Herziene Statenvertaling (HSV)
31

Klacht en dank

311Een psalm van David, voor de koorleider.

2Tot U, HEERE,

31:2
Ps. 22:6
25:2,3
71:1,2
Jes. 49:23
heb ik de toevlucht genomen,

laat mij niet beschaamd worden, voor eeuwig;

bevrijd mij door Uw gerechtigheid.

3Neig Uw oor tot mij, red mij met spoed,

wees voor mij een sterke rots,

een burcht om mij te behouden.

4Want U bent mijn rots en mijn burcht!

Wijs mij dan de weg en leid mij zachtjes, omwille van Uw Naam.

5Trek mij uit het net dat zij heimelijk voor mij spanden,

want U bent mijn kracht.

6

31:6
Luk. 23:46
In Uw hand beveel ik mijn geest;

U hebt mij verlost, HEERE, getrouwe God!

7Ik haat hen die nietige afgoden vereren.

Ík vertrouw op de HEERE.

8Ik zal mij verheugen en verblijden in Uw goedertierenheid,

want U hebt mijn ellende gezien

en mijn ziel in benauwdheden gekend.

9U hebt mij niet overgeleverd in de hand van de vijand,

maar mijn voeten in de ruimte doen staan.

10Wees mij genadig, HEERE, want angst benauwt mij;

verzwakt van verdriet is mijn oog, mijn ziel en mijn buik.

11Want mijn leven teert weg door verdriet

en mijn jaren door zuchten;

mijn kracht is vervallen door mijn ongerechtigheid

en mijn beenderen zijn verzwakt.

12Vanwege al mijn tegenstanders ben ik tot een smaad geworden,

31:12
Job 19:13
Ps. 38:12
voor mijn buren het meest,

en tot een bron van angst voor mijn bekenden;

wie mij op straat zien, ontvluchten mij.

13Vergeten ben ik, als een dode, verdwenen uit het hart;

ik ben geworden als een gebroken kruik.

14Want ik hoor de laster van velen;

angst van rondom,

omdat zij tegen mij samenspannen.

Zij bedenken plannen om mij het leven te benemen.

15Maar ík vertrouw op U, HEERE.

Ik zeg: U bent mijn God!

16Mijn tijden zijn in Uw hand; red mij

uit de hand van mijn vijanden en van mijn vervolgers.

17Doe Uw aangezicht over Uw dienaar lichten,

verlos mij door Uw goedertierenheid.

18HEERE, laat mij niet beschaamd worden,

want ik roep U aan;

laat de goddelozen beschaamd worden,

laat hen zwijgen in het graf.

19Laat de leugenlippen verstommen,

die hooghartige taal spreken tegen de rechtvaardige,

vol hoogmoed en verachting.

20

31:20
Jes. 64:4
1 Kor. 2:9
Hoe groot is Uw goed,

dat U weggelegd hebt voor wie U vrezen,

dat U bereid hebt voor wie tot U de toevlucht nemen

ten aanschouwen van de mensenkinderen.

21U verbergt hen in het verborgene van Uw aangezicht

voor het hoogmoedig gedrag van de man;

U doet hen schuilen in een hut

voor het getwist van tongen.

22Geloofd zij de HEERE,

want Hij heeft wonderen aan mij gedaan,

wonderen van Zijn goedertierenheid:

Hij bracht mij in een versterkte stad.

23Ik echter zei, in mijn haast:

Ik ben afgesneden van voor Uw ogen;

maar toch hoorde U mijn luide smeekbeden

toen ik tot U riep.

24Heb de HEERE lief, al Zijn gunstelingen,

want de HEERE beschermt de gelovigen,

maar vergeldt overvloedig wie hoogmoedig handelt.

25

31:25
Ps. 27:14
Wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken,

u allen die op de HEERE hoopt!

32

Tweede boetpsalm

321Een onderwijzing van David.

32:1
Rom. 4:6,7
Welzalig is hij van wie de overtreding vergeven,

van wie de zonde bedekt is.

2Welzalig de mens wie de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent,

en in wiens geest geen bedrog is.

3Toen ik zweeg, teerden mijn beenderen weg,

onder mijn jammerklachten, de hele dag.

