

17Het paard geeft valse hoop op de overwinning

en bevrijdt niet door zijn grote kracht.

18Zie, het

33:18
Job 36:7
Ps. 34:16
1 Petr. 3:12
oog van de HEERE is over wie Hem vrezen,

op hen die op Zijn goedertierenheid hopen,

19om hun ziel te redden van de dood

en hen in het leven te behouden, wanneer er honger is.

20Onze ziel verwacht de HEERE,

Hij is onze hulp en ons schild.

21Want ons hart is in Hem verblijd,

omdat wij op Zijn heilige Naam vertrouwen.

22Laat Uw goedertierenheid over ons zijn, HEERE,

zoals wij op U hopen.

34

God antwoordt en verlost

341Een psalm van David;

34:1
1 Sam. 21:13
toen hij zijn gezicht had vertrokken bij Abimelech, die hem verdreef, zodat hij ervandoor ging.

2Ik zal de HEERE te allen tijde loven, aleph

Zijn lof zal voortdurend in mijn mond zijn.

3Mijn ziel zal zich beroemen in de HEERE; beth

de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.

4Maak de HEERE met mij groot, gimel

laten wij tezamen Zijn Naam roemen.

5Ik heb de HEERE gezocht en Hij heeft mij geantwoord, daleth

en mij gered uit al wat ik vrees.

6Zij zagen naar Hem uit, ja, stroomden op Hem aan; he waw

en hun gezicht werd niet rood van schaamte.

7Deze ellendige riep en de HEERE hoorde; zain

Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.

8De engel van de HEERE legert zich cheth

rondom hen die Hem vrezen, en redt hen.

9Proef en zie dat de HEERE goed is; teth

welzalig de man die tot Hem de toevlucht neemt.

10Vrees de HEERE, u, Zijn heiligen, jod

want wie Hem vrezen, hebben geen gebrek.

11

34:11
Job 4:11
Jonge leeuwen lijden armoede en honger, kaph

maar wie de HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.

12Kom, kinderen, luister naar mij, lamed

ik zal jullie de vreze des HEEREN leren.

13

34:13
1 Petr. 3:10
Wie is de man die vreugde vindt in het leven, mem

die dagen liefheeft om het goede te zien?

14Behoed je tong voor het kwaad nun

en je lippen voor het spreken van bedrog.

15Keer je af van het kwaad en doe het goede; samech

zoek de vrede en jaag

34:15
Hebr. 12:14
die na.

16

34:16
Job 36:7
Ps. 33:18
1 Petr. 3:12
De ogen van de HEERE rusten op de rechtvaardigen, ain

Zijn oren zijn gericht op hun hulpgeroep.

17Het aangezicht van de HEERE is tegen hen die kwaad doen: pe

Hij zal hun nagedachtenis van de aarde uitroeien.

18Zij roepen en de HEERE hoort, tsade

Hij redt hen uit al hun benauwdheden.

19

34:19
2 Tim. 3:11
De HEERE is nabij de gebrokenen van hart, koph

Hij verlost de verbrijzelden van geest.

20

34:20
2 Tim. 3:12
De rechtvaardige heeft veel ellende, resj

maar uit dat alles redt de HEERE hem.

21Hij bewaart al zijn beenderen, sjin

34:21
Joh. 19:36
niet één daarvan wordt gebroken.

22Het kwaad brengt de goddeloze de dood; taw

wie de rechtvaardige haten, worden schuldig verklaard.

23De HEERE verlost de ziel van Zijn dienaren;

allen die tot Hem de toevlucht nemen, worden niet schuldig verklaard.