4Want dag en nacht drukte Uw hand zwaar op mij,

mijn levensvocht veranderde in een zomerse droogte. Sela

5Mijn zonde maakte ik U bekend,

mijn ongerechtigheid bedekte ik niet.

Ik zei: Ik zal mijn overtredingen

32:5
Spr. 28:13
1 Joh. 1:9
belijden voor de HEERE.

En Ú vergaf mijn ongerechtigheid, mijn zonde. Sela

6Daarom zal iedere heilige tot U bidden

ten tijde dat U Zich laat vinden.

Voorzeker, een overstroming van machtige wateren

zal hem niet bereiken.

7

32:7
Ps. 27:5
31:21
U bent mijn schuilplaats, U beschermt mij voor benauwdheid,

U omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Sela

8Ik onderwijs u en leer u de weg die u moet gaan;

ik geef raad, mijn oog is op u.

9Wees niet als een paard,

als een muildier, dat geen verstand heeft.

32:9
Spr. 26:3
Jak. 3:3
Zijn bek houdt men in toom met bit en toom;

dan kan hij u niet te na komen.

10De goddeloze heeft veel smarten,

maar wie op de HEERE vertrouwt,

hem zal de goedertierenheid omringen.

11Verblijd u in de HEERE en verheug u, rechtvaardigen,

zing vrolijk, alle oprechten van hart!

33

Lofzang op Gods almacht

331Zing vrolijk in de HEERE, rechtvaardigen!

33:1
Ps. 147:1
Een lofzang past de oprechten.

2Loof de HEERE met de harp,

zing psalmen voor Hem met de harp en de tiensnarige luit.

3

33:3
Ps. 40:4
96:1
98:1
144:9
Jes. 42:10
Openb. 5:9
14:3
Zing voor Hem een nieuw lied,

speel welluidend met vrolijke klanken.

4Want het woord van de HEERE is recht

en al Zijn werk betrouwbaar.

5Hij heeft

33:5
Ps. 45:8
Hebr. 1:9
gerechtigheid en gericht lief,

33:5
Ps. 119:64
de aarde is vol van de goedertierenheid van de HEERE.

6

33:6
Gen. 1:6,7
Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt,

door de Geest van Zijn mond heel hun legermacht.

7Hij verzamelt het water van de zee als een dam,

Hij sluit de diepe wateren op in schatkamers.

8Laat heel de aarde voor de HEERE vrezen,

laat alle bewoners van de wereld bevreesd zijn voor Hem.

9Want Híj spreekt en het is er,

Híj gebiedt en het staat er.

10

33:10
Jes. 19:3
De HEERE vernietigt de raad van de heidenvolken,

Hij verbreekt de gedachten van de volken.

11Maar

33:11
Spr. 19:21
21:30
Jes. 46:10
de raad van de HEERE bestaat voor eeuwig,

de gedachten van Zijn hart bestaan van generatie op generatie.

12

33:12
Ps. 65:5
144:15
Welzalig het volk dat de HEERE tot zijn God heeft,

het volk dat Hij Zich als eigendom verkozen heeft.

13De HEERE schouwt uit de hemel

en ziet alle mensenkinderen.

14Vanuit Zijn verheven woonplaats aanschouwt Hij

alle bewoners van de aarde.

15Hij vormt hun aller hart;

Hij let op al hun daden.

16Een koning wordt niet verlost door een groot leger,

een held wordt niet gered door grote kracht.

17Het paard geeft valse hoop op de overwinning

en bevrijdt niet door zijn grote kracht.

18Zie, het

33:18
Job 36:7
Ps. 34:16
1 Petr. 3:12
oog van de HEERE is over wie Hem vrezen,

op hen die op Zijn goedertierenheid hopen,

19om hun ziel te redden van de dood

en hen in het leven te behouden, wanneer er honger is.

20Onze ziel verwacht de HEERE,

Hij is onze hulp en ons schild.

21Want ons hart is in Hem verblijd,

omdat wij op Zijn heilige Naam vertrouwen.

22Laat Uw goedertierenheid over ons zijn, HEERE,

zoals wij op U hopen.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]